Het stadhuis van Maastricht, interieur
Als je het Maastrichts stadhuis via de trappartij binnenloopt, kom je uit in de grote centrale hal die "het Plein" wordt genoemd. Dit is sinds jaar en dag het kloppend hart van het gebouw: bestuurders en burgers ontmoeten elkaar hier. Tegenwoordig worden hier regelmatig symposia en andere bijeenkomsten gehouden.

Sinds de ingebruikname van het stadhuis in 1664 tot begin negentiende eeuw heeft het Plein, ook dienst gedaan als rechtszaal. De zittingen vonden plaats voor de trappen. In de zeventiende-eeuwse plafondschilderingen van Theodorus van der Schuer zijn deze functies van het Plein nog te herkennen.

In de plafondschilderingen zijn allerlei mensfiguren en voorwerpen te zien: ze hebben een heel specifieke betekenis en staan symbool voor allerlei menselijke normen en waarden. In het gewelf boven de ingang is de plafondschildering "De overwinning van de Deugd over de Zonde" te zien.

De Deugd wordt gesymboliseerd door twee engelen en de Zonde door een halfontklede vrouw met een tamboerijn. Aan beide kanten is nog een reeks personificaties van ondeugden te zien, die als het ware uit de hemel worden gestoten. Ze zijn herkenbaar aan hun attributen.

Links kun zie je gebroken ketens, het symbool voor razernij, aan de rechterkant zie je een brief die tweedracht symboliseert. De afbeeldingen moesten de bezoekers overtuigen dat er in dit gebouw geen plaats was voor zonden.

De schilderingen in de gewelven op van het middelste plafond verbeelden het "Goede Bestuur". In het midden is een driehoek te zien, waarin in Hebreeuwse letters de naam Jahweh is aangebracht. Dat betekent God. Daarboven is de vrouwe Justitia te zien, met haar blinddoek en zwaard.

Onder de driehoek zijn twee hoofddeugden afgebeeld: Matigheid is herkenbaar aan een toom en een bit en Voorzichtigheid aan een spiegel en een slang. In kleiner formaat zijn er tussen deze twee hoofddeugden ook nog andere symbolen te zien: Eendracht gesymboliseerd door de bundel met pijlen en Standvastigheid door een zuil.

In het linker veld van het gewelf is een personificatie van Vrede afgebeeld. Rechts is Geloof afgebeeld met als attributen een kelk en een opengeslagen Bijbel. Ze wordt geflankeerd, links door Liefde en rechts door Hoop.

Deze plafondschildering moest aantonen dat de Maastrichtse bestuurders hun werk goed deden. De schildering is het beste te zien vanonder het koepelgewelf: de plek waar recht werd gesproken. De rechters werden herinnerd aan het belang van hun integriteit. Aan de beklaagden maakte de schildering duidelijk dat het vonnis volgens Gods wil was.

De schilderingen op het koepelgewelf versterken deze boodschap. De koepel is een afspiegeling van het heelal. In de koepel worden de Vier Elementen vuur, lucht, water en aarde door Goden gepersonifieerd.

De vier elementen symboliseren samen het bovennatuurlijke. De rechtspraak vond als het ware in een door God gewilde schikking plaats. Deze schildering bracht tot uitdrukking dat het stadsbestuur, als uitvoerder van de wereldlijke macht, onderworpen was aan Gods wil.

De schilderingen en het interieur van de vertrekken rond het Plein zitten ook vol met symboliek. Het Plein werd omringd door de kamers van het stadsbestuur. De schepenkamers lagen aan weerszijden van de hoofdingang.








De linker kamer was van de Luikse schepen, nu de wethouderskamer genoemd. De rechter was van de Brabantse schepen en draagt nu de naam commissiekamer. Deze tweedeling, die de Tweeherigheid moest symboliseren is nog steeds te zien aan de wapenmedaillons boven de toegangsdeuren.

Andere belangrijke vertrekken zijn de Prinsenkamer, de Burgemeesterskamer en de Collegekamer. In alle drie de kamers hangt een schilderij dat de Tweeherigheid symboliseert.

Steeds worden de beide soevereinen voorgesteld als twee jonge vrouwen.
De Brabantse Hertog is herkenbaar aan een leeuw en een hertogskroon. De Luikse Prins-Bisschop aan de Perroen, zijn prinsenmuts en bisschopsstaf. De Prins-Bisschop zetelt aan de rechterkant van de Hertog. Dat symboliseert dat hij als geestelijk leider superieur was aan de wereldlijk leider.

Deze kamers en het Plein horen tot de belangrijkste vertrekken van het stadhuis. Ze bevinden zich op de eerste verdieping. Dit was ook de opdracht van het zeventiende-eeuwse stadsbestuur aan de architect Pieter Post.

Alle overige bestuursorganen werden op de tweede verdieping ondergebracht. Om deze ambtenaren te betrekken bij de gebeurtenissen op het Plein, ontwierp Post een open galerij.


De bronzen balusterzuilen, die de galerij markeren, zijn door de stadsbestuurders zelf bekostigd. Het aantal balusters dat men mocht schenken, was afhankelijk van de positie van de schenker in het stadsbestuur. Hoe hoger de functie, des te meer zuilen men mocht schenken. De naam, de functie en het familiewapen van de donateur zijn op de balusters aangebracht.




De verdiepingen op de begane grond, dus onder het Plein waren gereserveerd voor de minst voorname vertrekken. Hier bevonden zich de goederenopslag, de cipierskamer, de waag, de stadstimmerwerf en de wachtlokalen.






Er is ook nog een kelderverdieping. Hier bevonden zich de wijnkelder en de gevangeniscellen, de zogenoemde  "spekkamers". Dit is de Maastrichtse verbastering van het Franse "chambres des suspects", dat "kamers voor verdachten" betekent.