Sint Servaaskerk
Vanaf het Vrijthof zien we twee kerken pal naast elkaar liggen. Rechts de robuuste Sint Servaas en links de slanke en veel jongere Sint Jan. Ze worden van elkaar gescheiden door een smal straatje dat "Het Vagevuur" wordt genoemd. Die naam herinnert aan de tijd dat de katholieken hun Sint Janskerk afstonden aan "de protestanten".

Als we staand in het verlengde van het Vagevuur goed kijken naar de Sint Servaaskerk herkennen we verschillende bouwstijlen. De kerk zoals hij hier nu staat is dan ook over een lengte van eeuwen ontstaan en is verschillende keren uitgebreid en aangepast, telkens volgens de op dat moment geldende smaak. De kern wordt gevormd door de grote driebeukige basiliek, gebouwd op de plek van het graf van Sint Servaas.

Tijdens de laatste restauratie, in de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw, zijn in de kerk opgravingen verricht die de fundamenten van eerdere kerken hebben blootgelegd. De oudste sporen stammen uit de zesde eeuw. De huidige kerk is grotendeels in Romaanse stijl opgetrokken uit zandsteen en mergel, materialen die hier in de regio ruim voor handen waren.

Met de bouw werd rond het jaar 1000 begonnen. Uit de eerste bouwfase stammen grote delen van het schip, de zijbeuken en het koor. De Servaaskerk was in die dagen een echte pelgrimskerk, met omgangen rond het koor die toegang gaven tot het graf van Sint Servaas.

Tijdens de tweede bouwfase, amper vijftig jaar later, werd het dwarsschip aangelegd. Zo ontstond het huidige grondplan van de kerk dat de vorm heeft van een kruis. De omgangen maakten plaats voor een aantal kapellen. Twee hoge portalen vormden de toegang vanaf het Vrijthof.

De derde bouwfase ging rond 1160 van start en was vooral bedoeld om het gebouw een meer monumentaal aanzien te geven.
(De kerk trok pelgrims uit alle delen van Europa en stond in hoog aanzien bij de Duitse keizers). Eerst werd het priesterkoor aan de Vrijthofzijde vervangen door een halfronde apsis en flankerende torens. De apsis heeft een zogenaamde "dwerggalerij" vlak onder de dakrand.

Vóór het einde van de 12e eeuw werd ook het imposante Westwerk voltooid en bekroond met twee robuuste torens. Binnenin doet het Westwerk op kerkniveau dienst als tweede priesterkoor. Op de eerste verdieping bevindt zich een galerij, bestaande uit bogen op ronde zuilen met gebeeldhouwde kapitelen. Een trap voert naar de bovenste verdieping, die uit één grote ruimte bestaat: de Keizerzaal. Na voltooiing werd de Servaaskerk nog verschillende keren aangepast.

Begin dertiende eeuw werd aan de zuidwestzijde het Bergportaal aangebouwd. Deze rijkversierde toegang zien we aan het eind van het Vagevuur en is waarschijnlijk het eerste gotische bouwwerk in Nederland.

In de vijftiende eeuw werden de zijbeuken uitgebreid met veertien gotische kapellen. Rond de pandhof lag een houten kloostergang uit de elfde eeuw, deze werd vervangen door een gang van steen in gotische stijl. In het kerkgebouw kwamen grotere vensters en er kwam een stenen gewelf in plaats van het oorspronkelijke houten plafond. Om de druk van het gewelf te dragen werden aan de buitenkant luchtbogen toegevoegd.

In de achttiende eeuw werd de kerk ingericht in barokstijl en van een witte pleisterlaag voorzien. Ook de buitenkant kreeg een nieuw aanzicht. De twee torens van de westbouw werden namelijk over de gehele hoogte met elkaar verbonden en voorzien van drie barokke torenbekroningen, die we alleen nog maar kennen uit afbeeldingen.

Tussen 1870 en 1890 werd de Servaaskerk onder leiding van de Roermondse architect Pierre Cuypers ingrijpend gerestaureerd. Cuypers had een middeleeuws ideaalbeeld voor ogen en herschiep de kerk, zowel van binnen als van buiten, in neogotische stijl. Zijn ingrepen lokten heel wat discussies uit. Cuypers bouwde ondermeer het Rijksmuseum en het Centraal station van Amsterdam en de Limburger gold als de belangrijkste Nederlandse architect van zijn tijd.





Toch zijn tussen 1981 en 1993, tijdens de jongste restauratie van "de Servaas", veel van Cuypers' veranderingen verwijderd. Ook zijn de ingangen aan het Vrijthof in ere hersteld, en voorzien van nieuwe bronzen deuren. Door het herstel van de vijftiende-eeuwse beschildering oogt het interieur van de kerk weer helder en fris, klaar om nieuwe eeuwen te trotseren.