Stadhouder Frederik Hendrik veroverde 1632 Maastricht voor de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. Op tien juni verscheen zijn leger voor de poorten van Maastricht. De Spaanse bezetter wilde Maastricht niet kwijtraken en zond twee legers naar de stad. Die waren niet sterk genoeg. Toen de belegeraars de wal hadden bereikt en een bres in de wal sloegen, kwam de burgerij in actie.
Zij bezette de brug en dwongen militair gouverneur tot onderhandelen. De vestingstad werd overgedragen aan Frederik Hendrik. Op 22 augustus 1632 werd overgave getekend. Tot de komst van de Fransen in 1794 behoorde de stad tot de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Frederik Hendrik erkende de politieke zelfstandigheid van de stad. De Staten-Generaal zou niet tornen aan de voorrechten van de stad. De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën trad in de voetsporen van de koning van Spanje. Hij was een van de twee heren van de stad. Het stadsbestuur bleef in handen van de magistraat, de commissarissen-deciseurs handelden elke twee jaar juridische geschillen af.
Onder het Spaans bewind waren de twee heren het erover eens dat het katholieke geloof de officiële godsdienst moest zijn. De Staten-Generaal eisten ook godsdienst vrijheid voor calvinisten. Vanaf 1635 mocht het Brabantse deel van het stadsbestuur alleen uit protestanten bestaan. Dat bleef zo tot de opheffing van de Tweeherigheid in 1795. De protestantse Brabantse raadsleden en de katholieke Luikse raadsleden stonden politiek meestal op één lijn.
Stadhuis
Sinds de Middeleeuwen groeiden de twee stadscentra rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Servaaskerk naar elkaar toe. In de zeventiende eeuw ontstond in het noordelijk deel een nieuw stadscentrum rond het stadhuis en de Markt als kerngebied. Aan het einde van de zestiende eeuw zocht het stadsbestuur een alternatief onderkomen voor de Lanscroon. Dit raadhuis was bouwvallig geworden. Het stadsbestuur wilde alle overheids instellingen onder één dak brengen in een nieuw gebouw dat gezag en status uitstraalde. Het nieuwe stadhuis werd gebouwd op de plaats van de Lakenhal. De Hollandse architect Pieter Post (1608-1669) ontwierp het stadhuis dat gereed was in 1664. De klokkentoren werd pas in 1685 op geplaatst. Het stadhuis was met geld van Staten-Generaal gefinancierd: vandaar de "Hollandse" allure.
De vesting MaastrichtSinds de Middeleeuwen groeiden de twee stadscentra rond de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Servaaskerk naar elkaar toe. In de zeventiende eeuw ontstond in het noordelijk deel een nieuw stadscentrum rond het stadhuis en de Markt als kerngebied. Aan het einde van de zestiende eeuw zocht het stadsbestuur een alternatief onderkomen voor de Lanscroon. Dit raadhuis was bouwvallig geworden. Het stadsbestuur wilde alle overheids instellingen onder één dak brengen in een nieuw gebouw dat gezag en status uitstraalde. Het nieuwe stadhuis werd gebouwd op de plaats van de Lakenhal. De Hollandse architect Pieter Post (1608-1669) ontwierp het stadhuis dat gereed was in 1664. De klokkentoren werd pas in 1685 op geplaatst. Het stadhuis was met geld van Staten-Generaal gefinancierd: vandaar de "Hollandse" allure.
De Spanjaarden probeerden Maastricht opnieuw in te lijven. De stad was bijgevolg jarenlang onbereikbaar door blokkades. Voor de nijverheid en handel was dit slecht. In 1633 werd de stad getroffen door een pestepidemie. Pas na de Vrede van Munster (1648) bloeide de stad op.
Frederik Hendrik moderniseerde de vesting na 1632. De Staten-Generaal investeerden in uitbreiding van de buitenwerken. Daartoe werden fortificaties gebouwd. De voortdurende versterking van de vesting was een bron van werkverschaffing voor de burgers. Het garnizoen bestond uit evenveel man als de stad burgers telde. De soldaten werden ondergebracht barakken. De vesting Maastricht werd het bolwerk van de Republiek. De vesting kon de aanval van de Fransen in 1794 niet weerstaan. De Franse brachten tevens het Verlichte denken.
De vesting moest na de verovering door de Staten-Generaal het Spaanse leger buiten de deur houden. De tegenstander probeerde na de capitulatie niet de stad terug te winnen. De vijand kocht soldaten om; die konden helpen de Maasstad weer Spaans te maken. De stadscommandant en de politie merkten dat een van de soldaten meer verteerde dan zijn loon hoog was. Deze soldaat, Lacourt, werd opgepakt. Dit was het begin het Verraad van Maastricht in 1638. Lacourt noemde tijdens zijn verhoor enkele medeplichtigen zoals Pater Vink. Pater Vink werd op 24 juni 1638 terecht gesteld.
Het was in de 17e eeuw uitzonderlijk dat het katholieken en protestanten vreedzaam naast elkaar konden leven zoals in Maastricht. Dat ging niet zonder conflicten.
Protestantse kerken in Maastricht
De Staten-Generaal introduceerden het calvinisme. Protestantse kerken waren er niet. Afgesproken werd dat de gereformeerden twee bestaande kerken zouden krijgen. De protestantse predikanten stelden voor de Sint-Servaaskerk tot protestants godshuis te maken, maar dat ging niet door. De calvinisten kregen de Sint-Janskerk en de Sint-Matthijskerk. Deze katholieke parochies zochten onderdak in de Sint-Jacobskapel en de Sint-Catherinakapel.
Het was voor de calvinisten niet makkelijk in de katholieke samenleving.
De successie oorlogDe Staten-Generaal introduceerden het calvinisme. Protestantse kerken waren er niet. Afgesproken werd dat de gereformeerden twee bestaande kerken zouden krijgen. De protestantse predikanten stelden voor de Sint-Servaaskerk tot protestants godshuis te maken, maar dat ging niet door. De calvinisten kregen de Sint-Janskerk en de Sint-Matthijskerk. Deze katholieke parochies zochten onderdak in de Sint-Jacobskapel en de Sint-Catherinakapel.
Het was voor de calvinisten niet makkelijk in de katholieke samenleving.
Maastricht werd dikwijls belegerd. In 1673 viel de Franse koning Lodewijk XIV de stad aan. Tijdens dit beleg sneuvelde de D'Artagnan voor de Tongersepoort. Stadhouder Willem III deed in 1676 een poging de vesting te veroveren. In de Oostenrijkse Successie-Oorlog (1740-1748) werd Maastricht slachtoffer van het oorlogsgeweld. Oostenrijk en Engeland verloren op 2 juli 1747 vlak bij het dorp Lafeld, van de Fransen. De Fransen belegerden de stad vervolgens; het garnizoen moest capituleren op 7 mei 1748. Bij de vrede van Aken was afgesproken dat Maastricht zou worden teruggegeven aan de Republiek. In februari 1749 was het Staatse garnizoen weer terug in de stad.
Armoedebestrijding
Maastricht werd in de 17e en 18e eeuw welvarender, getuige de gevels in Lodewijkstijlen. Het aantal huizen steeg tussen 1639 en 1777 met 500: daaronder zijn kanunniken- en burgerhuizen. De 18e eeuw bracht niet veel veranderingen.
Wel groeide het besef van de noodzaak van armoedebestrijding. Armen werden opgenomen in het Armenhuis aan de Grote Looierstraat (1755). In kloosters werden armen, weeskinderen, zieken en gebrekkige opgevangen.
Carillons
Klokken in kerktorens en stadhuistorens symboliseren vredestijd
Het brons dat in oorlogstijd voor kanonnen bestemd was, werd in vredestijd omgesmolten voor klokken van de carillons in kerktorens en de stadhuistoren. Tijdens oorlogen werden klokken uit de torens gehaald zodat het brons gesmolten kon worden om er kanonnen van te maken.
Klokken in kerktorens en stadhuistorens symboliseren vredestijd
Het brons dat in oorlogstijd voor kanonnen bestemd was, werd in vredestijd omgesmolten voor klokken van de carillons in kerktorens en de stadhuistoren. Tijdens oorlogen werden klokken uit de torens gehaald zodat het brons gesmolten kon worden om er kanonnen van te maken.
Dansen met de Duivel
Een Maastrichtse vrouw veroordeeld als heks.Elisabeth Rythoven werd als heks verbrand. In 1612 werd ze aangeklaagd wegens tovenarij. Buurtbewoners beschuldigden haar ervan dat ze een man had vermoord door hem te betoveren. Ze vonden haar verdacht. Tijdens het proces kon zij echter aantonen dat ze een goed katholiek was. Elisabeth werd toch gefolterd omdat de schout zo achter de "werkelijke waarheid" wilde komen. Tijdens de tweede foltering bekende Elisabeth dat ze met de duivel had gedanst en daarvoor werd ze ter dood veroordeeld.
Een Maastrichtse vrouw veroordeeld als heks.Elisabeth Rythoven werd als heks verbrand. In 1612 werd ze aangeklaagd wegens tovenarij. Buurtbewoners beschuldigden haar ervan dat ze een man had vermoord door hem te betoveren. Ze vonden haar verdacht. Tijdens het proces kon zij echter aantonen dat ze een goed katholiek was. Elisabeth werd toch gefolterd omdat de schout zo achter de "werkelijke waarheid" wilde komen. Tijdens de tweede foltering bekende Elisabeth dat ze met de duivel had gedanst en daarvoor werd ze ter dood veroordeeld.