De Noodkist
Wanneer de stad Maastricht in grote nood verkeerde - bij belegeringen, epidemieën of grote droogte - werd deze rijk versierde kist door de stad gedragen. De kist ging dan "op tournee" langs alle kerken van de stad, in de hoop dat het gevaar werd afgewend. Aan dat gebruik dankt hij zijn bijnaam "De Noodkist". Voor zover bekend gebeurde dit voor het eerst in 1409, toen Maastricht door Luikse troepen werd belegerd.





De kist stamt uit de 12e eeuw en is een zo genoemd "reliekschrijn", een soort schatkist waarin overblijfselen van een heilige worden bewaard. De Noodkist is gemaakt van eikenhout, dat helemaal bedekt is met verguld koper en bezet met kristallen en edelstenen. Hij geldt als één van de hoogtepunten in de Romaanse smeedkunst van het Maasland.





In de kist bevindt zich een deel van het gebeente en overblijfselen van de kleding van de heilige Servaas. Ook worden er relieken van andere (veronderstelde) bisschoppen van Tongeren en Maastricht in bewaard.

Al in de middeleeuwen richtte de verering van Sint Servaas zich vooral op diens graf en deze "Servatiusschrijn". De kist keeg daarom een ereplaats achter het hoofdaltaar in de Sint Servaaskerk. Hij stond op een verhoging zodat iedereen hem goed kon zien.

Tegenwoordig kan de kist het hele jaar door van dichtbij bewonderd worden in de "Schatkamer van Sint Servaas". Ook wordt hij nog af en toe in processie door de stad gedragen, met name tijdens de zevenjaarlijkse heiligdomsvaart.

Het centrale thema van de voorstellingen op de kist is "het Laatste Oordeel", het vonnis dat op het einde van de wereld over alle mensen wordt uitgesproken. De zogenoemde voorgevel toont Christus, de opperrechter, gezeten op zijn troon.








De zijpanden verbeelden elk zes apostelen, de mederechters van Christus. De voorstellingen op de schuine "dakvlakken" zijn helemaal gewijd aan de voltrekking van het Laatste Oordeel. Op het vlak rechts van Christus worden in medaillons de "uitverkorenen" uitgebeeld.




Op de tussenliggende gedeelten worden de uitverkorenen door "engelen" opgeroepen op te staan uit het graf. Ze worden vervolgens gekroond. Het linker dakvlak toont de verdoemden, de afweging van hun daden en de voltrekking van hun straf. Twee ruggelings naar elkaar toegekeerde engelen ontdoen de ongelukkigen van hun doopkleed.

 

Sint Servatius tenslotte siert de korte sluitzijde, vergezeld van twee engelen die hem het kleed van onsterfelijkheid omhangen.