Het marktplein van Maastricht
De Markt is het kloppend hart van een stad. In Maastricht speelt zich hier al sinds de zeventiende eeuw een belangrijk deel van het volksleven af. Op het plein wordt nog steeds twee keer per week markt gehouden. Markten zorgden al vanaf de Middeleeuwen voor economische bedrijvigheid.

Het standbeeld van het "Mooswief" in de zuidwesthoek van het plein herinnert aan de karakteristieke negentiende-eeuwse groentevrouwen van Sint Pieter. Zij verkochten op de Maastrichtse markt hun groenten en aardappelen. Naast het economisch hart is de Markt ook het bestuurlijk hart van Maastricht; midden op het plein bevindt zich het stadhuis. Vanuit dit classicistisch barokke gebouw wordt de stad sinds het midden van de zeventiende eeuw bestuurd.



Tot de negentiende eeuw werd in het stadhuis ook recht gesproken. De straffen, zoals de doodstraf, werden uitgevoerd op de Markt. Voor het stadhuis, naast de dubbele trap stond ondermeer een schandpaal. De strafvoltrekkingen trokken veel toeschouwers. De Markt heeft altijd dienst gedaan als ontmoetingsplek. Tot aan het eind jaren zestig van de vorige eeuw werd de kermis op het marktplein gehouden. Tegenwoordig vinden andere grote evenementen op de Markt plaats, zoals de start van de wielerklassieker Amstel Gold Race.

Toen de stad zich in de Middeleeuwen in noordelijke richting uitbreidde werd het marktplein het nieuwe stadscentrum. De eerdere stadscentra lagen rond de Sint-Servaaskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk.

In de dertiende eeuw groeide de Maastrichtse bevolking sterk. Binnen de eerste stadsmuur, die dwars over het huidige marktplein liep, ontstond ruimtegebrek. De stad groeide voortdurend. Tegen de binnenzijde van de eerste stadsmuur bouwde men ter hoogte van de Markt aan het einde van de dertiende eeuw de Lakenhal.

Hier vond tot het einde van de zestiende eeuw de handel in stoffen plaats. Daarnaast was de Lakenhal bij officiële plechtigheden de zetel van het stadsbestuur. In de omgeving van de hal vonden bovendien de zaterdagmarkt, de paardenmarkt, de veemarkt en de houtmarkt plaats.

Halverwege de zeventiende eeuw wilde het stadsbestuur een nieuw stadhuis. Het is niet verwonderlijk er werd gekozen voor dit bloeiende stadsgebied. Het stadhuis moest gezag uitstralen. Daarom vond de Hollandse architect Pieter Post dat het overheidsgebouw zich in het midden van een groot plein moest bevinden.

Door de afbraak van de vervallen stadsmuur met de gevangenpoort en de leugenpoort en de verwijdering van de Lakenhal ontstond een vierkantplein: de Markt.

Meteen was er veel discussie over de inrichting van de Markt. Binnen het stadsbestuur was er onenigheid over de positionering van het stadhuis. Het bestuur bestond uit afgevaardigden van de Luikse Prins-Bisschop en de Brabantse Hertog. De Brabanders gaven de voorkeur aan de Hollandse traditie die het stadhuis in het midden van het plein plaatste. De Luikenaren wilden het stadhuis, net als in Luik, aan een marktwand bouwen.

Door tegenwerking van de Luikse raad kon het stadhuis niet helemaal in het centrum van de Markt geplaatst worden. Uiteindelijk werd het stadhuis niet helemaal in het centrum van de Markt geplaatst.

Pieter Post tekende in zijn ontwerp drie gesloten wanden voor het plein. De enige opening lag tussen de Markt en de Boschstraat. Maar door het plaatsen van een bomenrij werd ook deze marktwand gesloten. In 1904 werd hier het standbeeld van Minckelers opgericht. Het beeld herinnert aan de ontdekking van gaslicht uit steenkool door Jan Pieter Minckelers in 1783.

In 1932 werd de gesloten gevelrij aan de oostkant doorbroken voor de aanleg van de Wilhelminabrug. Het huizenblok tussen de Hoenderstraat en de Gubbelstraat werd volledig afgebroken. Het terrein heeft tientallen jaren braak gelegen. In de jaren zestig en zeventig werden hier kantoorgebouwen en een parkeergarage gebouwd.

In 2005 heeft het stadsbestuur besloten de Markt opnieuw in te richten naar de ideeën van Pieter Post. De Markt is nu autovrij en de vier marktwanden zijn weer gesloten. Het oude machtssymbool van het Stadhuis op het omsloten plein is in ere hersteld. Ook de functies van het marktplein als plaats voor ontmoetingen, economische bedrijvigheid hebben weer alle ruimte.