De maquette
In het Centre Ceramique staat op de eerste verdieping een beroemde maquette opgesteld. Deze maquette is een kopie van een Frans origineel en laat zien hoe Maastricht er in 1748 heeft uitgezien. Franse ingenieurs hadden gedetailleerde metingen in Maastricht gemaakt, nadat het Franse leger de stad had veroverd. Drie jaar werd er vervolgens aan de maquette gewerkt, zodat die in 1752 aan koning Lodewijk XIV kon worden gepresenteerd. De maquette van Maastricht was lang niet de eerste maquette die de Franse koningen hadden laten maken; integendeel, de Franse koningen beschikten op zeker moment over meer dan tweehonderd maquettes die bij elkaar ongeveer 2500 m2 in beslag namen. Vandaag de dag maken ze deel uit van de nationale monumentencollectie van Frankrijk en zijn ze te vinden in Lille en Parijs.
Geschiedenis
Oorsprong van de maquettes
Koning Lodewijk XIV, de Zonnekoning, was de eerste Franse koning die opdracht gaf tot de bouw van maquettes. In die tijd hadden ze voornamelijk een militair doel. De generaals van de Franse legers konden zo zien hoe ze een stad het beste konden verdedigen en als de stad in handen van de vijand was, hoe ze die het beste konden aanvallen. Ook de ingenieurs konden eraan aflezen hoe ze het beste de vestingwerken rond een stad konden verbeteren.
De expansiepolitiek van Lodewijk XIV
Lodewijk XIV had namelijk opdracht gegeven om vestingwerken te bouwen bij een groot aantal Franse steden aan de grens. Dit had te maken met de expansiepolitiek die Lodewijk XIV voerde: hij probeerde het Franse rijk uit te breiden tot aan natuurlijk grenzen, zoals rivieren of gebergtes, zodat Frankrijk makkelijk te verdedigen zou zijn. In het noorden wilde hij de Franse grenzen tot aan de Rijn strekken. Sebastien Le Prestre Marquis de Vauban (1633-1707), zijn belangrijkste ingenieur, stelde voor om aan de Franse grens een dubbele rij forten te bouwen, zolang dit nog niet het geval was. Door deze forten zou Frankrijk beter verdedigd kunnen worden, maar dat zou het ook makkelijker maken om aanvallen te organiseren met de bedoeling meer gebied te veroveren en zo de Rijn te bereiken. De forten konden dan worden gebruikt als bases voor de Franse legers en zouden ook kunnen voorkomen dat de vijand zomaar met een omtrekkende beweging achter de Franse linies kon komen en zo Parijs kon bedreigen.
Maquettes
François Michel Le Tellier de Louvois (1641-1691), de Franse minister van oorlog, kwam voor het eerst op het idee om maquettes van deze nieuwe vestingsteden te laten bouwen voor militaire doeleinden. In die tijd was het idee van het 'plan reliëf' al bekend: de Duitse keizer, de hertog van Beieren, de Doges van Venetië en zelfs de Paus hadden allemaal al maquettes in hun bezit. Het was geen nieuw idee, maar het was wel slim. Door een maquette kon men veel beter de hoogteverschillen in een terrein zien, wat erg belangrijk was voor bijvoorbeeld het plaatsen van kannonen. Voorts kon een maquette een heel goed overzicht geven van en stad. Vauban, bijvoorbeeld, wist meteen waar de zwakke plekken in een vesting waren door de maquette te bestuderen.
Functie en prestige
Deze eerste maquettes waren dan ook strikt ontworpen voor de generaals en koningen: alleen de vestingwerken en de ommelanden waren erop te zien. In de binnensteden waren hoogstens enkele belangrijke gebouwen geplaatst. Latere maquettes zouden steeds uitgebreider en gedetailleerder worden. De maquettes werden toen meer pronkstukken die de rijke steden lieten zien die de Fransen koningen in hun bezit hadden of die ze hadden veroverd. De maquette van Maastricht, bijvoorbeeld, is van een derde generatie maquettes die bijzonder complex waren en waarvan de militaire waarde niet zo groot meer was.
Een maquette van Maastricht
Toen Lodewijk in 1673 de belangrijke vestingstad Maastricht veroverde, was hij daar zo trots op dat hij speciaal een maquette van die stad liet bouwen. Deze eerste maquette van Maastricht is echter verloren gegaan; er is verder weinig over bekend. Tot zijn grote spijt moest Lodewijk echter de stad Maastricht weer afstaan aan Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden, toen de oorlog voorbij was. Lodewijk XV, de opvolger van de Zonnekoning, kreeg later in 1748 de kans Maastricht opnieuw te veroveren. Dit gebeurde tijdens de Oostenrijkse Successie Oorlog. Maastricht werd aan het eind van de oorlog door de Franse legers bezet en meteen werd er opdracht gegeven tot het maken van precieze kaarten zodat een maquette kon worden gebouwd.
De maquette van 1748
Genieofficier Larcher d'Aubencourt overzag dit project. De vele kaarten werden opgestuurd naar Parijs, waar de maquette in een speciale maquettebouwplaats in elkaar werd gezet. Drie jaar later werd deze gedetailleerde maquette aan Lodewijk XV gepresenteerd. Maastricht was al weer teruggegeven aan de Republiek toen de Vrede van Aken werd gesloten, maar voor Lodewijk bleef het toch een object van prestige: hij had de machtige vesting aan de Maas voor even in zijn greep gehad en hij had nog steeds de maquette van Maastricht als bewijs daarvan.
Maria Theresa van Oostenrijk (1717-1780) was de dochter en erfgenaam van keizer Karel VI. Hij regeerde over een uitgestrekt gebied: Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije, de Zuidelijke Nederlanden, delen van Italië en meer Europese gebieden. Toen duidelijk werd dat een vrouw de troon zou bestijgen, zorgde dit voor complicaties. In veel gebieden was het traditioneel onmogelijk of zeer moeilijk voor een vrouw als heerseres te worden erkend. Karel voorzag deze problemen en maakte afspraken met verschillende mogendheden, zodat Maria Theresa zijn gebieden kon erven.
Toen het in 1740 zo ver was, bleek dat verschillende landen wilden profiteren van dit moment waarin Oostenrijk zwak was. Frederik II de Grote van Pruisen (1712-1786) verklaarde namelijk al snel de oorlog aan Oostenrijk. Frankrijk schaarde zich daarna aan de zijde van Frederik de Grote. Groot-Brittannië en de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden voegde zich juist bij Oostenrijk, omdat zij traditionele vijanden van Frankrijk waren en bang waren dat Frankrijk te machtig zou worden, als ze Oostenrijk niet zouden steunen. Zo ontstond een politieke situatie waarin de Fransen in 1748 besloten Maastricht te veroveren. Na de vredesbesprekingen werd echter overeengekomen alle gebieden weer terug te geven.
De maquette op reis
De Maastricht maquette in het Louvre
De maquette werd voor het eerst aan Lodewijk XV gepresenteerd in 1752. Ze stond tijdelijk opgesteld in de spiegelzaal van het paleis van Versailles. In het koninklijk paleis, het Louvre, nu een wereldberoemd museum, was echter een speciale ruimte voor maquettes ingericht. Daarheen verhuisde die van Maastricht ook al snel. Deze ruimte was de Grande Galérie du Bord de l'Eau. Hier stond een grote collectie van koninklijke maquettes opgesteld. De Russische Tsaar Peter de Grote (1682-1725) bracht er gefascineerd hele dagen door toen hij op staatsbezoek was. De Franse koningen konden met recht trots zijn op deze rijke verzameling. Overigens werden buitenlandse staatslieden wel erop geattendeerd dat ze niet te lang moesten blijven kijken: de Fransen wilden natuurlijk niet dat buitenlanders de zwakke punten inde verdediging van de Franse steden konden zien. Franse generaals, bondgenoten en officieren in opleiding mochten wel uitvoerig rondkijken. De maquettes waren nog steeds voornamelijk in gebruik voor militaire doeleinden.
Naar het Hôtel des Invalides
Helaas was er al snel gebrek aan ruimte. Vele maquettes waren eigenlijk al op elkaar gestapeld en totaal niet toegankelijk. In 1776 werd besloten de maquettes te verplaatsen naar het Hôtel des Invalides. Hier werden de maquettes op de grote graanzolder geplaatst. Ze hadden grotendeels hun nut verloren doordat het leger steeds meer gebruik was gaan maken van atlassen met reliëfkaarten en profielschetsen die makkelijker te hanteren waren. Tijdens de verhuizing - duizenden ritten op en neer tussen het Hôtel en het Louvre - gingen twaalf maquettes geheel verloren en was de rest dermate beschadigd dat er voorlopig alleen nog maar tijd was om de maquettes te restaureren. Dat duurde maar liefst twintig jaar. Geen nieuwe maquettes werden in die tijd aan de collectie toegevoegd.
De Franse Revolutie
De collectie bleef daar geruime tijd staan. In de Franse Revolutie is de maquette van Maastricht vermoedelijk nog bestudeerd door de Franse generaals, die er uiteindelijk ook in slaagde in 1794 de stad in te nemen. Ook werden de maquettes door de revolutionairen tot nationaal bezit verklaard. Dit betekende dat de collectie één maand per jaar voor het publiek toegankelijk zou worden. Nadat Napoleon Bonaparte aan de macht was gekomen, gaf hij opdracht tot het maken van nieuwe, gigantische maquettes van steden als Toulon en Cherbourg, die wel meer dan 130 vierkante meter aan ruimte in beslag namen.
De maquettes als museumstukken
In de loop van de negentiende eeuw werden de maquettes min of meer vergeten. Uit het verloop van de Frans-Duitse oorlog van 1870-71 had men geleerd dat vestingwerken niet langer van belang waren om oorlogen te winnen. Dit betekende dat de maquettes hun militaire functie helemaal hadden verloren. Ze werden gedegradeerd tot museumstukken. Er werden geen nieuwe maquettes meer gebouwd: ze werden alleen nog maar gerestaureerd. Wel werden de maquettes op de Franse monumentenlijst geplaatst in het begin van de twintigste eeuw, waardoor ze een zekere beschermde status behielden.
WO II
Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, werden ze geëvacueerd naar het platteland. Ze kwamen eerst terecht in kasteel Sully sur Loire, maar moesten vervolgens naar kasteel Chambord worden overgebracht, toen bleek dat daar niet genoeg plaats was. Voor de Maastrichtse maquette bleek het een ongelukkige keus: vraatzuchtige muizen knaagden zich een weg door de kartonnen dozen en legde een groot deel van Wijck in puin! Dankzij historisch fotomateriaal van de Maastrichtse maquette kon de schade grotendeels hersteld worden tijdens de restauratie na de Tweede Wereldoorlog, toen ze weer in het Hôtel des Invalides stond opgesteld.
Tentoonstelling in Maastricht
Inmiddels werd het bestaan van de maquette herontdekt in Maastricht. Er ontstond grote belangstelling de maquette in bruikleen te nemen, ja zelfs om ze over te nemen, maar de Franse regering gaf vrijwel nooit toestemming om maquettes uit te lenen. Daarvoor worden ze te kwetsbaar geacht. Na veel overleg mocht de gemeente Maastricht dan eindelijk de maquette tentoonstellen in 1973. Tien maanden later was de maquette alweer terug op weg naar Parijs, maar de tentoonstelling had een diepe indruk achtergelaten in Maastricht.
Naar Lille
De maquette van Maastricht verhuisde nog een laatste maal, dit keer naar Lille in Noord-Frankrijk. In 1986 was besloten om de rijksdiensten in Frankrijk meer te spreiden over de regio's. Vijftien maquettes van steden in Nederland, België en Noord-Frankrijk werden naar Lille gestuurd. Daar maken ze nog steeds deel uit van de permanente collectie van het Palais des Beaux-Arts.
De maquette in Maastricht
Ontdekking
Pas in de twintigste eeuw werd de maquette van Maastricht 'herontdekt'. Het bestaan van de maquette van Maastricht was al lang vergeten in Maastricht zelf. In 1934 stond er een klein berichtje over in de NRC. Veel beroering bracht dit echter niet. Pas twintig jaar later schreef generaal Tans het boek "Ons Leger" waarin hij onder meer de maquette vermeldt. Pas een jaar daarna gaat de eerste Maastrichtenaar de maquette opzoeken. Langzamerhand komt er in Maastricht meer interesse voor de maquette. In 1972 gaat er tenslotte een delegatie onder leiding van de journalist Bèr Sondeijker naar Parijs om te informeren of de maquette wellicht in Maastricht kon worden tentoongesteld en niet zonder resultaat: als alle moeilijkheden uit de weg zijn geruimd weet de delegatie te bereiken dat de maquette tien maanden lang in het Bonnefantenmuseum kan worden tentoongesteld.
In Maastricht
Een jaar laten, in 1973, werd de maquette dan eindelijk opgesteld in het museum, toen nog gelegen aan de Ezelmarkt. De maquette was net op tijd gearriveerd voor een internationaal congres over de renovatie van oude binnensteden dat georganiseerd was vanwege de renovatie van het Stokstraatkwartier. De expositie rond de maquette werd een groot succes:
In de tijd dat de maquette in Maastricht verbleef, waren er niet minder dan zesendertigduizend bezoekers naar de miniatuur voorstelling van achttiende-eeuws Maastricht komen kijken. Het enthousiasme was zo groot dat men besloot tot het maken van een replica van de maquette, die permanent in Maastricht kon blijven.
Problemen
Helaas was dit niet zomaar te bewerkstelligen. Een replica van de maquette vervaardigd door een professioneel bedrijf zou minstens 100.000 gulden gaan kosten. Dit was de gemeente toch iets te gortig en men zocht al snel naar andere mogelijkheden. Via verscheidene kanalen kwam men uiteindelijk terecht bij het Ministerie van Defensie. De Centrale Werkplaats Instructiemiddelen (CWI) van de militaire academie te Breda zou van de staatssecretaris de maquette mogen reproduceren; enkel de materiaalkosten zou de gemeente moeten betalen. De Algemene Rekenkamer vond dit echter te ver gaan en tekende bezwaar aan vanwege de hoge personeelskosten voor Defensie. Na veel onderhandelen werd een compromis gesloten: de maquette mocht verder worden gebouwd, maar zonder de ommelanden. Dit verkleinde de maquette van negenendertig tot achttien vierkante meter en betekende dat alleen de binnenstad en de eerste vestingwerken zouden worden gebouwd.
Op zoek naar een tehuis
Het centrale deel werd in 1977 aan de gemeente Maastricht overgedragen: al waren de ommelanden er niet bij, het was nog steeds een zeer royaal geschenk. De gemeente hoefde slechts vijfduizend gulden materiaalkosten te betalen. Nu bleek helaas dat er geen goede locatie voor de maquette kon worden gevonden. Het Bonnefantenmuseum had namelijk al jaren last van ruimtegebrek. Het museum zou gaan verhuizen naar enkele verdiepingen boven het voormalig warenhuis Entre Deux in het stadscentrum, maar tot die tijd moest de maquette elders worden ondergebracht. Een tijd lang stond de maquette in de hal van de Spaarbank Limburg - thans SNS bank op de Markt - waar ze al zo'n tienduizend belangstellenden trok. Aan de technische hogeschool van Delft had men ook over de bijzondere maquette van Maastricht gehoord. Men wilde die maquette tijdelijk in bruikleen nemen als bijzonder lesmateriaal voor de opleiding stedenbouwkundig ingenieur. Toen de maquette er stond heeft men met een speciale endoscoop, een soort minicamera, de maquette gefilmd alsof men er in stond, om zo een beeld te kunnen geven van Maastricht anno 1748 zoals gezien door de ogen van een voetganger.
De ommelanden
Inmiddels was men in Maastricht ook druk bezig om toch de ommelanden in maquettevorm te verkrijgen. Zonder de ommelanden was de maquette simpelweg niet kompleet. In 1980 werd dit probleem op bijzondere wijze aangepakt door een aantal ambtenaren uit Den Haag uit te nodigen voor de uitroeping van Prins Carnaval en ze daarna eens flink in de watten te leggen. Er bleek daarna toch enige financiële ruimte te zijn; er werd een jaar lang druk gecorrespondeerd en gelobbyd voordat uiteindelijk toestemming werd verleend om de ommelanden te laten bouwen door het CWI.
Opnieuw op zoek
De maquette kwam nu in zijn geheel terecht in het Bonnefantenmuseum boven de Entre Deux. Daar werd ze voorzien van audiovisuele presentatie om de bezoeker als het ware rond te leiden door de maquette. Toen het Bonnefantenmuseum in 1994 opnieuw verhuisde, ditmaal naar het nieuwe complex op het Céramiqueterrein, was er in het nieuwe museumgebouw van de Italiaanse architect Aldo Rossi speciaal een ruimte gereserveerd voor de maquette. Helaas kon de audiovisuele presentatie niet worden gehandhaafd. Het duurde niet lang of het werd duidelijk dat het museum de maquette niet meer wenste te huisvesten: men wilde die ruimte beschikbaar hebben voor een museumwinkel. Ook de beheerder van de maquette, Stichting Maquette Maastricht, was niet tevreden met de opstelling zoals die was in het museum. Uiteindelijk kwam men met het plan om de maquette op te stellen in het nieuwe Centre Céramique, dat als archief en bibliotheek zou gaan dienen.Huidige situatie
Het was geen ideale oplossing aangezien de maquette zonder ommelanden moest worden gepresenteerd. De Stichting stemde daarmee tenslotte toch in, op voorwaarde dat eens in de vijf jaar de maquette in zijn geheel te zien moest zijn. Dit gebeurde bijvoorbeeld tijdens de grote D'Artagnan tentoonstelling van 2003 in de stadshal. Gewoonlijk staat de maquette nu op de eerste verdieping van het Centre Céramique, zonder ommelanden. Het voordeel van deze beknopte presentatie is dat het nu wel mogelijk de binnenstad van Maastricht goed te kunnen bekijken. Toch blijft de maquette zonder de ommelanden incompleet. Wellicht dat in de toekomst een geschiktere ruimte gevonden kan worden, waarin de maquette weer in zijn geheel kan worden opgesteld.
Een reeks maquettes van Maastricht
Maastricht is een stad met vele maquettes. De eerste twee maquettes van Maastricht waren gebouwd door de Franse koningen, waarvan er nu nog één is overgebleven. Later zijn er nog meer maquettes bijgekomen, wellicht geïnspireerd door de ontdekking van de Franse maquette. Men kan met recht spreken van een reeks maquettes die elk een ander tijdperk of idee van de stad uitbeelden.
De maquette van Maastricht in de Romeinse tijd, 4e eeuw
Zo bestaat er een maquette van Maastricht tijdens de Romeinse tijd, rond het jaar 300. De maquette toont het Romeins 'castellum'. Dit fort beschermde de belangrijke Romeinse oversteekplaats over de Maas. De Romeinse brug (en haar opvolgers) was namelijk de enige vaste oeververbinding in ons land over de Maas tot er in Rotterdam een brug werd gebouwd. De Romeinse maquette toot aan de overzijde het stadsdeel Wijck, dat veel kleiner is dan Mosae Trajectum. De rivier en de omgeving tonen een zekere woestheid die na tweeduizend jaar bewoning vrijwel helemaal verdwenen is. De maquette werd gemaakt door Ferry Schiffeleers en gepresenteerd in 1992. De maquette is nu te bewonderen in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.
De eerste maquette van Maastricht, 1673
Bebouwd in opdracht van Lodewijk XIV nadat hij de stad Maastricht in 1673 had veroverd. Zie: Geschiedenis
De maquette van Lodewijk XV, 1748
Bebouwd voor koning Lodewijk XV nadat Maastricht was ingenomen in 1748. Zie: Geschiedenis
De replica van de maquette van Lodewijk XV
De replica die staat opgesteld in het Centre Céramique is niet identiek aan het origineel. Een blik op het origineel is voldoende om duidelijk te maken dat de replica een werk op zich is, en geen natuurgetrouw kopie. Wat wellicht het meeste opvalt is het verschil in kleur. Dit is makkelijk te verklaren door het feit dat de replica is gebouwd met behulp van fotomateriaal. Zwart-wit foto's, wel te verstaan. Waar de daken grijs zijn in de replica, zijn ze rood, blauw en bruin in het origineel. Ook de ommelanden en het water hebben een andere kleur dat in de replica. Dit is deels te verklaren door de ouderdom van het origineel, maar heeft ook te maken met de verschillen in technieken gebruikt door het atelier in Parijs en het CWI. Verder heeft het gebruik van fotomateriaal er ook toe geleid dat alle hoogte-afmetingen enigszins verschillen van het origineel.
De maquette van broeder Sigismund Tagage, 1794 / 1822
Toen het nieuws bekend werd in Maastricht dat er een maquette in Parijs stond, kwam broeder Tagage in de jaren vijftig op het idee om zelf aan de slag te gaan met het bouwen van een maquette. Hij deed dit onder andere met de hulp van zijn leerlingen op de St. Aloysiusschool. De maquette die zij gebouwd hebben laat de stad zien op een bijzondere manier: de stad die is afgebeeld is die van voor 1794, maar de vestingwerken zijn van na 1822. Het betreft hier dus geen harde, wetenschappelijke maquette, maar meer een persoonlijke interpretatie van Maastricht op zijn mooist. In het jaar 1794 verdwenen namelijk een aantal belangrijke gebouwen in Maastricht, terwijl de vestingwerken pas kompleet waren in 1822. De maquette verkeert helaas in slechte staat. Nadat zij in 1957 voltooid was, heeft het Bonnefantenmuseum haar gekregen, maar daar was al snel geen plaats meer voor de maquette en verdween ze in het depot. In 1975 werd ze naar de Helpoort verhuisd waar ze een aantal jaren tentoon is gesteld. Echter, in 1988 kreeg de Stichting Maastricht Vestingstad de maquette overhandigd, maar hier wist men ook niet meteen wat men moest aanvangen met de maquette. Ze werd opgeslagen onder weinig gunstige omstandigheden en zo verviel ze langzaam. Nu zou de maquette gerestaureerd moeten worden, maar daar zijn nog geen concrete plannen voor.
Maastricht 1867
Een andere interessante maquette is die van Maastricht in 1867 waaraan nog volop gebouwd wordt. Er werd speciaal voor dit jaartal gekozen omdat in dat jaar Maastricht als vestingstad werd opgeheven. Daarna zijn vrijwel alle vestingwerken rond de stad afgebroken. Er is bewust gekozen om de maquette te laten aansluiten op de maquette van 1748, zodat de ontwikkeling van Maastricht tot industriestad duidelijk wordt. Dat wil zeggen dat de maquette nog steeds Maastricht als vestingstad toont, maar ze maakt ook duidelijk welke veranderingen in de stad sedert de industrialisatie hadden plaatsgevonden. Er zullen spoorwegen en fabrieken terug te vinden zijn, naast de oude vestingwerken.
Het team van maquettebouwer en beeldend kunstenaar Paul Tieman dat aan de maquette werkt, doet dat op wetenschappelijke wijze. Bouwplannen, stadsplattegronden, vergunningen, foto's, tekeningen: vrijwel alles dat enige informatie kan bevatten, wordt gebruikt bij de speurtocht naar Maastricht anno 1867. Voordat de maquette gebouwd wordt, moet zorgvuldig en grondig onderzoek verricht zijn naar de stedenbouwkundige situatie. Het is de bedoeling dat de maquette uiteindelijk van wetenschappelijke kwaliteit zal zijn. Woningen waarvan niet exact zeker is hoe ze eruit hebben gezien, worden grijs en kaal gelaten. Tieman wil dat de maquette laat zien hoe Maastricht er écht heeft uitgezien en niet hoe de maquettebouwers dénken dat de stad eruit heeft gezien: er is dus geen ruimte voor giswerk of fantasie. Alles, tot aan de minuscule raamkozijnen toe, wordt onderzocht en zorgvuldig gebouwd, dit allemaal door een team vrijwilligers en de maquettebouwer zelf. Als blijkt dat een gebouw uit een bepaalde bron toch niet in 1867, maar een jaar laten, in 1868, is gebouwd, wordt het niet opgenomen in de maquette. Alleen de kleuren zijn voornamelijk giswerk. Onderzoek heeft aangetoond dat de meeste gevels in Maastricht uit bepaalde kleuren bestonden, maar van individuele gebouwen is nauwelijks te achterhalen hoe ze gekleurd waren. Kleurenfoto's bestonden niet en schilders genoten altijd een bepaalde artistieke vrijheid als het ging om kleuren.
Ondertussen is een aantal delen van de stad al klaar. Tieman heeft bewust gekozen de maquette in verschillende stukken te verdelen, zodat hij delen van de maquette bijvoorbeeld kan uitlenen aan instanties of voor exposities en zelfs voor onderzoek. Zo werd aan de ENCI de maquette van het gebied rond de St. Pietersberg uitgeleend en aan de Werk Ontwikkelings Maatschappij Belvédère de maquette van het gebied rond het Bassin in bruikleen gegeven. Het doel is de individuele delen te voltooien, niet de maquette in zijn geheel, al is er wel de hoop dat op een gegeven moment alle bestaande delen bij elkaar kunnen worden gepresenteerd. Voorlopig gaat het werk gestaag door, af en toe geholpen door sponsoracties.