Na de Romeinen
In de vierde eeuw nam het Romeinse gezag af. Er ontstond onrust in het tot dan toe redelijk rustige en welvarende Maasgebied. De Romeinen maakten afspraken met de Franken: de Germanen mochten hier komen wonen als ze huursoldaat werden. Als loon kregen ze wapens, graan, geld en grond.

Toen de macht van Rome steeds meer afnam werd de positie van de huursoldaten onduidelijk. Ze gingen zelf op zoek naar voedsel en kostbaarheden. Ze verschansten zich in Maastricht en verplichtten de boeren hun graan en vee af te staan in ruil voor "bescherming". Dat gaf onrust.De bevolking nam af: er werd gemoord en geplunderd. Mensen vluchtten weg.

Sommige krijgsheren kregen zo steeds meer land in bezit.
Het merovingische Rijk
In de 6e eeuw brachten de Merovingers brachten weer rust in het Maasgebied, het aantal bewoners steeg.

In de zevende en achtste eeuw brokkelde het Merovingische Rijk langzaam af.Waarschijnlijk was Maastricht het middelpunt van de kerstening die de Merovingen in het gebied uitvoerden.

Het Merovingische Rijk reikte rond 600 van het gehele Maasdal tot Nijmegen en een eeuw later hoorden ook gebieden van boven de rivieren tot het rijk.De oorzaak was de uitputting van de schatkist. Bovendien waren de laatste Merovingische koningen niet zo'n krachtige leidersfiguren als Clovis ooit was. Hierdoor kon de Karolingische familie, die al lange tijd belangrijke functies binnen het Merovingische Rijk bekleedde, meer macht naar zich toe trekken.Maastricht behoorde in de Merovingische tijd toe tot het deel van het Frankenrijk dat Auster heette.
Christendom
In de vierde eeuw bestond er al een christelijke gemeenschap
Uit de vijfde eeuw dateren twee grafstenen afkomstig uit de Sint-Servaaskerk. De kerk vond zijn oorsprong in het grafkapelletje dat na de dood van bisschop Servatius op zijn graf, ter hoogte van het huidige Vrijthof werd geplaatst. In 550 bouwde bisschop Monulphus een kerk op het Vrijthof.

Vanaf het einde van de zesde eeuw woonde  er een Bisschop in Maastricht.
Onze lieve vrouwekerk
De Onze Lieve Vrouwekerk was in de vroege Middeleeuwen de belangrijkste kerk van destad. Het was de parochiekerk voor de niet-geestelijken. Het eerstestadscentrum groeide rond deze kerk.
Handelscentrum
Maastricht was in de vroege Middeleeuwen nietalleen een religieus centrum, maar ook een handelscentrum. Sinds deMerovingische Tijd bevond zich in de stad een Frankisch tolkantoor.Bovendien werd er in de Maasstad munt geslagen. De Maastrichtse muntenzijn in heel West-Europa teruggevonden. Ook in Rusland zijn muntengevonden. De stad kreeg de belangrijke handelspositie door haargunstige ligging aan de Maas. De rivier was de verbindingsweg tussenhet Frankenland en het land der Friezen.
Sint Servaaskerk
Rond de Sint-Servaaskerk, groeide in de Merovingische tijd een nieuw machtscentrum; de tweede kern van de stad, rond het huidige Vrijthof. Er werd een "palts"gebouwd, een koninklijke residentie. Het koninklijk domein lag ten westen vande stad. Dat bleef in de Middeleeuwen als bestuurlijk gebied voortleven in het graafschap van de Vroenhof.
De Bisschopszetel en het graf van Sint-Servaas waren aantrekkelijk voor pelgrims van verre. De stad zou in de komende eeuwen uitgroeien tot pelgrimsoord.
De Romeinen
De Eburonen leefden in het Maasgebied totdat de Romeinen, onder leiding van Julius Caesar, omstreeks 50 voor Christus Gallië (het huidige Frankrijk en België) veroverden. De hier wonende Germanen bewaakten de vrede samen met de nieuwe heerser. De Bataven poogden tevergeefs in 69-70 na Christus onder leiding van Claudius Civilis de Romeinen te verslaan.


Romeinse hoofdweg
Een Romeinse hoofdweg in Gallië was de Heerbaan van Boulogne-sur-Mer naar Keulen. Bij Maastricht staken de Romeinen de Maas over, omdat hier een doorwaadbare plaats was. Ze bouwden er een brug. Deze liep vanaf de Eksterstraat naar Wyck.Langs de heerbaan vestigden de Romeinen zich in het gebied tussen de Maas, de noordoosthoek van het Vrijthof en het punt waar de Jeker in de Maas uitmondde. Het gebied was een gunstige plaats voor handelaren en reizigers. Ze lag langs een rivier, er was een vaste Maasovergang en er liep een Romeinse weg.




Romeinse soldaten
De Romeinse soldaten bouwden in de vierde eeuw een legerkamp om de brug te beschermen. Dit rechthoekige castellum lag tussen de Maas, de Smedenstraat, de Havenstraat, het Onze-Lieve-Vrouweplein en de Graanmarkt. Binnen de muren leefden de soldaten. De bebouwing binnen het castellum was meestal van hout. Belangrijke gebouwen, zoals tempels en grafstenen, waren van steen. Bijvoorbeeld de tempel die lag op de plaats van de huidige Onze-Lieve-Vrouwekerk. In Museumkelder Derlon zijn nog resten van dit Romeins godshuis te zien. Onder leiding van de Romeinen heerste er enkele eeuwen rust en welvaart in het Maasgebied. Hierdoor steeg het bevolkingsaantal tot het eind van de derde eeuw.




Christendom
Rond 150 na Christus bereikte de invloed van het Christendom Maastricht. In de vierde eeuw verplaatste Bisschop Servatius de bisschopszetel van Tongeren naar Maastricht. De bisschopskerk werd gebouwd op de plaats van de Romeinse tempel. Dat was de latere Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. Na zijn dood werd Servatius begraven ter hoogte van het Vrijthof. Op het graf werd een kapel gebouwd. De Sint-Servaasbasiliek is het resultaat. Deze kerk werd de grote concurrent van de bisschopskerk, de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek. Voor vele gelovigen sprak Sint-Servaas het meest tot de verbeelding. Pelgrims kwamen van verre om zijn graf te eren. Daardoor groeide Maastricht in de Middeleeuwen uit tot een religieus centrum.
Romeinse heerbaan
Een Romeinse weg was gemiddeld vijf tot tien meter breed en enkele tientallen centimeter dik. De weg bestond uit grind en liep een beetje bol. Ernaast werd een greppel gegraven. De weg samen met de onverharde bermen was ongeveer 20 meter breed.
Naam Maastricht
De Latijnse naam voor Maastricht is Trajectum ad Mosam of Mosae Trajectum dat doorwaadbare plaats in de Maas betekent. Het is onbekend welke naam de Romeinen aan Maastricht gaven. In het Diets werd Maastricht Mastri(e)ht, Mastreut, Mosae Trajectum, Trecta, Trectis, Treiiectum, Treeg of Trega genoemd. In het Romaans wordt Maastricht aangeduid als Treit, Tricht, Treiictum, Treiieto.
Maastricht, de oudste stad van Nederland?
Niets is minder waar. De oudste stad is Nijmegen. Die stad kreeg in de tweede eeuw na Christus officieel stadsrechten.

In het gebied van het huidige Maastricht zijn wel de oudste sporen van menselijke bewoning in Nederland gevonden. De Romeinen veroverden rond 50 voor Christus het zuiden van ons land. Vanaf de Romeinse tijd is Maastricht tot op de dag vandaag on onderbroken bewoond gebleven.

Frankische Rijk
De laatste Merovingische koningen waren zwakke leiders. In 751 nam Hofmeier Pepijn de Korte het roer van de Merovingische koning over. Tot in de tiende eeuw heersten de afstammelingen van Pepijn over het Frankische Rijk. De heersers werden Karolingers genoemd. Deze naam verwijst naar Karel de Grote, de machtigste keizer uit dit geslacht.

Karel de Grote
Karel de Grote leefde van 742 tot 814. Hij was de zoon van Pepijn de Korte en Bertha "met grote voeten". In de Middeleeuwen hadden de mensen geen achternaam, maar om elkaar toch te herkennen droegenmensen vaak een bijnaam die verwees naar een opmerkelijke eigenschap. Karel werd Karel de Grote genoemd, omdat hij een machtig keizer was en omdat hij één meter tweeënnegentig lang was. Hij was van 771 tot aan zijn dood koning van deFranken. In het jaar 800 liet hij zich kronen tot keizer van het Westen door dePaus in Rome. Hij was één van de bekendste keizers uit de Middeleeuwen. Als koning van de Franken voerde Karel de Grote al oorlogen met verschillende volkeren om zoveel mogelijk gebieden bij zijn land te kunnen inlijven. In zijn regeringsperiode voerde hij meer dan vijftig oorlogen. Bijna heel West-Europa behoorde tot het Karolingische Rijk. Karel wilde zijn land centralistisch besturen. Om dit de bewerkstelligen hield de keizer zoveel mogelijk persoonlijk contact met de lagere adel. Hij reisde langs zijn koninklijke hoven, paltsen. In Maastricht bezat Karel de Grote ook een palts. Die lag aan de noordelijke zijde van het Vrijthof. De paltsen waren koninklijke versterkingen waar voedselvoorraden werden bewaard. Wanneer Karel een palts bezocht, riep hij de lokale edelen bij elkaar enoverlegde met hen over het bestuur en sprakrecht. De hoofdstad van het Karolingische Rijk verplaatste zich van het Seine-gebied, naar Noord-Frankrijk en uiteindelijk naar het Maasdal. De keizer verbleef graag in Aken. Dit werd de hoofdstad van het Frankische Rijk.

Palts
Karel de Grote bezat een palts (koninklijk paleis) in Maastricht, gelegen aan het Vrijthof. Deze zal hij zeker meerdere malen hebben bezocht. Met zekerheid weten we echter niet veel. De keizer was namelijk benoemd tot leke-abt van het bij Sint-Servaas behorende klooster. Het graf van Sint-Servaas en de erbij horende kerk hadden een belangrijke symbolische waarde voor de Karolingers. Het toonde namelijk het prestige van hun koningsschap aan. De Karolingische heersers werden de beschermheren van de Sint-Servaaskerk en zijn priesters. Na de dood van Karel de Grote nam het centrale gezag van de Karolingische keizer af.





De tweeherige stad
Het Frankische Rijk werd verdeeld bij het Verdrag van Verdun in 843. Toen werd Maastricht ingedeeld in het Middenrijk, dat reikte van Italië in het zuiden tot aan de Noordzee in het noorden. Vervolgens werd Maastricht bij het verdrag van Meerssen in 870 definitief onderdeel van het Duitse Rijk. De stad behoorde aan het vorstendom Lotharingen. De eerste hertog van Lotharingen werd in 929 bekleed met hertogelijke waardigheden in de Sint-Servaaskerk. Sindsdien kreeg de kerk van Sint Servaas een belangrijke rol binnen het vorstendom. De kerk en de mensen die zich rond de Sint-Servaaskerk vestigden, vielen onder het gezag van de Duitse keizer. De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de inwoners rond deze kerk vielen onder het gezag van de Luikse Prins-Bisschop. Maastricht werd een tweeherige stad. Bij de twee belangrijkste kerken van de stad hoorden al rond het jaar 1000 leefgemeenschappen van geestelijken. Zij leefden volgens vaste regels, verzorgden de liturgische kerkdiensten en zongen zevenmaal per dag de getijden. De leefgemeenschappen werden kapittels genoemd. Deze naam verwees naar de hoofdstukken uit het heilig Schrift, die dagelijks gebeden werd. De leden van het kapittel van Sint-Servaas werden benoemd door de keizer, die van Onze-Lieve-Vrouw door de bisschop van Luik. De twee belangrijke kerken, met ieder een eigen geschiedenis, hadden een grote aantrekkingskracht op veel gelovigen. De pelgrimage naar Maastricht die in de negende eeuw op kwam, groeide tijdens de Middeleeuwen. Steeds meer pelgrims kwamen naar de stad aan de Maas. Dit blijkt ook uit het aantal kloosters dat in Maastricht werd gesticht. In de Hoge Middeleeuwen bereikte de pelgrimage zijn hoogtepunt.