De versterking van de Nieuwstad
Op deze kaart die de situatie na het bouwen van de eerste en tweede stadsmuur in de dertiende en veertiende eeuw toont, zijn de eerste en de tweede ommuring aan de zuidkant van Maastricht te zien. De Nieuwstad is nog niet te zien en de Jeker stroomt nog netjes voor de Helpoort langs. De Helpoort was een zwak punt in de verdediging van Maastricht want het gebied voor deze poort was onbeschermd omdat het in Luikse en niet in Maastrichtse handen was. Maastricht had hierdoor buiten de poort geen jurisdictie en kon zo dus ook geen vrij schootsveld garanderen of vrij zicht op het omringende land. Verdedigingstechnisch voldeed de Helpoort wel nog, nieuwe poorten werden immers in grote lijnen naar hetzelfde model gebouwd in de tweede stadsmuur en pas later uitgebouwd, gemoderniseerd en versterkt. Hetzelfde probleem met Luiks gebied, direct voor muren en poort, speelde bij de Sint Pieterspoort waardoor er in dit hele gebied sprake was van ongeregeldheden waar de stad vanaf wilde komen.
.jpg)
Door het aanslibben van grond komt de Jeker verder van de poort te liggen. (Enkele tientallen meters.) Volgens Romeins recht, waar in die periode vaak naar terug gegrepen wordt, zijn de tientallen meters aangeslibde grond Maastrichts grondgebied geworden.

In 1456 kan Maastricht een muur bouwen op de nieuwe noordoever van de Jeker. Uit een raadsbesluit uit 1454 blijkt dat de Helpoort overigens al zo ver versmald was dat er amper een man te paard door kon. Er waren dus al moeilijkheden en nu werd de poort afgesloten van het voor de nieuwe muren gelegen gebied. De nieuw opgetrokken verdediging wordt "Het Nieuwe Bolwerk" genoemd.
.jpg)
Restanten van de muur van "Het Nieuwe Bolwerk" zijn te zien waar de Jeker voor de papiermolen 'Het Ancker' door stroomt, die beter bekend staat als "het Pesthuis". De molen is daarmee naar de pestbarakken gaan heten die in het aangeslibde gebied stonden achter het klooster van de Minderbroeders, de Franciscanen. Pestlijders werden tijdens epidemieën uit angst voor besmetting in hun eigen huis opgesloten. Cellenbroeders begroeven 's nachts in alle stilte diegenen die aan de gevreesde ziekte bezweken. Vanaf 1471 werden de zieken ook wel naar het houten pesthuis naast de Pater Vinktoren gebracht. Deze plek, waar heel wat werd afgeleden en gestorven, werd ook wel 'het Paradijs' genoemd. De ziekte sloeg regelmatig over naar de Franciscanen, maar had dus niets met de papiermolen van doen.De stad Maastricht was niet zeker van de werking van de nieuw aangelegde verdediging. Tijdens een periode in 1465, als een opstand van de Luikse bevolking tegen de Luikse prinsbisschop Lodewijk van Bourbon dreigt, staan de inwoners van het Luikse Sint Pieter aan de kant van de opstandelingen, terwijl Maastricht de zijde van de Luikse heer kiest. In deze onrustige periode wil Maastricht een vrij en overzichtelijk schootsveld hebben richting het zuiden. De bebouwing van Sint Pieter wordt daarom platgebrand.Al die tijd gaat het proces van aanslibben gewoon verder en ontstaat opnieuw de situatie dat er stukjes Maastrichts grondgebied voor de muren van de stad ontstaan. Het zijn echter stukken waar de stad niet zo veel mee kan beginnen voor de verdediging. En ondanks protesten van de Maastrichtenaren bouwen bewoners van Sint Pieter toch weer opnieuw huizen voor de stad.
.jpg)
De stad Maastricht neemt nu het recht in eigen hand en annexeert in 1486 een deel van het grondgebied van Sint Pieter. Kort tijd later vlucht een andere Luikse prinsbisschop, Jan van Horn, naar Maastricht. Ook hij had het aan de stok met zijn onderdanen. Om zijn gewapend gevolg te kunnen betalen vraagt hij de Maastrichtse (Indiviese) Raad om een lening van vierduizend gulden. Hiervoor zal hij bij een eventueel vertrek uit de stad tweehonderd ruiters achterlaten. Ook verleent hij zijn goedkeuring aan de inbezitneming van het geannexeerde gebied, de zogenaamde Nieuwstad. Een naam die vanaf deze tijd officieel wordt.

In 1516 wordt in de Nieuwstad begonnen met de bouw van het rondeel "Haet ende Nijt" en enige tijd later het rondeel "De Drie Duiven", dat later Vijf Koppen genoemd wordt. De nieuwe naam volgt op de tentoonstelling van de hoofden van de vijf terechtgestelden bij het zogenaamde verraad van 1638, boven op het rondeel. Bijzonder aan de bouw van de twee rondelen is dat ze zijn berekend op het nieuwe vuurgeschut dat in Europa in opmars was. Het zijn daarmee vroege voorbeelden van dergelijke vestingwerken in onze contreien en in feite een tussenvorm tussen de oude middeleeuwse muren en torens en de latere gebastioneerde stelsels. In het verloop van de nieuwe muur werden overigens ook nog twee 'ouderwetse' muurtorens gebouwd. Op en in de rondelen kon verdedigend vuurgeschut worden opgesteld.

Het rondeel 'de Vijf Koppen' getekend door Philippe van Gulpen omstreeks het midden van de negentiende eeuw.De Maastrichtse vesting en de twee rondelen worden met elkaar verbonden door muren, de zogenaamde courtines. Hiermee is ook dit deel van de Maastrichtse verdedigingswerken op sterkte.
De rondelen werden voorzien van dubbele kazematten waarvan die van "Haet ende Nijt" allebei de tand der tijd hebben doorstaan. Van het rondeel de Vijf Koppen bleef de onderste kazemat bewaard. Hier is de bovenste kazemat van "Haet ende Nijt" te zien.
Boven de ingang van de bovenste kazemat bevindt zich een hardstenen sluitsteen die met de ster van de stad getooid is. Deze ster verwijst naar de rol van de stedelijke overheid bij de bouw.
Boven deze ingang is een hardstenen gedenksteen uit 1516 in het mergelstenen metselwerk van de kazemat geplaatst waarop een gedicht gebeiteld staat."(Haet) en Nyt ben ich ghenant, minen vianden ben ich onbecant, Ende oc volmaeckt, als men mach zien, (Bi meister) Herman in den Zarazien, Doe men (screef) ….voerwaer
Duysent vijf hondert ende sestien jaer." De Zarazien, oftewel de Sarazijn, was een huis in de Muntstraat.
Niet alleen de twee rondelen en de door de Poort Waerachtig onderbroken courtine bleven bewaard, maar ook een deel van de aansluitende muur tussen Vijf Koppen en Jekertoren en de waterpoort naast de voormalige Sint-Pieterspoort.

In 1888 wordt in dit stuk muur een poort (de poort Waerachtig) gemaakt om een doorgang te krijgen naar het buiten de muur gelegen Villapark.
De poort Waerachtig aan de stadszijde gezien. Het ontwerp is van de hand van de Maastrichtse pleitbezorger van een goede monumentenzorg: Jonkheer Victor de Stuers (1843-1916). Er komen ook kantelen op de muur boven de poort te staan.
De inscriptie aan de rechterkant van de poort aan veldzijde. Het betreft een gedicht ter gelegenheid van de opening van de poort Waerachtig dat net als het ontwerp van de poort zelf, ook van de hand van Jonkheer Victor de Stuers is. "In achtienhonderd acht en tachtig, Is deze poort gebouwd, waerachtig, Vreest God, eert den koning, doet uw plicht, De Heer bescherme de stad Maastricht." De poort dankt er zijn naam aan.En Maastricht zou Maastricht niet zijn als niet in 1936, het naar beneden storten van de kantelen, met een gedicht in de carnavalskrant gehekeld werd. "In 't jaar zes-en-dertig na negentienhonderd, Zijn de kantelen naar ondere gedonderd, Vrees niet, betaal uw belasting, doet uw plicht, De gemeentewerken beschermen Maastricht."
Maar niet alleen gemeentewerken beschermen de stad Maastricht, ook deze beschermengel en drager van het stadswapen doet dat, aan de linkerzijde van de poort Waerachtig, tot op de dag van vandaag.Meer informatie over de Nieuwstad is te vinden in een deel van de reeks Maastrichts Silhouet: 15. Helpoort en Nieuwstad.