Het stadhuis van Maastricht
Het stadhuis van Maastricht werd in de zeventiende eeuw op de Markt gebouwd.

De plaats - midden op het plein, omsloten door de gevels van de huizen - symboliseerde de centrale positie van het overheidsgezag.

In 1932 werd de gesloten gevelrij doorbroken voor de aanleg van de Wilhelminabrug.
Maar sinds de bouw van het Mosae Forum in 2006 is de oostelijke gevelwand weer gesloten en is de Markt autovrij: het oude machtssymbool is in ere hersteld.

Als je de voorkant van het stadhuis bekijkt, vallen een paar dingen direct op: de majestueuze dubbele trap, het fronton (de bekroning van het middendeel van de gevel) en de achthoekige klokkentoren.

De symmetrische trappen spraken tot de verbeelding van veel Maastrichtenaren: de dubbele trap zou de "Tweeherigheid" van de stad symboliseren, de bijzondere bestuurlijke positie waarin Maastricht eeuwenlang verkeerde.

Tot de komst van de Fransen in 1794 werd de stad lange tijd bestuurd door de Luikse "Prins-Bisschop" en de Brabantse Hertog en hun rechtsopvolgers.




Het stadsbestuur was verdeeld in 14 Luikse en 14 Brabantse raadslieden. Volgens de hardnekkige mythe wilden noch de Luikse noch de Brabantse bestuurders als laatsten het stadhuis binnengaan. Om onenigheid te voorkomen zou de architect Pieter Post hebben gekozen voor een dubbele trap. Beide groepen konden nu tegelijkertijd, ieder via zijn eigen trap, het gebouw betreden.

Maar dat verhaal klopt niet: van onenigheid over wie van de twee heren het belangrijkst was, is nooit sprake geweest. Al in de Middeleeuwen was afgesproken dat de Luikenaren in voorkomend geval voorrang zouden krijgen. Dat was namelijk een Bisschop, een kerkelijk leider, en die stond in hoger aanzien dan een Hertog. De verklaring voor de dubbele trap is heel eenvoudig. In de 17e eeuw was dat in de mode.

Het stadhuis is een "classicistisch barok gebouw", en symmetrie is kenmerkend voor die stijl. Ook het gebruik van kapitelen, pilaren en frontons was geliefd.

















Het stadhuis kent een fraai driehoekig fronton. Hierin staat de stadsengel met het wapenschild afgebeeld met aan haar zijden Athene als godin van de tactische oorlogsvoering, en Ares als god van de bloeddorstige oorlog.

Een ander opvallend kenmerk is de achthoekige klokkentoren. Deze kwam in 1684 gereed, twintig jaar later dan de rest van het gebouw.

In de toren werd het carillon gehangen. Dit bestond uit 28 klokken vervaardigd door de befaamde Amsterdamse klokkengieter Pieter Hemony. De klokken regelden in de zeventiende en achttiende eeuw het stedelijk leven.

Voor iedere gelegenheid was er een andere klok: de uurslag gaf de tijd aan, de banklok liet weten dat het stadsbestuur een nieuw besluit had genomen en de schandklok werd geluid wanneer een misdadiger werd veroordeeld in de rechtszaal in het stadhuis.

Doordat de functie van de klokken in de loop der tijd minder belangrijk werd, werd er ook steeds minder geld besteed aan het onderhoud.

De beiaard werd twee keer gerestaureerd in 1962 en in 1997. Het carillon bestaat nu uit 49 klokken waarmee iedere melodie gespeeld kan worden. Het klokkenspel is ieder halfuur te horen. De melodie├źn worden ieder seizoen gewisseld en aangepast aan bijzondere gelegenheden.

Het exterieur van het Maastrichtse stadhuis is bijzonder, maar ook het interieur is beroemd vanwege de fraaie plafondschilderingen, wandtapijten en goudleerbehang.

Zowel het interieur als het exterieur zijn goed bewaard gebleven en stralen na meer dan drie eeuwen nog steeds het gezag van het stadsbestuur uit.