Sint Servatius
In de nadagen van het Romeinse Rijk, zo gaat het verhaal, bracht de heilige Servatius het christelijke geloof naar deze streken. Sommigen meenden dat hij uit het oosten kwam. Anderen beweerden dat hij verwant was aan Christus. In de loop van de eeuwen zijn tientallen dikke boeken over Servatius volgeschreven. Maar wat we feitelijk van hem weten, is in een paar zinnen verteld.

Vast staat dat een zekere Servatius, 'bisschop van de Tongeren', rond het jaar 350 deelnam aan enkele kerkvergaderingen. Vast staat ook dat hij in Rome bemiddelde in een conflict tussen twee kandidaten voor de keizertroon. Vervolgens werd niets meer van hem vernomen.

De Franse bisschop Gregorius van Tours was niet bekend met het leven van Servatius, toen hij twee eeuwen later over hem hoorde praten. Teruggekeerde pelgrims wisten hem te vertellen dat Servatius in Maastricht begraven lag. Er vonden wonderen plaats rond zijn graf. Gregorius onderzocht de zaak en schreef erover in een van zijn boeken. Hij kwam te weten dat Servatius bisschop was geweest in Tongeren.




In Rome zou de apostel Petrus aan hem zijn verschenen en hem hebben verteld dat zijn stad zou worden verwoest. Meteen toog Servatius naar huis, pakte zijn spullen en vertrok naar de Maasstad. Hij overleed er korte tijd later. Jaren na zijn dood trok zijn graf zoveel vereerders, dat één van zijn opvolgers er een stenen kerk liet bouwen. Die kerk was de voorloper van de huidige Sint Servaaskerk.






Het korte verhaal van Gregorius van Tours is in de loop van de eeuwen voortdurend verfraaid en aangevuld, steeds met het doel de heiligheid van Servatius te benadrukken. Het bezit van een heiligengraf was in de middeleeuwen tenslotte een rijke bron van inkomsten. Tegen het eind van de twaalfde eeuw verschenen de eerste levensbeschrijvingen van Servatius in de volkstaal.

Een van de oudste en meest beroemde is de 'Sint Servaes Legende' van de 12e eeuwse dichter Henric van Veldeke. Al die verhalen lokten steeds meer gelovigen naar Maastricht. Vooral tijdens het jaarlijkse grote Servaasfeest in mei, was de toeloop groot. In tal van Europese landen zijn souvenirs teruggevonden die de pelgrims in die dagen uit de stad van Servaas hebben meegenomen.

In de loop van de dertiende en veertiende eeuw werden in veel West-Europese steden zogenaamde 'Heiligdomsvaarten' georganiseerd. Deze reizen naar de heiligdommen brachten enorme aantallen pelgrims op de been. In Maastricht gebeurde dat om de zeven jaar. De vaart op Maastricht begon altijd op 9 juli en duurde twee weken. De gelovige die tijdens die weken een bezoek aan het graf van de heilige bracht, verdiende een aflaat. Daarmee kon hij de tijd die hij na zijn dood in het vagevuur moest doorbrengen flink verkorten. Zodat hij sneller in de hemel kwam.


Hoogtepunt van de Maastrichtse heiligdomsvaart, was de toning van voorwerpen die aan Servatius zouden hebben toebehoord. Dat gebeurde vanaf de dwerggalerij van de Sint Servaaskerk aan het Vrijthof. Na afloop was er kermis.

In de zestiende eeuw verminderde de belangstelling voor de Maastrichtse heiligdomsvaart snel. Hetzelfde gebeurde met het geloof in de wondere krachten van Sint Servatius. Het was de tijd van de Reformatie. Katholieken vonden het niet verstandig te koop te lopen met hun geloof. Pas in de negentiende eeuw werden de overblijfselen en eigendommen van Servatius weer in de kerk vertoond.

Sinds 1874 is ook de heiligdomsvaart in ere hersteld en verschenen er weer nieuwe vertalingen en bewerkingen van de legende van Sint Servaas. En ook nu wordt nog regelmatig over hem geschreven. Over de échte bisschop Servatius weten we nog steeds vrijwel niets.