Op het pleintje tussen de Stokstraat en de Maastrichter Smedenstraat staat het beeldje
'De Mestreechter Geis'.




















Het werd in 1962 onthuld, tijdens de grote saneringsoperatie die de buurt veranderde van een verpauperde volkswijk in een exclusieve winkelzone.


















Het roept bij de vroegere bewoners gemengde gevoelens op, want de échte Maastrichtse volksgeest vindt je hier niet meer. Van probleemwijk tot prachtwijk… die ontwikkeling had deze buurt al vaker meegemaakt.  































In de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen lag hier het hart van de nederzetting. De machthebbers spraken er recht, de bisschop had er zijn kerk en alle handelswaar kwam er aan land.

Wie wat te kopen of te verkopen had, deed dat op een van de markplaatsen aan de randen van de wijk. Buiten de muren van het Romeinse castrum lagen de vismarkt, de houtmarkt, de graanmarkt en de markt voor groente en fruit. Dit zie je nog terug in de straatnamen.













Toen de stad vanaf de twaalfde eeuw begon te groeien, verschoof het centrum naar het gebied rond de huidige Markt en verhuisde de handel mee. 
















Het Stokstraatkwartier werd een echte havenbuurt met kroegen, bordelen, verdachte badhuizen, logementen en een bonte verzameling ambachtslui.












In de zeventiende en achttiende eeuw ging het economisch goed met Maastricht en de schippers, brouwers en steenhouwers in de wijk, vervingen hun houten huizen door prachtige stenen stadsvilla's.





















In de negentiende eeuw zette weer een periode van verval in.
De Maashandel kwijnde al jaren en de opening in 1825 van het 'Bassin', de nieuwe binnenhaven, dreef de schippers en de ambachtslieden naar andere buurten.






















De laatste rijke bewoners vertrokken, toen na de afbraak van de vestingwerken aan de rand van de stad ruimte ontstond voor villa's in het groen. Arbeiders en kleine winkeliers betrokken de verlaten huizen die langzaam veranderden in huurkazernes. De échte verpaupering van de buurt begon aan het begin van de twintigste eeuw. De herenhuizen van weleer raakten bevolkt met grote gezinnen die met elkaar niet alleen de enige kraan deelden, maar ook het toilet dat niet veel meer was dan een plank met een gat en een ton eronder.

Gaandeweg kwamen er ook meer cafés en logementen, werkterrein voor 'dames van plezier'.  Het Stokstraatkwartier werd een buurt waar de burgerij van Maastricht met een grote boog omheen liep.  Maar de mensen die er woonden vonden er geborgenheid.





















Pater Castorius zorgde er in de jaren 1940 en '50 in zijn eentje voor dat niemand écht verkommerde.



















De groezelige volksbuurt, waar lief en leed op straat werden gedeeld verdween in de jaren zestig. Men vond de buurt 'onmaatschappelijk'.

De meest kansrijke gezinnen werden naar een woonschool gestuurd en de rest raakte verspreid over de stad.




















Veel van de statige huizen zijn in de jaren zestig gerestaureerd of nieuw gebouwd in oude stijl.
De straten ogen nu weer als in de glorietijd. Het leven is er misschien een beetje uit, maar de trots op wat werd bereikt overheerst. Geen bezoeker van de stad kan eraan voorbij: het Stokstraatkwartier is een buurt met aanzien en allure.









Wandeling

Als je midden op de Sint Servaasbrug naar het centrum in het westen kijkt, dan zie je links een aantal dicht op elkaar liggende, steile daken. Dat is het Stokstraatkwartier, het middeleeuwse hart van de stad.

Gebouwd op de plek waar in de eerste eeuw de Romeinse nederzetting lag.

Iets voorbij de kiosk gaan we links de trap af.

Op het pleintje aan de overkant staat een standbeeld van de beeldhouwer Mari Andriessen, dat de 'Mestreechter Geis' voorstelt.

We gaan nu links de Stokstraat in.

In 1950 was dit nog een dichtbevolkte en vervallen volksbuurt.
Maar naar een grondige sanering zag het er in 1973 weer uit als in haar glorietijd.
Die glorietijd lag in de zeventiende en achttiende eeuw, toen werden de oude houten huizen vervangen door statige stenen stadswoningen.
 
We gaan een aantal van die huizen eens wat beter bekijken.
Het pand rechts op de hoek met de Maastrichter Smedenstraat, werd in 1647 gebouwd door een bakker. De Stokstraat heette in de middeleeuwen Bakker- of Broodstraat. Bakkers hadden een voorkeur voor hoekpanden, omdat zij hun waren niet op straat mochten uitstallen en daarom grote etalages nodig hadden. De oven bevond zich in de kelder.
Iets verderop aan de linkerkant op nummer 11, staat een huis met een hardstenen gevel in Lodewijk XVI-stijl. Het werd in 1790 gebouwd op de plaats van een vakwerkhuis. De eigenaar, een rijke beeldhouwer, vreesde de gevolgen van de Franse Revolutie. Hij liet daarom in zijn gevel een medaillon met een spreuk aanbrengen. 'Wij verlangen naar vrede' staat er in het Frans, de taal van de ontwikkelde burger van die tijd. 
Aan het eind van het nauwe straatje naast nummer 11, ligt het pand 'De Eikel'. Het werd als eerste in de buurt gerestaureerd, al in 1948. De gevel aan de Maaskant is een reconstructie in middeleeuwse vakwerkstijl. De steen met de uitgesneden eikel en eikenbladeren is origineel en deed vroeger dienst als straatnaambord. Links naast dit huis, aan de Houtmaas, werden in 1982 de fundamenten gevonden van één van de ronde torens van het Romeinse fort of castrum. De fundamenten zijn onderzocht en later weer toegedekt.

We lopen terug naar de Stokstraat via de Eikelstraat.

In de Stokstraat, links naast de ingang van de Morenstraat, was in 1636 de voorname herberg en brouwerij 'De Rode Poort' gevestigd. De gevel stamt uit 1739 en valt op door zijn warme, rode kleur. Het kleine cafeetje op de tegenover liggende hoek, heeft een in vakwerk uitgevoerde zijmuur. De bovenverdiepingen kragen over het Morenstraatje, typisch voor de middeleeuwen toen van afwatering nog geen sprake was.

We vervolgen onze weg door de Stokstraat.

Een deel van de panden in het Stokstraatkwartier kon bij de restauratie van de wijk niet worden gered. Zij werden gesloopt en vervangen door aangepaste nieuwbouw. Waar mogelijk werden gevels van andere locaties ingepast. Stokstraat 17 is zo'n pand en het resultaat mag er zijn. De rijk gedecoreerde winkelpui in Lodewijk XV-stijl stond oorspronkelijk in de Grote Staat.
Iets verderop, op nummer 24 ligt het voormalige handelshuis 'De Sampson'. In de zestiende en zeventiende eeuw was dit huis een van de grootste panden van het Stokstraatkwartier. Het vormde toen nog één geheel met het pand op nummer 22. De Sampson werd in 1710 helemaal vernieuwd en is een van de weinige gaaf gebleven voorbeelden van een vroegachttiende-eeuws industriepand. Het was een grutterij met rosmolen. Op de begane grond werd handel gedreven en de hoge zolder diende voor de opslag van granen. Op het achtererf bevond zich de door paarden aangedreven molen.
Naast de Sampson ligt het rijkversierde huis 'In den Steenen Bergh'. Het werd in 1669 gebouwd door de steenhouwer Stephanus Matto. De verstening van de stad was toen in volle gang en de familie Matto deed goede zaken. Het reliëf onder het middenvenster is authentiek. Het bevat de naam van het pand in een sierlijke lijst die door twee engeltjes wordt opgehouden. De figuur links stelt Sint Lucas voor, de patroon van de metselaars en steenhouwers. Rechts staat Sint Nicolaas afgebeeld, de patroon van de toenmalige parochie.

Iets verderop gaan we rechts de Plankstraat in.

De Plankstraat dankt zijn naam waarschijnlijk aan 'Die Plancke', de eerste vleeshal van de stad, waar de vleeshouwers hun waren verkochten. Oorspronkelijk liep de straat door tot aan de Wolfstraat, maar na de afbraak van de Sint Nicolaaskerk in 1838, werd de straat ingekort. Op nummer 4 ligt het huis 'In den Duysent Vrees', een fraai pand in Maaslandse renaissancestijl. Het werd in 1741 gebouwd door de schipper Dominicus Bauduin. Zijn naam staat in een chronogram boven de deur. In het midden van de gevel bevindt zich een gevelsteen met een lammetje, dat gelaten tussen een wolf en een leeuw staat. Blijkbaar was de schipper er niet gerust op dat zijn bezit een lang leven beschoren was. Of is het de vervulling van een Bijbelse profetie waarin de leeuw en het lam broederlijk naast elkaar weiden.Wanneer u rechts de hoek omslaat komen we via het Bessemstraatje het rustige plein 'Op de Thermen'.

Het smalle Bessemstraatje was vroeger een donker steegje dat toegang bood tot de tuinen achter de huizen aan de Stokstraat en de Havenstraat. In de negentiende eeuw was dit terrein bijna helemaal gevuld met wrakke achterbouwsels waarin tientallen gezinnen woonden. Na de sanering van de buurt ontstond hier het pleintje 'Op de Thermen'. Het dankt zijn naam aan het Romeinse badhuis dat hier al in 1840 bij opgravingen was ontdekt. De plattegrond van het badhuis is aangegeven in de bestrating. Het bronzen beeld 'Amazone' is van beeldhouwer Arthur Sproncken.

Via de Plankstraat gaan we weer terug naar de Stokstraat.

Terug in de Stokstraat valt de mooie gevelsteen met de zwaan op in nummer 37. Het huis 'In den Swaen' stond al in het begin van de zeventiende eeuw bekend als herberg en brouwerij. In 1774 werd het herbouwd en enkele jaren later samengevoegd met nummer 35. Waarschijnlijk werd de benedenverdieping van nummer 35 toen gebruikt als koetshuis en lag er een hooizolder boven. In de negentiende eeuw verhuisde de stalling naar het achtererf en werd het huis 'In den Swaen' één van de voornaamste woonhuizen van het Stokstraatgebied.

We vervolgen onze weg door de Stokstraat.

Rechts zien we een gevelsteen met de tekst: 'Au Renard Bon Logis', klaarblijkelijk reclame voor een hier gevestigd logement. Aan het evenwichtige beeld van de Stokstraat komt nu een abrupt einde, door de monumentale apsis van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. In de huizenrij aan de linkerkant, ongeveer op de plek waar in de middeleeuwen de enige twee toegestane bordelen lagen, valt de gevelsteen van het pand nummer 57. De steen bevat een afbeelding van een olifant die een toren op zijn rug draagt en het jaartal 1652. Deze afbeelding, typisch voor koekenbakkers, suggereert een oosterse invloed door het gebruik van specerijen.
Bijna aan het einde van de straat ziet u links Pieke zitten, een beeldje ter herinnering aan 'Pieke uit het Stokstraatkwartier', een roman van de lokale volksschrijver Bèr Hollewijn. Op de hoek van de straat, aan de rechterkant, staat een voormalig militair wachthuisje. Vlakbij stond tot 1849 de Onze-Lieve-Vrouwepoort. Naar het zuiden is de stadsmuur nog intact. Opvallend zijn de huizen die bovenop de wal zijn gebouwd. Ook de walmuur in noordelijke richting was met woningen bezet. De vóór de muur gelegen kade heet Het Bat, dat is de Waalse naam voor kade. Je komt de naam bijvoorbeeld ook in Luik tegen. Hier bevonden zich de aanlegplaatsen voor de vrachtvaart.
Via Het Bat lopen we terug in de richting van de Sint Servaasbrug.
Halverwege het Bat zien we links het Eksterstraatje. Pal in het verlengde van dit straatje, aan de Maasoever, ligt een bruggenhoofdje dat de ligging van de Romeinse brug markeert. Het leeuwtje op de sokkel is een replica van een Romeins beeld dat in 1962 bij baggerwerkzaamheden in de Maas werd aangetroffen.

Iets verderop zijn we weer terug bij de 'Mestreechter Geis', het startpunt van deze wandeling.