In het begin van de twintigste eeuw werkte ongeschoolde Maastrichtenaren in de fabrieken voor een laag loon. De woonomstandigheden waren slecht. Hygiëne liet te wensen over. Cholera en tyfus hadden vaak vrij spel.
Onder aanvoering van Willem Vliegen (1862-1947) kwam het socialisme op. Vliegen wilde de arbeiders zelfbewust maken, maar ook de katholieke kerk vocht voor betere leefomstandigheden. Bij de gemeenteraads-verkiezingen van 1920 bleek dat de socialistische ideeën aanhang vonden onder de bevolking. Toch kreeg 'rood' pas invloed in de gemeentelijke politiek na 1945.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd de stad overspoeld door 14.000 Belgische vluchtelingen waardoor de bevolking bijna verdubbelde.

In de eerste helft van de twintigste eeuw werden in Maastrichtse nogal wat arbeidsconflicten uitgevochten. Berucht zijn de stakingen van 1919 en 1929 bij de Maastrichtse Zinkwitmaatschappij.
Hoonger, hoonger!
Toen de nood tijdens de Eerste Wereldoorlog in april en mei van 1917 zijn hoogtepunt bereikte, trokken de Maastrichtenaren gezamenlijk naar het huis van burgemeester Van Oppen in het Villapark. Ze verzamelden zich voor zijn deur en scandeerden voortdurend "Hoonger, hoonger!".
Arbeid in de slop

In 1920 annexeerde Maastricht de randgemeenten Sint-Pieter en Vroenhoven, evenals delen van de gemeente Gronsveld (Heugem), Heer en Meerssen. De Maastrichtse industrie werd steeds minder belangrijk, terwijl de dienstensector slecht ontwikkeld was. Helaas was de doorsnee Maastrichtenaar laag geschoold.
De bevolkingsgroei in Maastricht was laag In 1914 telde de stad bijna veertigduizend inwoners; in 1942 bijna zeventigduizend.

Woningen nood
Maastricht werd op tien mei 1940 ingenomen door de Duitsers. Het Maastrichts garnizoen blies 's morgens om zes uur alle bruggen, de spoorbrug, de Wilhelminabrug en de Sint Servaasbrug op. Deze poging om de opmars van de vijand te staken was vergeefs. Maastricht werd op 14 september 1944 als eerste stad van ons land door de Amerikanen bevrijd. Ofschoon de oorlogsschade aan het woningenbestand meeviel, duurde de na-oorlogse woningnood in Maastricht het langst van ons land, tot medio de jaren 1970. Tijdens de wederopbouw jaren veranderde er niet veel in de verzuilde Maastrichtse samenleving. De Katholieke Volks Partij had het voor het zeggen. Het mandement van de bisschoppen uit 1954 verbood katholieken alle toenadering tot het socialisme.De gevolgen van dat mandement heeft Sjeng Tans, praktiserend katholiek, sociaal democraat, mede oprichter van de Partij van de Arbeid en founding father van de Maastrichtse universiteit, aan den lijve ondervonden.

Kerk en staat
In de jaren zestig traden grote religieuze en maatschappelijke veranderingen op. De kerken liepen leeg in de jaren zeventig als gevolg van ontzuiling en onkerkelijking. De babyboom van 1945 tot 1960 deed het aantal gezinnen dat een woning nodig had gestaag groeien. Expansie van de stad werd in de periferie gezocht en in sanering van de verpauperde binnenstad. Het Stokstraatkwartier werd gerestaureerd. Het saneringsplan voor de binnenstad werd in de jaren zestig uitgevoerd. Het Stokstraatkwartier ging op de schop. De bewoners werden ondergebracht in zogenaamde "woonscholen" zoals het Ravelijncomplex om ze op te voeden tot fatsoenlijk wonen.

Kennis stad
De komst van de universiteit naar Maastricht in 1976 maakte dat de identiteit en het imago van de stad veranderden. In het voormalige Jezuïetenklooster aan de Tongersestraat gingen in 1974 de eerste vijftig studenten geneeskunde van start. Op 9 januari 1976 tekende koningin Juliana de oprichtingsbul van de Rijksuniversiteit Limburg, thans de Universiteit Maastricht. Door de komst van de universiteit met het unieke systeem van probleem georiënteerd onderwijs, is Maastricht uitgegroeid tot een kennisstad. Studenten en hoogopgeleiden kwamen er nu wonen.

Expansie
Maastricht is ook gegroeid naar een ander nieuw imago: Europese stad. Twee keer werd er een internationale Eurotop is gehouden in 1981 en 1991. Het Verdrag van Maastricht, waarbij de landen van de Europese gemeenschap besloten een gezamenlijke munteenheid in te voeren - een realiteit sedert januari 2002 - heeft de stad internationaal op de kaart gezet.
De bevolking bestaat thans uit mensen met verschillende opvattingen, levensovertuigingen en achtergronden. Het is niet meer een homogeen katholieke stad. In 1986 verloren de christendemocraten (CDA) voor het eerst van de sociaal democraten (PvdA).
Het stadsterritorium is gegroeid. In 1970 vond een annexatie plaats van Heer en Amby , Borgharen en Itteren.

De stedelijke expansie maakte grote infrastructurele werken nodig: wegen en vooral bruggen zoals de J. F. Kennedybrug (1968) en de Noorderbrug (1984) en (2003) de voetgangers- en fietsersbrug, de Hoeg Bröck. De prestigieuze wijk Céramique is aangelegd op het terrein van de voormalige aardewerkfabriek Société Céramique.
Hollanders
Maastricht ging wel steeds meer bij het koninkrijk der Nederlanden behoren. De Maastrichtenaar bleef zich in de eerste plaats Maastrichtenaar voelen en had weinig affiniteit met het Haagse bestuur. De bemoeienis van "Hollanders" werd meestal niet gewaardeerd.
Verdrag van Maastricht
Op 9 en 10 december 1991 vond er een Topconferentie van Europese regeringsleiders plaats in Maastricht. De top ging over de monetaire en politieke unie. In Maastricht werd besloten dat een groot deel van de Europese landen samen een Europese Unie zou gaan vormen. Ook werd besloten een gezamenlijke munt in te voeren de Euro. In 2002 werd deze nieuwe munteenheid ingevoerd. Het Verdrag van Maastricht werd op 7 februari 1992 ondertekend. Hierdoor staat Maastricht voorgoed op de Europese kaart.