De stadspoorten

Van alle stadspoorten heeft alleen de Helpoort de veranderingen van de stad in de loop der eeuwen doorstaan. Ondanks het feit dat een poort vanuit verdedigingsoogpunt een noodzakelijk kwaad is, waren er tal van poorten en poortjes in de ommuringen van de stad. Om dat te kunnen zien heb je een oude kaart van de stad nodig waar de muren, torens en poorten op te zien zijn. De kaart van Braun en Hogenberg uit 1580 is zo'n kaart. (G.Braun en Fr. Hogenberg, Civitates orbis terrarum. Keulen 1572- 1617.)





De Helpoort is de enige middeleeuwse stadspoort die in Maastricht voor sloop gespaard bleef. Hier moet bij worden opgemerkt dat de Helpoort de enige landpoort is die overgebleven is.

Van de  waterpoorten zijn er wel nog meerdere overgebleven: De Reek, de waterpoort naast de Pater Vinktoren en de waterpoort naast de voormalige Sint-Pieterspoort.

De Helpoort op een aquarel door Philippe van Gulpen in de negentiende eeuw. De Helpoort heeft hier nog niet de brèteche of mezenkauw die later bij een restauratie in 1882 in ere werd hersteld. Er waren namelijk sporen van deze uitbouw gevonden. De muur naar de Maas en de Jekertoren is nog niet herbouwd, maar er liep wel een aarden wal vanaf de oostelijke poorttoren naar het zuidoosten. Dat is niet gelijk aan het verloop van de muur! Geheel rechts is het wachthuisje van de Helpoort te zien.




De Helpoort behoort tot de eerste ommuring uit de dertiende eeuw. In de Middeleeuwen droeg de poort de naam Hoogbruggepoort, omdat buiten de poort een hoge brug over de Jeker lag. De naam Helpoort ontstond pas in de achttiende eeuw en is waarschijnlijk ontleend aan het nabij gelegen huis: "In de Helle": deze huisnaam komt vaker voor bij smederijen en bakkerijen. De Helpoort is met kolenzandsteen opgebouwd en heeft een grondplan van zeven bij negen meter. De halfronde torens zijn bijna 24 meter hoog en onder de kap zijn fragmenten van kantelen teruggevonden. Het tongewelf tussen de beide torens is in baksteen vernieuwd en bezit aan de zuidzijde een uitsparing voor een valhek. De Helpoort verloor al in 1485 haar functie als belangrijke verkeerspoort. Door de bouw van de muren rond de Nieuwstad kon men door de poort nog slechts in de Nieuwstad komen en niet meer buiten de stad. De poort deed daarna onder andere dienst als kruitmagazijn en stond bij de ontmanteling van de vesting eigenlijk niemand in de weg. Dit in tegenstelling tot de andere stadspoorten die op belangrijke verkeersaders lagen.

Foto: zicht op de Helpoort en Jekertoren vanaf de Pater Vinktoren.

De Helpoort is in 1881 ingrijpend gerestaureerd onder leiding van de Rijksbouwmeester J. van Lokhorst. Het gebouw werd toen ingericht tot woning. Voor de benodigde lichttoetreding werd aan de noordzijde een groot venster gemaakt en aan de zuidzijde werd een houten uitbouw, brèteche of mezenkauw, toegevoegd op een plaats waar bouwsporen van een dergelijke erker of uitbouw zijn aangetroffen.




In het begin van de twintigste eeuw is de omgeving van de poort tussen de Pater Vinktoren en de Onze Lieve Vrouwe Wal gereconstrueerd. Het herstel van dit zuidelijke stadsfront was een initiatief van jonkheer Victor de Stuers, die zelf ook een schetsontwerp heeft gemaakt. Het uiteindelijke plan was van de architect W. Sprenger. De gehele omgeving kreeg, geheel in de tijdsgeest, een geromantiseerd middeleeuws aanzien.

Foto: Gewassen pentekening van de noordzijde van de Helpoort aan de Sint Bernardusstraat.

Het is belangrijk vast te stellen dat alle poorten van de eerste stadsmuur, met uitzondering van de Onze Lieve Vrouwepoort, bij de bouw van de tweede stadsmuur in principe hun functie verloren en dus andere bestemmingen konden krijgen en ook konden worden gesloopt. Dit was zeker het geval nadat de eerste muur ook zijn functie als reservestelling had verloren. Na het opheffen van de vesting in 1867 verloren ook de andere porten hun functie en werden zij allemaal afgebroken.