De Vestingstad:
Maastricht is lange tijd een belangrijke vestingstad in Noordwest Europa geweest. Door haar strategische ligging aan de Maas werd de stad herhaaldelijk belegerd en werden de ommuringen en vestingwerken rond de stad veelvuldig versterkt en gemoderniseerd.
Maastricht is gelegen op de plaats waar het riviertje de Jeker met vertakkingen in de Maas uitmondt. Ten zuiden daarvan ligt de Sint-Pietersberg met zijn steile hellingen en meer naar het noordwesten de Caberg. De stad bevindt zich in feite in een kom, gevormd door de terrassen die de Maas in de loop der tijden heeft uitgeslepen in de uitlopers van de Ardennen.
Het oostelijk van de Maas gelegen stadsdeel Wijck ontstond grotendeels op een wat hoger gelegen stuk grond tussen de Maas en een oude Maasarm. De vesting sloot zowel in Wijck als in Maastricht zelf aan op de Maas. Op de westelijke oever zouden de verdedigingswerken uiteindelijk ook een deel van het hoger gelegen terrein inbeslag gaan nemen. De twee meest prominente heuvels buiten de stad zouden een bekroning in de vorm van een fort krijgen.Op de oostelijke Maasoever bevonden de verdedigingswerken zich uitsluitend in het lager gelegen terrein.
Maastricht kreeg in de vierde eeuw een eerste Romeinse verdedigingsmuur, gevolgd door een tweetal middeleeuwse stadsomsluitingen,die respectievelijk in de dertiende en de veertiende eeuw werden gebouwd.Vanaf de zestiende eeuw werd de verdediging geconcentreerd op de buitenwerken, die gedurende drie eeuwen werden uitgebouwd en onderhouden.
Nadat de vesting in de negentiende eeuw was opgeheven, werden in de twintigste eeuw nog enkele betonkazematten gebouwd om vier belangrijke toegangswegen vanuit België te kunnen bestrijken.Doordat in Maastricht uit vrijwel al deze periodes delen van de vesting gespaard bleven, biedt de stad als het ware een staalkaart van de kunst van het versterken vanaf de vierde eeuw tot de eerste helft van de twintigste eeuw. In Nederland is geen andere stad die zo'n diversiteit aan verdedigingswerken binnen zijn grenzen kan laten zien.
Historische Achtergronden
Middeleeuwen
In Maastricht verwierf de abdij van Sint Servaas al in de vroege Middeleeuwen het recht van muntslag. Het munthuis van het Sint-Servaaskapittel viel in 1204 in handen van de Brabantse hertog, die in de loop van de dertiende eeuw zoveel macht in Maastricht kreeg dat hij in 1284 door de Luikse Prins-bisschop zelfs als medesoeverein over de stad werd erkend. De Brabantse hertogen waren vooral in Maastricht geïnteresseerd vanwege de brug over de Maas: deze brug vormde immers een onmisbare schakel in de handelsroute tussen Vlaanderen en het Rijnland.
Deze oost-westroute kwam in de dertiende eeuw vrijwel volledig in handen van de Brabantse hertogen. De Luikse Prins-bisschoppen hadden meer belangstelling voor de Maashandel tussen Luik en Dordrecht. Garnizoenstad
Maastricht bleef een geliefd bruggenhoofd voor vreemde overheersers. De stad is tientallen keren aangevallen, belegerd en enkele malen ook ingenomen.
De bekendste belegeringen worden in de geschiedenisboeken gememoreerd: in 1579 veroveren de Spanjaarden de stad; in 1632 wordt Maastricht door de Hollandse prins Frederik Hendrik ingenomen; in 1673 wordt de stad door de Franse koning Lodewijk XIV ingelijfd en in 1748 wordt de stad opnieuw door Franse troepen van koning Lodewijk XV ingepalmd. Tot slot verovert het Franse Republikeinse leger de stad in 1794 nog een laatste maal. Voor de verdediging van de vesting werd in 1567 voor het eerst een garnizoen in de stad gelegerd. In de daarop volgende eeuwen zouden de soldaten voor een belangrijk deel het stadsbeeld bepalen. Binnen de muren kwam een complete militaire infrastructuur tot stand onder andere bestaande uit kazernes, wachtgebouwen, kruitmagazijnen, een militair hospitaal en een arsenaal.
Voor die militaire bestemmingen kwamen nieuwe gebouwen tot stand, maar ook reeds bestaande gebouwencomplexen werden in gebruik genomen.Industriestad
Na 1815 voltrekt de industrialisatie zich in Maastricht in een snel tempo. Dankzij een centraal georganiseerde en krachtdadig optredende overheid wordt in korte tijd een evenwichtig systeem van wegen en waterwegen in het gehele koninkrijk aangelegd.Na 1814 kregen veel nieuwe economische initiatieven een kans dankzij de stimulerende handelspolitiek van koning Willem I. De verbinding tussen het Luikse industriebekken en de Hollandse zeehavens werd in de jaren 1822-1826 aanmerkelijk verbeterd door de aanleg van de Zuid-Willemsvaart tussen Maastricht en Den Bosch, waardoor de stad Maastricht als overslagplaats een aantrekkelijke vestigingsplaats voor nieuwe fabrieken werd.
Aan de Boschstraat werd in de periode 1824-1826 de grote havenkom "Het Bassin" gegraven.De haven vormde de kiemcel voor nieuwe industriële activiteiten die in veel gevallen geïnitieerd werden door Petrus Regout (1801-1878). Rond het midden van de negentiende eeuw verrees aan de noordoostzijde van het Bassin de papierfabriek.
In 1853 kwam de eerste Spoorwegverbinding tussen Maastricht en Aken tot stand.Door de bouw van een nieuwe spoorbrug kon deze spoorverbinding in 1856 doorgetrokken worden naar Hasselt. Bij al deze infrastructurele vernieuwingen werd de vesting zorgvuldig in stand en verdedigbaar gehouden. Ontmanteling
De vestingstatus van Maastricht is op 29 mei 1867 bij Koninklijk Besluit opgeheven. Met de daadwerkelijke sloop van vestingwerken werd aan het einde van dat jaar een aanvang gemaakt. In eerste instantie werden een aantal doorbraken door de vestinggordel geforceerd om de vesting definitief onverdedigbaar te maken. Een bijkomend voordeel hiervan was dat de toegankelijkheid van de stad verbeterd werd.
Het grootste deel van de hoofdwal, de oude tweede middeleeuwse stadsmuur werd gesloopt, grachten werden gedempt en tussen de Boschpoort en de Brusselsepoort werd een singelweg aangelegd.De verdere afbraak en egalisatie zouden nog enkele decennia in beslag nemen. De voormalige vestingterreinen werden in 1877 door het Ministerie van Oorlog aan de Dienst der Domeinen overgedragen. Het zou nog tot 1881 duren voor een definitieve verkoop van het grootste deel van de terreinen aan de gemeente Maastricht voor een bedrag van 182.089 gulden werd geëffectueerd.
Pas na de opheffing van de vesting Maastricht wordt het mogelijk om de stad met de hoogst noodzakelijke ruimte buiten de tweede stadsmuur uit te breiden. Hierbij legt de speciale Commissie voor de Vestingwerken de nadruk op het voorzien in de grote behoefte aan nieuwe bouwterreinen voor industriële complexen, arbeiderswoningen en villa's en herenhuizen.
Na de sloop en egalisatie van grote delen van de vesting worden de eerste stadsuitbreidingen aan het eind van de negentiende eeuw gerealiseerd op de rechter Maasoever tussen het spooremplacement en de oude stadsrand van Wijck en op de linker oever aan de zuidzijde waar een nieuwe villawijk wordt aangelegd.Beide uitbreidingen worden stedenbouwkundig en architectonisch begeleid door de stadsbouwmeester Brender à Brandis.
De druk van de industrie leidde aan de noordzijde van Maastricht en aan de zuidzijde van Wijck tot uitbreiding en tot de aanleg van nieuwe infrastructurele voorzieningen. De stadsmuur van Wijck
Met de bouw van de stenen ringmuur rond de voorstad Wijck werd in 1318 begonnen. De nieuwe muur verrees op de bestaande omwalling die voordien van een houten palissade was voorzien. Deze muur van kolenzandsteen had een lengte van 1.550 meter, telde twee stadspoorten en drie Maaspoorten en had aanvankelijk twaalf muurtorens. De bekendste daarvan was de Wijcker Kruittoren.
Aan de Maaszijde bleef deze muur ten zuiden van de Sint-Servaasbrug over de gehele lengte als kademuur behouden. De Maaspunttoren vormt de zuidelijke hoektoren van de ommuring op de rechter Maasoever en stond vroeger bekend als het Lambrechtsrondeel.In de tweede helft van de vijftiende eeuw werd de voorstad Wijck van een nieuwe ommuring voorzien. Op de zuidwesthoek werd deze nieuwe verdedigingslinie versterkt met een grote hoektoren, die als de Recentoren bekend staat. De herkomst van deze naam is niet bekend. In 1558 werd de toren tot op het niveau van de walmuur verlaagd en omgevormd tot een halfrond geschutplatform. De toren werd in 1869 gesloopt en in 1991 werd de fundering van de toren blootgelegd. De onderbouw van toren en de aansluitende muren zijn in 1995 geconsolideerd.