Onze Lieve Vrouwekerk
Maastricht staat bekend om zijn gezellige pleinen. Het intieme Onze Lieve Vrouweplein is een van de bekendste. Het plein wordt gedomineerd door de robuuste middeleeuwse gevel van de Onze Lieve Vrouwekerk.

De eerste bronnen waarin de Onze Lieve Vrouwekerk wordt genoemd, dateren uit het einde van de elfde eeuw. Over de tijd daarvoor weten we weinig met zekerheid. Een theorie is, dat de kerk is gebouwd op de resten van een Romeinse tempel. Aangezien er nooit opgravingen zijn gedaan in de kerk (wel om de kerk), weten we hier het fijne niet van. Wel weten we dat de oudste kerk op deze plek, uit het einde van de vijfde eeuw stamt en daarmee waarschijnlijk de eerste Christelijke kerk in Nederland was. Bijzonder zijn de twee grote grijze hoekstenen in de basis van het westwerk. Zij zijn afkomstig uit het Romeinse fort dat hier stond. De kerk is gebouwd tegen de buitenmuur van het Romeinse "castrum", de oudste stadskern.

Van de vijfde tot de achtste eeuw zetelden de bisschoppen van Tongeren en Maastricht in de Onze Lieve Vrouwekerk. Daarna was het eeuwenlang een "kapittelkerk".

In de Franse tijd werden kerken en kloosters gesloten. De "slevrouwe" diende zelfs een poos als militaire smederij en paardenstal. De Onze Lieve Vrouw heeft in de loop der eeuwen veel verschillende gezichten gekend. In 1933 werd ze op gezag van de Paus verheven tot "Basilica minor".

De Onze Lieve Vrouwekerk is een mooi voorbeeld van Romaanse bouwkunst. Kenmerkend voor deze Middeleeuwse bouwstijl zijn in de eerste plaats de zware, robuuste muren die het gebouw een gesloten karakter geven. De muren hadden in die tijd nog primair een dragende functie. Daarom zijn er maar weinig ramen; hooguit kleine ronde raampjes of rondboogvensters.

Door de kleine ramen hebben Romaanse bouwwerken een tamelijk donker interieur. De rondboog, het tongewelf en het kruisgewelf zijn typisch Romaanse interieurkenmerken.

In de Gotische bouwkunst, vanaf ongeveer de twaalfde eeuw, werden kerken door het gebruik van spitsbogen en nieuwe gewelfconstructies steeds hoger, met grotere ramen.

De kruisvorm in de plattegrond is te danken aan de dwarsschepen of transepten. Dit principe ontstond in de Romaanse tijd.

Bijzonder aan deze kerk zijn de twee "pseudotransepten", waardoor de kerk eigenlijk drie dwarsschepen heeft in plaats van één.

Ook door de crypte onderscheidt de Onze Lieve Vrouw zich van andere Romaanse kerken. In deze ruimte bevinden zich de oudste kapitelen van de kerk. Door deze crypte beschikt de kerk, en dat is bijzonder, over een west- en een oostkoor. Het oostkoor is bekend vanwege de prachtig gebeeldhouwde kapitelen.

De Gotische Mèrodekapel naast de Onze Lieve Vrouwekerk herbergt sinds 1903 de grote trots van Maastricht: de Sterre der Zee.

Van heinde en verre komen mensen dit bijzondere houten beeld uit de 15e eeuw bewonderen: ze steken er een kaarsje aan en bidden tot Maria.

Ieder jaar tijdens de "bidweg", een traditie die voortkwam uit het processieverbod van 1632, wordt een replica van het beeld door de stad gedragen. Het beeld is 1 van de 4 stadsdevoties van Maastricht.

In de kerk zelf, staat bij de uitgang het beeld van St. Christoffel die het Jezuskind op zijn schouder door een rivier draagt. Het houten beeld is van de Middeleeuwse beeldhouwer Jan van Steffeswert (ca. 1470-1525).
De mensen geloofden dat ze door Christoffel te groeten op die dag niets zou overkomen. Christoffel was één van de veertien zogenoemde "noodhelpers".

Een andere "noodhelper" die centraal staat in de Onze Lieve Vrouwekerk, is St. Barbara. De legende wil dat zij door haar heidense vader werd opgesloten in een toren. Toen haar vader haar wilde onthoofden (omdat zij zich tot het Christendom had bekeerd) werd hij door de bliksem getroffen.

Naar deze heilige is de Barbaratoren, de zuidoostelijke apsistoren, genoemd. In deze toren werden het kapittelarchief en de archieven van de stad bewaard.
Tot 1664 werd hier de Alde Caerte bewaard, het document waarin de tweeherigheid van de stad was vastgelegd.