De Sphinx
Bekijk hier de dvd 'Maastrichts Aardewerk':
Een portret van een bijzondere industrie
Deel 1: Het ontstaan van de aardewerkindustrie
Deel 2: De grote Petrus Regout
Deel 3: Het vertrek van de Sphinx

Lees het verhaal 'Van drukmotief tot afbeelding'

De Sphinx sloot op 31 december 2006 haar poorten. Er kwam een eind aan meer dan 170 jaar aardewerkproductie in de binnenstad. Het fabriekscomplex van Sphinx is een plaats van herinnering geworden, een symbool voor Maastricht als industriestad.

Wie langs de hoge muur aan de Boschstraat loopt, vraagt zich allicht af: wat heeft zich daarachter allemaal afgespeeld en hoe is dat gebied tot dat dicht bebouwde gesloten industriecomplex geworden?Het hoge witte fabrieksgebouw "de Eiffel", is de grote blikvanger. De fabriek is in drie fasen in de jaren 1930-1941 gebouwd. Verder ziet men vanaf de Boschstraat het kantoorgebouw -links daarvan- uit 1956. Het kantoor wordt geflankeerd door de "Penitentenpoort". De naam van de poort herinnert aan het klooster van de zusters Penitenten dat hier ooit lag.

De poort werd de monumentale entree tot de fabrieken van Regout. Hij kon in 1863 het hele gebied van het penitentenklooster kopen om een uitbreiding van zijn fabrieken te realiseren. Naast het kantoor ligt de voormalige Sphinxzaal, nu als feestzaal Festi Village in gebruik. Deze zaal werd in 1900 gebouwd en fungeerde als "volkstheaterzaal". Daarnaast ligt de entree tot de showroom met een fraaie poort in rococo stijl.

De stad was tot diep in de negentiende eeuw omgeven door een gordel van vestingwerken. Tussen 1815 en 1830 was er in de vesting slechts weinig bedrijvigheid. Men leefde voornamelijk van het garnizoen, ambtenaren en vrije beroepen. Die investeerden niet in industriële bedrijven. Op deze prent marcheren de garnizoenssoldaten in de Boschstraat, maar aan de horizon kondigt de rokende schoorsteen de nieuwe industriële tijd al aan.

Petrus Regout begon met een kristalslijperij en een glasfabriek. Al in 1825 was hij zijn eigen kristalslijperij begonnen in de Jodenstraat. Die verplaatste hij naar zijn "kolossaal gebouw" aan de Boschstraat. In 1836 ging hij van start met aardewerkfabricage. Enkele jaren later begon hij met zijn broer Thomas een spijkerfabriek. Al deze bedrijven lagen in en om de Boschstraat. Tot in de jaren 1840 ging het die bedrijven voor de wind

Tin was eeuwenlang het gebruikelijke materiaal voor huisraad. Na 1800 werd dat vervangen door materialen als aardewerk, glas en porselein. In de Nieuwstraat had de moeder van Regout een winkel in glas en aardewerk. Petrus werkte in die winkel en ontpopte zich als een voortreffelijk handelaar.

In 1826 kocht hij een groot pand aan de Boschstraat (nummer 1303) dichtbij de Boschpoort tegenover het Bassin. Het werd de thuisbasis voor zijn bedrijvencomplex. Dat was een handige plek voor de aanvoer van grondstoffen en het transport van de producten via de Zuid Willemsvaart. Door de opkomst van Regouts industrieën kon het Bassin zich in korte tijd tot een drukke binnenhaven ontwikkelen.

Regout had in 1835 een stoommachine gekocht. Dat was de tweede stoommachine in de stad. Die plaatste hij in het nieuwe "kolossaal" gebouw, dat hij achter zijn pand aan de Boschstraat had laten bouwen. Dat was bestemd voor de 80 slijpstoelen die hij er plaatste en voor de spijkerfabriek, gevestigd op hetzelfde terrein. In 1836 ging hij zelf glas produceren en vanaf 1842 geweren, terwijl hij daar in 1846-1847 ook een gasfabriek stichtte.













De "pottekeuning" Regout kwam op voor zijn eigen belangen, maar ook voor die van zijn arbeiders. Hij bestierde zijn ondernemingen als "vader, raadgever en beschermer"; zo bouwde hij voor hen de "groete bouw", de cité ouvrière, aan de Gubbelstraat en stichtte hij onder meer een ziekenkas voor zijn personeel met wie hij tezamen in 1875 zijn gouden huwelijksfeest vierde in de tuinen van Vaeshartelt.

In 1848 raakte het aardewerkbedrijf in een economische crisis. Regout waagde een gok: de afzet daalde enorm, maar hij bleef aardewerk produceren. De voorraden namen gestaag toe. Een jaar later keerde het economisch getij. De vraag naar aardewerk nam toe; de prijzen stegen en Regout deed zijn voorraden met winst van de hand. In één klap was hij puissant rijk en zo kon hij in 1863 het hele gebied van het penitentenklooster kopen.

In de nalatenschap van de "pottenkeuning", die in 1878 overleed, werd een beeldje aangetroffen van een sphinx. Daarin zag de nieuwe generatie Regouts een bron van inspiratie. In 1879 duikt het karakteristieke Sphinx-merkje voor het eerst op aan de achterzijde van de aardewerkproducten. Twee decennia later (1899) wordt dit beeldmerkje de officiële naam van het bedrijf N.V. De Sphinx

In de laatste jaren van de 19e eeuw was het bedrijf gericht op massaproductie en snel winst maken. Vooral grote hoeveelheden ongedecoreerd witgoed zorgden voor de omzetstijging. Als gevolg van de eerste wereldoorlog viel de export weg.

Na de oorlog kon Sphinx zijn producten alleen kwijt op de binnenlandse markt, maar het assortiment was erg ouderwets. Het product moest een eigen gezicht krijgen. Die meerwaarde haalde het bedrijf uit nieuwe moderne ontwerpen; zo ontstond de herkenbare Sphinx-stijl en dat was de reden voor de groei van De Sphinx tot de tweede wereldoorlog.

Vanaf 1925 begon de groei van de sanitairproductie. De aardewerkproductie werd steeds minder belangrijk tot ze werd gestopt in 1969. In 1927 besloot de directie een sanitairfabriek te bouwen. Dat werd het Eiffelgebouw met zijn zeven verdiepingen, gesitueerd op de plaats van de glasfabriek die in 1925 was gesloten.

Eiffel I was klaar in 1929: 33 meter hoog, 20 meter breed en 60 meter lang. De Maastrichtenaren vonden het een echte "wolkenkrabber" in gewapend beton. In 1930 kwam Eiffel II gereed en in 1941 Eiffel III, gebouwd in een staalskeletconstructie.

Het Eiffelgebouw is een voorbeeld van de bouwstijl die Nieuwe Zakelijkheid wordt genoemd. In 1929 en 1930 werden aan beide kanten van de Eiffel negen nieuwe ovens geplaatst Drie jaar later besloot men de ovens ten oosten van de Eiffel te vervangen door een tunneloven. Veel negentiende eeuwse bouwsels moesten wijken voor de Eiffel en de tunnelovens.

Nog in de jaren 1950 werden aan de Maagdendries vijftien nieuwe ovens met vijf schoorstenen gebouwd en tevens werden daar zeven nieuwe arbeidershuisjes gebouwd. In dezelfde periode (1950) werd de showroom en het kantoorgebouw (1956) opgeleverd.

Rond 1970 was het woud van schoorstenen op het terrein gereduceerd tot nog maar een handjevol. De laatste schoorsteen werd in 1992 neergehaald, terwijl de tunnelovens in de jaren tachtig al waren verwijderd.

In 1958 besloten de concurrenten Sphinx en Société Céramique tot een fusie. Een jaar later bij het 125 jarig bestaan van Sphinx in 1959 kreeg het bedrijf het predikaat "Koninklijk". De fusie betekende een ingrijpende reorganisatie en mechanisering van de productie van de aardewerkdivisie.

In de jaren 1960 liep de afzet van serviesgoed dramatisch terug. Dat leidde in 1969 tot sluiting van de aardewerkdivisie. Sphinx zette de productie van sanitair, tegels en badkamermeubilair op die plek in de stad voort tot 31 december 2006.

Tot het unieke industrieel Sphinx-erfgoed behoren de gebouwen A, B en C en de "Eiffel". Het Sphinxterrein omvat prachtige voorbeelden van industriële bouw van circa 1880, 1930 en de jaren 1950, want ook het kantoorgebouw met zijn sobere architectuur en de showroom vertellen hun verhaal, waarbij het accent niet meer ligt op primaire productie maar op dienstverlening.