SEPTENTRION: CARNET DE VILLE: MAASTRICHT

Teksten: J. Notermans; T. Henrar; W. Dijkman & S. Minis.
Maastricht 2005.

UITBOUW VAN DE VESTING

De middeleeuwse stadsmuren werden in de zestiende eeuw nog volledig gemoderniseerd, maar zij vormden sinds de verovering van de vesting door prins Frederik Hendrik in 1632 niet meer de hoofdverdedigingsstelling. Tussen 1632 en 1644 ondergaat het verdedigingsstelsel van Maastricht een spectaculaire uitbreiding. De buitenste stadsomsluiting wordt dan omringd met een hoekige gordel van hoornwerken, halvemanen en andere buitenwerken, welke verschansingen, tezamen met de ravelijnen uit vroegere tijd, het vestingplan een imponerend aanzien geven. Het zwaartepunt van de defensie is rond het midden van de zeventiende eeuw voorgoed naar de buitenwerken verschoven. De ommuring op beide oevers van de Maas is dan vrijwel geheel omsloten met fortificaties volgens het Oud-Nederlandse stelsel, een systeem van versterken op wiskundige grondslag waarvan de befaamde Simon Stevin de geestelijke vader is geweest. De uitbouw van het verdedigingsstelsel van Maastricht is op beide Maasoevers tegelijk ter hand genomen. Links van de Maas realiseerde men zes grote hoornwerken, een ravelijn, vier halvemanen, drie vierkante redoutes en vier bemuurde bastions, namelijk de werken Brandenburg, Maria, Oranje en Tettau. In Wyck bouwde men het bastion Sint-Maarten, drie ravelijnen en drie halve manen en een bedekte weg met glacis.

BASTION WALDECK.

Eens het toneel van grimmige oorlogen, in later tijden oord voor speel plezier voor kinderen. Waldeck winterpret rond 1970.

Ten zuidwesten van het Tongerseplein ligt het bastion Waldeck, dat tussen 1688 en1690 werd gebouwd samen met drie andere bastions, ter versterking van het westelijke vestingfront. Dit verdedigingswerk moest samen met de bastions Engeland, Saxen en Holsteyn de westelijke flank van de stad verdedigen, want de versterking van de vesting was bij het uitbreken van de Negenjarige Oorlog (1688-1697) tussen Frankrijk en de Republiek weer urgent geworden. Het ontwerp voor de nieuwe bastions werd gemaakt door Daniel Wolff van Dopff (1650-1718), een vertrouweling van de militaire gouverneur, graaf George Frederik van Waldeck (1620-1692). Met de aanleg van deze nieuwe bastions wilde Van Dopff het hoger gelegen westelijke vestingfront extra bescherming bieden. Het was immers niet mogelijk om in deze omgeving inundeerbare natte grachten aan te leggen, zoals dat aan de lager gelegen zuidzijde en aan de noordzijde van de stad wel mogelijk was. De westzijde van de stad was toen de meest geschikte plek om een aanval op de stad in te zetten. De door Van Dopff aangelegde bastions, inclusief het bastion Waldeck waren gedetacheerde vestingwerken, die in tegenstelling tot andere bastions niet aan de hoofdwal waren gekoppeld. Rond het bastion Waldeck ligt een droge gracht en het buitenboord van de gracht werd in de jaren 1773-1777 voorzien van een rondlopende overdekte galerij.

De in baksteen opgetrokken muren van het bastion worden verlevendigd door mergelblokken in kettingverband, terwijl de bovenrand met een hardstenen cordonlijst is afgedekt.


De Hoge Fronten: het bastion Waldeck en de ruïne van de lunet Drenthe.

In het gebied ten westen en ten zuiden van het Tongerseplein liggen enkele restanten van de Hoge Fronten die op hogere gronden lagen waardoor ze niet onder water gezet konden worden. Het betreft een gebastioneerd stelsel waar we nog een compleet bastion van in dit gebied aantreffen: het bastion Waldeck dat omstreeks 1690 aangelegd is.

Het Waldeckpark achter het Tongerseplein.

De vestingwerken in het gebied rond het Waldeckpark zijn bij de afbraak van de vestingwerken en het aanleggen van wegen zwaar aangetast. Het Waldeckpark op deze plek is in 1921 aangelegd naar een ontwerp van Leonhard Springer. De vestingwerken dienden in dat park meer als (ruïneuze) decoratie. Pas in de decennia na de Tweede Wereldoorlog groeide het besef dat ook dit soort vestingwerken monumenten zijn hetgeen leidde tot restauratie aan het einde van de jaren zestig.



De keel van bastion Waldeck lag vroeger enkele meters lager. Op de foto is de enkele meters boven op de keel gelegen parkaanleg zichtbaar. Het is hooguit de geografische plaats waar ooit de keel heeft gelegen.










Het bastion Waldeck is in de plaats gekomen van de Demilune (de lunet) des Mousquetaires waar tijdens de belegering van 1673 de dood van Charles de Batz-Castelmore, graaf d'Artagnan, de Franse kapitein der musketiers, te betreuren viel.

Capitaine Lieutenant de la premiére Compagnie des Mousquetaires du Roy.

Zie ook onderwerp D'Artagnan






Het bastion Waldeck is aangelegd naar plannen van Daniel Wolff, baron van Dopff (1650-1718), militair gouverneur van Maastricht en vernoemd naar George Frederik, graaf van Waldeck (1620-1692), eveneens militair gouverneur van Maastricht, die de beschermheer van Dopff geweest is.

Daniel Wolff, baron van Dopff







Het bastion Waldeck werd aangelegd samen met de bastions Engeland, Saxen en Holsteyn. De laatste twee bastions bestaan nog en liggen in de Linie van Du Moulin.

Zie ook onderwerp Linie van Du Moulin

Het bastion Waldeck onderging verder wijzigingen in de periode 1768-1769 van de hand van Pieter de la Rive (1694 -1771), directeur van de fortificatiën van Maastricht van 1746 tot 1771. In deze tijd kreeg vooral de ondergrondse verdediging alle aandacht, maar ook bovengronds gebeurde er heel veel. Later werd het stelsel weer gewijzigd onder het doctoraat van Carel Diederik Du Moulin (? 1728-1793).

Carel Diederik Du Moulin



Dit gebeurde in 1776, waarbij het werd aangepast aan de hand van plannen zoals die ook voor de Linie van Du Moulin werden uitgewerkt:
1. Het bastion Waldeck wordt met het naastgelegen vestingwerk Wilcke verbonden;
2. In de inspringende hoek tussen deze twee bastions wordt de lunet Drenthe gelegd;
3. Tegenover de saillant van Waldeck wordt een contrescarp met contrecarpkoffer aangelegd.

Gedurende de ontmanteling van de vesting na 1867 werd het bastion gedeeltelijk afgebroken. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd het weer volledig gerestaureerd.
Hier volgt een fotorapportage uit juli 1967 van de resultaten van de restauratie.

Het bastion Waldeck vanaf de lunet Drenthe gezien. Op de voorgrond een romantische rozen allee uit de tijd van de parkaanleg aan het begin van de jaren twintig van de vorige eeuw.











De naamsteen en een mergelstenen 'ketting'. Het is nooit helemaal duidelijk geworden of de mergelkettingen nu functioneel of louter decoratief van aard waren. Het is typisch dat ze voor wat de buitenwerken betreft alleen in de werken van Von Dopff zijn aangebracht, inclusief het fort Sint Pieter, en daarna nooit meer. Wat Von Dopff ermee wilde, is onbekend. Elke verklaring is een goede gok zoals dat ze tegenwoordig aan dilatatie voegen doen denken, die scheuren als gevolg van de grote lengte van het metselwerk zouden kunnen voorkomen. Waar de kettingen niet voorkomen zijn er echter ook geen scheuren….wie het weet mag het zeggen! Daar is "Reageer!" van Zicht op Maastricht dan weer voor bedoeld.
De rechter schouderhoek van het bastion Waldeck.














De saillant van bastion Waldeck.














De saillant van bastion Waldeck en de daartegenover liggende contrescarpkoffer.













De contrescarp tegenover het bastion Waldeck.














De contrescarpkoffer van dichtbij gezien. De deur rechts geeft toegang tot de onderaardse galerijen van de contrescarpkoffer en het bastion Waldeck. Het is ook dan al het vaste vertrekpunt van de rondleidingen door de ondergrondse galerijen.










BASTION WILHELMINA

Langs de Linkeroever van de Jeker aan de verkeerbrug in de Prins-Bisschopsingel ligt nog de linkerface van het bastion Wilhelmina uit 1768-1769. Het bastion Wilhelmina heeft ook nog de naamsteen Wilhelmina 1768. De kazemat van dit bastion is waarschijnlijk nog in de ondergrond aanwezig. Recentelijk is de linker schouderhoek van dit bastion ook vrij gelegd.

Bastion Wilhelmina







De linkerface van het bastion Wilhelmina. Voor het bastion stroomt het riviertje de Jeker richting stad. Het water van de Jeker werd gebruikt om de Lage Fronten tussen het bastion Waldeck en de Maas, het later tot Nieuwe Bossche Fronten omgevormde gebied, onder water te zetten. Het kon tevens via het Jekerkanaal door de Hoge Fronten naar Lage Fronten aan de andere zijde van de vesting Maastricht geleid worden. Het Jekerkanaal bestaat nog wel maar kan niet betreden worden. De kazemat van bastion Wilhelmina was voor de aanleg van de huidige betonnen berenkuil in gebruik als nachtverblijf voor de Maastrichtse beren. Oudere Maastrichtenaren kunnen zich de laatste beren met de namen Max en Polla in hun ijzeren kooien nog wel herinneren. De schouderhoek van het bastion is in elk geval ook zichtbaar.

De bastions Waldeck en Wilhelmina lagen in een gordel van bastions. De andere bastions uit het gebied zijn bij het slechten van de werken verdwenen.

De bastions Waldeck en Wilhelmina lagen in een gordel van bastions. De andere bastions uit het gebied zijn bij het slechten van de werken verdwenen.

Op het kaartje in het multimediaal item gaat het om de het verdwenen bastion Willem en het Jeker bastion. Het Jekerbastion werd waarschijnlijk geslecht of afgebroken, het werk Willem werd ingegraven door het opvullen van de droge grachten.
Een getenailleerd stelsel, zoals tijdens de bouwcampagne van Du Moulin gerealiseerd is bij de Linie van Du Moulin, kon rond het bastion Waldeck niet zonder meer tot stand gebracht worden. Bij een getenailleerd stelsel worden de courtines, oftewel de tussen de bastions gelegen muren, weggelaten. Daardoor raken de bastions elkaar in de flanken. Ze worden dan ook onder ongeveer haakse hoeken met elkaar gepositioneerd. Om iets soortgelijks te maken en dus eenzelfde soort effect te bereiken werd bij het reeds bestaande bastion Waldeck een verbinding met de couvre-face Wilcke tot stand gebracht. Daar waar de werken elkaar troffen moest echter toch een doorgang voor de weg naar de Tongerse poort in stand gehouden worden. De Tongerseweg werd buiten de vestingwerken gedekt door de nieuwe lunet Drenthe. In- en uitgangen van vestingen waren altijd zwakkere plekken, dat was al zo bij de middeleeuwse stadspoorten. In de vestingen uit later tijden probeerde men dit 'gebrek' op te vangen door de toegangswegen zodanig door de vesting te leiden dat ze op verschillende plaatsen geblokkeerd konden worden en dat ze van allen kanten bestreken konden worden. Versperringen bestonden uit barrieren en uit voorbereide balkenversperringen. Deze naam kwam zelfs terug bij het vroegere café De Barreer op de hoek van de Bilzerbaan. Voordat de stadspoorten 's ochtends geopend werden, moest een bereden patrouille de route verkennen en het voorterrein bij de gesloten barrier. De Tongerseweg kon vanaf diverse vestingwerken, waaronder de lunet Drenthe, worden bestreken. Bijzonder is hier de constructie dat de weg over een caponnière heen liep die als het ware een dam in de droge gracht vormde. De lunet Drenthe werd niet speciaal aangelegd voor het dekken van de weg, maar paste in het systeem van Du Moulin net zoals de lunetten in de Linie van Du Moulin.

Aan de hoek Tongerseweg-Cannerweg liggen wel nog fragmenten van de lunet Drenthe uit 1776. Tijdens de ontmanteling van de vesting na 1867 werd de lunet vrijwel helemaal afgebroken. Er steken enkele slecht en lelijk geconsolideerde delen boven het grasveld van het Waldeckplantsoen uit. Een van de kanonlopen die oud-ijzerhandelaar Dotremond aan de stad schonk moet het geheel nog enig aanzien verlenen.

De schamele resten van de Lunet Drenthe.





In het gebied is de lunet die voor het bastion Wilhelmina lag verdwenen. Twee couvre-facen was datzelfde lot beschoren. Het gaat om de verdwenen couvre-facen Tongeren en Wilcke De couvre-face Tongeren en Wilcke zijn wel uit het straatbeeld verdwenen, maar grotendeels ingegraven door het opvullen van de droge grachten. Mogelijk is het bovenste deel van de bekledingsmuur gesloopt, maar de onderbouw en fundering zijn zeker nog in de ondergrond aanwezig.
Wat nog wel in het gebied aanwezig is, is de plek waar de Tongerse kat gelegen is. De kat zelf is volledig afgegraven, het kruitmagazijn ligt er nog wel.Een kat wordt ook wel een katte, schietkat of cavalier genoemd en diende om commandement over het voorgelegen terrein te verkrijgen. Dat wil zeggen dat je dit terrein vanuit de kat beheersen of bestrijken kon.

Aan de overzijde van het Tongerseplein liggen drie naamstenen van verdwenen vestingwerken. Ze rusten tegen de oude stadsmuur aan het begin van het stadspark.

Naamsteen Stad en  Lande

De naamsteen van de redan Stad en Lande.













De naamsteen "Stad en Lande" uit 1773.














Naamsteen Bentinck















De naamsteen van de lunet Bentinck uit 1775.














Naamsteen Louise















De naamsteen van de couvre-face Louise uit 1775.














Zoals boven reeds vermeld is werden de Hoge Fronten onder Du Moulin voor het laatst stevig gemoderniseerd. Voor de vestingwerken kwam een bedekte weg te liggen en vanaf de bedekte weg begon het glacis.

Bij het Waldeckbastion beginnen de ondergrondse ruimten van de Hoge Fronten. Er liggen (defensieve) galerijen, met in het bijzonder luistergangen, en een caponnière die tot het type der contrescarp galerijen behoort.

Bij het bastion Waldeck zijn tot slot nog twee bijzonderheden te vinden: een grafmonument voor stadscommandant baron Andries J.J. Destombes en de sokkel van een beeldje van Gertrud Januszewski voor de op 25 juni 1673 in die omgeving gesneuvelde kapitein der musketiers Charles de Batz-Castelmore, graaf d'Artagnan.

De beroemde held d'Artagnan die op deze oudere foto met een krans op de sokkel is geëerd, is helaas door metaalrovers ontvreemd. Tot op heden moeten de inwoners en bezoekers van de stad een kopie van dit fijnzinnige beeld ontberen.










Bij het Waldeck bastion ligt het grafmonument van baron Andries J.J. Destombes (1787-1845). Hij was stadscommandant van 1841 tot 1845. Het graf met zijn stoffelijke resten bevond zich eerst in de Nieuwe Bossche Fronten, maar werd in zijn geheel in 1925 overgebracht naar deze nieuwe locatie.


Meer informatie over het Bastion Waldeck en de daarbij behorende kazematten is te vinden in de volgende twee delen uit de serie "Maastrichts Silhouet".
Nummer 24. De Werken.
Nummer 11. De Kazematten.