HOGE FRONTEN OF LINIE VAN DU MOULIN
De best bewaarde delen van de Maastrichtse buitenwerken vinden we in een deel van de Hoge Fronten aan de Statensingel, die in de literatuur meestal als de Linie van Du Moulin worden omschreven. Deze linie is het resultaat van vier bouwcampagnes, die gericht waren op de versterking van het hoger gelegen terrein ten westen van de stad.
De eerste aanzet voor de uitbouw van de Hoge Fronten kwam tot stand op instigatie van Vauban, die adviseerde om aan de westzijde van de stad drie grote lunetten aan te leggen. Ze zijn tussen 1674 en 1675 gebouwd en ze werden vernoemd naar D'Estrades, Condé en Orléans.
De tweede modernisering van het westfront kwam tussen 1688 en 1690 tot stand. In 1688 had Lodewijk XIV de Hollandse republiek de oorlog verklaard nadat Prins Willem III zich in Engeland tot koning had laten kronen. In de jaren rond 1690 ondergingen de Hoge Fronten tussen de Tongersepoort en de Lindenkruispoort aanzienlijke verbeteringen. Naar het idee van stadscommandant Daniel Wolff van Dopff werden in deze sector de bemetselde bastions Waldeck, Engeland, Saxen en Holsteyn aangelegd. Voor de zuidoosthoek van de buitenste stadsomsluiting kwamen twee aarden werken tot stand, een couvre-face en een ravelijn. Dertien bastions en lunetten werden voorzien van een ten dele bemetseld mijnenstelsel. In de Linie van Du Moulin bleven twee bastions uit de periode 1688-1690 behouden: Saxen en Holsteyn.
Tussen 1753 en 1771 werd het westelijke verdedigingsfront versterkt door Pieter de la Rive, die vooral de fronten Engeland-Oranje vernieuwde.
De laatste bouwcampagne werd in de periode 1773-1777 uitgevoerd onder Carel Diederik Du Moulin, die verschillende nieuwe bastions bouwde en in combinatie met de bestaande werken en het ondergrondse vestingstelsel een logisch en efficiënt ensemble heeft gesmeed. De mijnenstelsels hebben in de achttiende eeuw in belangrijke mate de oorlogsvoering bepaald. Niet alleen de aanval maar ook de verdediging werd voor een groot deel via ondergrondse mijnengangen uitgevoerd.
De aanleg van de mijnengangen rond de vesting had een drieledig doel: ze moesten vijandelijke nade¬ringsmijnen onderdrukken; daarnaast kon men vanuit de ondergrondse positie de bovengrondse vijandelijke aanvalswerken ondermijnen en tenslotte kon men vanuit de mijnengangen ook de eigen werken opblazen, zodra de vijand zich daarin verschanst had.
Op dit kaartje van een onbekende tekenaar uit 1781, zijn de voltooide Hoge Fronten te zien in hun uiteindelijke vorm. De Lage Bossche Fronten hebben in dit tijdperk de aan ons bekende robuuste vorm nog niet gekregen. Het betreft een getenailleerd stelsel waar we nog vijf bastions van in het gebied aantreffen. De Hoge Fronten zijn nooit een echt regelmatig gebastioneerd stelsel geweest, onder Frederik Hendrik werden versterkingen aangelegd naar het Oud-Nederlandse stelsel, in de tijd van Du Moulin werd het geheel eigenlijk omgevormd tot een getenailleerd systeem, er zijn namelijk geen echte courtines tussen de bastions.
Bastions
Een bastion is een relatief lage vijfhoekige aarden of stenen uitbouw van een verdedigingswerk dat dezelfde functie heeft als een toren, namelijk het flankeren of bestrijken van de aanliggende muren en de nabije omgeving. Het bastion is oorspronkelijk in Italië ontwikkeld ten tijde van de introductie van buskruit en kanon. De bastions van Von Dopff waren eigenlijk gedetacheerde bastions, die los in het veld lagen, later werden ze -zoals Waldeck, Engeland en Holsteyn- opgenomen in de getenailleerde linie. Saxen bleef achter die linie als gedetacheerd bastion liggen. Een bastion heeft twee facen, twee flanken en een niet bewalde keel. Een bastion heeft twee facen, twee flanken en een niet bewalde keel. De termen bolwerk en dwinger worden ook wel voor bastions gebruikt. De binnenruimte, die terreplein genoemd wordt, kan leeg zijn en dan wordt gesproken van een hol bastion. Bij een vol bastion is deze ruimte opgevuld met aarde en liggen er meestal ondergrondse bomvrije ruimten in.
Van bastion Frederik is bij het slechten van de werken niet veel overgebleven. Het restant werd ook nog eens doorgraven voor een van de militaire schietbanen uit de tweede helft van de negentiende eeuw. De resten van het bastion liggen achter aan het begin van de schietbaan.
Bastion Stadhouder (rechts) wordt gedekt door de couvre-face Du Moulin (links).
De saillant van bastion Saxen.
De saillant van bastion Erfprins.
De naamsteen van bastion Holsteyn. De naamsteen van bastion Holsteyn werd tijdens de restauratie gereconstrueerd naar het model van Waldeck, de oorspronkelijke steen was verloren gegaan.
De bemetselde bastions Saxen en Holsteyn dateren van de bouwcampagne tussen 1688-1690 die door, dan nog militair ingenieur, Daniel Wolff van Dopff geleid werd, die in 1694 stadscommandant werd. De bastions Prins Frederik, Stadhouder en Erfprins werden tijdens de bouwcampagne van Du Moulin aangelegd.
Getenailleerd stelsel
Bij een getenailleerd stelsel zoals de Linie van Du Moulin, worden de courtines, oftewel de tussen de bastions gelegen muren, weggelaten. Daardoor raken de bastions elkaar in de flanken. Ze worden dan ook onder ongeveer haakse hoeken met elkaar gepositioneerd. Om dit te bereiken bij reeds bestaande bastions, werden tijdens de bouwperiode van Du Moulin de rechte flanken van de oudere bastions Holsteyn vervangen door gebogen flanken. De facen van Holsteyn werden tegelijkertijd verhoogd. De flanken van Saxen werden niet aangepast om hen te laten aansluiten bij het getenailleerde stelsl daar dit bastion als zelfstandig werk achter de linie bleef liggen.
Foto: de verhoogde rechter flank van bastion Holsteyn.
Flank
Een flank is het muurgedeelte tussen een face van een verdedigingswerk en de courtine waar dit werk mee verbonden is, of een aangrenzende flank in het getenailleerd stelsel en die het verdedigt. Vanuit de flank kan het flankerend vuur gegeven worden waarmee de courtines, of het aanpalende bastion en het daar voor liggend gebied bestreken worden. De plek waar de face aan de flank grenst wordt de schouderhoek genoemd. Deze beschrijving van de flank gaat alleen op bij een echt muurbastion, bij een gedetacheerd bastion is de flank gelegen tussen de schouderhoek en de keel van het bastion. de teruggetrokken flanken die Du Moulin contrueerde zijn bedoeld om vuur te kunnen concentreren in bepaalde grachtdelen. Waarom sommige flanken wel en andere niet teruggetrokken zijn uitgevoerd, is niet duidelijk. Wie het weet mag het zeggen: reageer!
Face
Een face is de naar buiten gerichte schuine zijde van een verdedigingswerk zoals een bastion, ravelijn, redan of lunet. Deze verdedigingswerken hebben altijd twee facen, de rechter- en de linkerface, vanuit het verdedigingswerk zelf gezien. Daar waar de twee facen samenkomen ligt de saillant. De plek waar de face aan de flank grenst wordt de schouderhoek genoemd.
Foto: De bijzonder lange rechter face van bastion Erfprins in de richting van de saillant gezien.
De saillant is de punt waar de twee facen van een verdedigingswerk in samenkomen. De saillant wordt ook wel de bestreken hoek genoemd.
Foto: De saillant van bastion Saxen.
De keel is een van de vijand afgekeerde zijde van een verdedigingswerk zoals een fort, een bastion of een ravelijn. De keel kan open zijn of door middel van keelmuren afgesloten zijn. In het geval van de Linie van Du Moulin zijn de kelen doorgaans open.
Foto: De keelmuur van bastion Holsteyn. Deze keel is uitzonderlijk in de Linie van Du Moulin omdat hij bewald en met een galerij verdedigbaar gemaakt is. Hier bevindt zich tevens de toegang tot sortie E.
Escarp en contrescarp
De escarp is het talud van een gracht dat gelegen is aan de zijde van het vestingwerk en wordt ook wel binnengrachtsboord genoemd. In het geval van de Linie van Du Moulin zijn deze vrijwel allemaal met metselwerk bekleed en aan de bovenzijde met hardstenen dekplaten afgewerkt. Ook bevindt zich in het metselwerk meestal de hardstenen naamsteen van het verdedigingswerk.
De contrescarp is het tegenover de escarp gelegen talud van een gracht, dat ook wel buitengrachtsboord genoemd wordt. De aan veldzijde ervan gelegen bedekte weg en het daarbuiten gelegen glacis worden soms ook wel tot de contrescarp gerekend. In het geval van de Linie van Du Moulin zijn de contrescarps vrijwel allemaal met metselwerk bekleed. In een aantal contrescarps bevinden zich contrescarpgalerijen die van schietgaten voorzien zijn waardoor de droge grachten met geweervuur bestreken kunnen worden.
Couvre-face
In de Linie van Du Moulin ligt nog een couvre-face voor het bastion Stadhouder die de naam van de ontwerper van het stelsel draagt.Couvre-face Du Moulin.
Een couvre-face ligt voor de facen van een bastion of ravelijn om dit tegen direct vuur te dekken. Een couvre-face is een v-vormig aarden buitenwerk. Net als alle andere aarden buitenwerken kan ook de couvre-face bemuurd of gereveteerd zijn. De couvre-face Du Moulin heeft bemetselde facen en er is een contrescarp tegenover gelegen.
Foto: De saillant van de couvre-face Du Moulin met daartegenover gelegen de contrescarp van hetzelfde vestingwerk.
Voor het gebastioneerd getenaileerd stelsel kwam een bedekte weg te liggen, versterkt door de lunetten Zeeland, Holland, en Gelderland.
De doorlopende weg rondom de buitengracht van een vesting, die door een aarden werk gedekt wordt. Bedekte wegen worden vaak toegepast bij een enveloppe. De bedekte weg kan worden gebruikt voor het verzamelen van de troepen voor een uitval of als plek voor een opstelling. Ook wordt wel de term gedekte weg gebruikt.
Foto: De bedekte weg die voor lunet Zeeland ligt. Door de begroeiing is de bedekte weg moeilijk te onderscheiden. Daar waar het paadje omhoog loopt ligt de aarden borstwering ervan.
Lunet
Een lunet is een klein verdedigingswerk dat twee facen heeft en veelal korte flanken. Het is in de keel doorgaans open. In tegenstelling tot een ravelijn is een lunet op de bedekte weg gelegen. De drie lunetten in de linie van Du Moulin hebben geen flanken.
De lunet Zeeland vanaf bastion Frederik gezien. Door onkruidbestrijding van al te hoog woekerende planten wordt het zicht op de glooiing van de aarden werken behouden.
De beschadigde naamsteen van de lunet Holland. Het nog aanwezige deel van de naamsteen Holland werd in de voorbereiding op de restauratie terug gevonden op de bedekte weg en weer op zijn oorspronkelijke plaats ingemetseld. De rest van de naamsteen is spoorloos verdwenen.
De lunet Gelderland vanuit de stadszijde gezien.
Glacis
Aan de veldzijde van de contrescarp gelegen talud dat vanaf de achtergelegen vestingwerken met vuur bestreken kan worden. Het glacis loopt af tot aan het maaiveld en vormt daarmee aan veldzijde het buitenste en laatste onderdeel van de buitenwerken. Er konden voetangels en klemmen op aangebracht worden. Bij de Linie van Du Moulin is veel van het glacis behouden gebleven.
In het overgebleven deel van de Hoge Fronten liggen vier sorties die de hoofdletters B tot en met D als benaming dragen. Deze letters zijn in hardsteen boven de ingangen en soms ook de uitgang van de sorties aangebracht. Aanwezig zijn de 'royale' sorties B, C en D en de infanteriesortie of poterne E. Het zijn geen eenvoudige doorgangen, maar kleine, op zichzelf goed verdedigbare onderdelen van de Linie van Du Moulin.
Sortie
Een sortie is een doorgang door een vestingwerk die er toe dient om doorgang te verlenen aan verdedigers om voorgelegen verdedigingswerken te bereiken of voor het doen van uitvallen naar de vijand. Een doorgang is altijd een zwakke plek in een vestingwerk en daarom zijn de sorties in de Linie van Du Moulin extra verdedigd. Tot de verdedigingsmaatregelen behoren een bemetselde kuil voor de uitgang en een valbrug. De kuil kan vanuit een mijngang onder vuur genomen worden en de valbrug vanuit een caponnière. Ook konden achter de houten deuren balkenversperringen in de tunnel aangebracht worden. Lage nissen in de zijmuren dienden dan als opslagruimte voor deze balken.
Sortie B
Sortie C aan de veldzijde gezien, onder de linkerflank van bastion Erfprins.
Sortie D aan veldzijde. De Sortie is verdedigbaar door een ophaalbrug, die als deze geopend is onder vuur genomen kan worden vanuit de rechtsgelegen caponnière. De sortie is ook te verdedigen met de valbrug, door deze omhoog te trekken. De naastgelegen caponnière met zijn schietgaten is op dat moment niet meer in de positie om de valbrug te bestrijken. De verdediging vindt dan plaats vanuit de schietgaten rondom de kuil. Wie dan in de bemetselde kuil voor de sortie viel, kon daar vanuit een caponnière beschoten worden.
Sortie E aan de veldzijde van bastion Holsteyn.
In Maastricht wordt de term caponnière gebruikt om delen van galerijen die achter bemetselde muren liggen mee aan te duiden. Vaak zijn ze dan ingericht om flankerend vuur te kunnen geven aan bijvoorbeeld een droge gracht, in het geval het contrescarpkoffers betreft, of om de uitgangen van verschillende sorties te dekken.
Foto: Links van sortie C ligt de caponnière die diende om de ruimte voor de sortie onder vuur te kunnen nemen. Onder zijn de schietgaten te zien. Boven zijn de rookgaten te zien waardoor de kruitdamp kon verdwijnen.
De Linie van Du Moulin heeft meer te bieden op tunnelgebied en aan andere 'ondergrondse' ruimten dan alleen de sorties en caponnières.
Luistergang
Een luistergang of luistergalerij is een onderaardse gang in een verdedigingswerk, of bij de linie van Du Moulin - vanuit een vestingwerk onder het glacis in lopend -, die bedoeld is om vijandige activiteiten te kunnen beluisteren. De Franse term galerie d'écoute, hetgeen hetzelfde betekent, wordt er ook wel voor gebruikt.
Galerijen
Binnen de vestingwerken en onder de droge grachten lagen gangen die de verschillende delen met elkaar verbonden. Mijngalerijen waren primair niet bedoeld als verbinding, maar vooral als onderaardse verdediging. Ze zijn daartoe voorzien van nissen die gebruikt kunnen worden voor het openen van mijnovens om vijandelijke posities, maar zo nodig ook eigen verdedigingswerken te kunnen opblazen.
Een achter de contrescarpmuur gelegen galerij die in het geval van bijvoorbeeld de Linie van Du Moulin voorzien was van schietgaten en rookgaten. Vanuit deze galerijen konden de droge grachten onder voor genomen worden. Er kan ook van contrescarp caponnière of van contrescarp koffer gesproken worden. Alle drie de termen zijn correct voor dit onderdeel.
Foto: De contrescarp galerij tegenover bastion Erfprins.
De 'werking' van de Linie van Du Moulin wordt pas goed zichtbaar indien de hoofdschootsrichtingen van artillerie en geweervuur worden ingetekend. Dat alle vestingwerken de stad en elkaar onderling dekken wordt dan zichtbaar. In het voorliggende gebied en in de linie zelf kan vrijwel iedere plek waar de vijand kwaad in de zin zou kunnen hebben beschoten worden.
Hoofd schootsrichting
Dit is de voornaamste schietrichting van een batterij, artillerie of een afzonderlijk stuk geschut vanaf een verdedigingswerk zoals een bastion of ravelijn.

Ook kan de hoofd schootsrichting worden aangegeven voor geweervuur vanaf bijvoorbeeld een bedekte weg of vanuit een contrescarpgalerie of caponniènere.

De hoofd schootsrichting staat doorgaans haaks op de richting van de muur en werd nauwkeurig vastgesteld en vormde daarmee het uitgangspunt voor het aangeven van de zijdelings richting waarin geschoten kon worden.
De zwaardere vestingartillerie stond in het algemeen op de cavaliers of katten, in de buitenwerken werden eigenlijk geen geschutbatterijen ingericht. Stukken lichter veldgeschut konden zo nodig wel op de wallen van diverse verdedigingswerken worden opgesteld. Zo is er in de saillant van de lunetten van Du Moulin een opstelplaats voor geschut voorzien. Het is echter zo dat dit geschut werd ingereden als het nodig geacht werd en teruggetrokken als de vijand zijn naderingsloopgraven verder naar voren had geschoven. Massaal geschutvuur vanaf alle wallen zoals getekend is, is alleen al getalsmatig onmogelijk omdat er nooit in de geschiedenis van de vesting zoveel kanonnen aanwezig waren, om nog maar te zwijgen over het personeel. Het is de weergave van het vuur dat gegeven kon worden qua richtingen en niet van vuur dat tegelijkertijd gegeven kon worden. Geweervuur kan in principe van achter elke borstwering worden uitgebracht en natuurlijk ook vanuit de schietgaten van caponnières en keelmuren en andere muren met schietgaten. Dit wordt echter gefaseerd uitgevoerd. In het begin zal men van achter de borstwering van het glacis proberen vuur uit te brengen, of er dan tegelijkertijd vanaf lunetten, ravelijnen en bastions vuur wordt uitgebracht over de hoofden van de mannen achter het glacis? Die zouden dan wel heel erg tussen twee vuren komen te zitten.
In het begin van de twintigste eeuw werden er door het Departement van Oorlog, het huidige Ministerie van Defensie, vijf schietbanen aangelegd in de Linie van Du Moulin. Om deze banen lang genoeg te kunnen maken werden er doorgangen gegraven in de facen en flanken van verschillende vestingwerken. De contrescarp bochten van enkele droge grachten deden dienst als kogelvang. Ondanks de schade die hierdoor werd aangericht, was de ingebruikname door het Departement van Oorlog een zegen voor de Linie van Du Moulin: ze bleef erdoor voor verdere afbraak gespaard.
Aangrenzend aan het bastion Holsteyn ligt de overgang naar de Nieuwe Bossche Fronten. Er ligt nog een gedeelte van Bastion A en ook de daarbij behorende kazemat.
Een kazemat is een bomvrije ruimte in een vestingwerk. Een kazemat kan verschillende functies vervullen. Indien van schietgaten voorzien kan er vanuit een kazemat verdedigend vuur gegeven worden. Er konden ook manschappen ondergebracht worden en/of materiaal zoals buskruit en materieel zoals geweren. Daartoe moest het dak wel goed waterdicht gemaakt worden.
Foto: Doorkijkje langs de verhoogde rechter flank van bastion Holsteyn in de richting van de Nieuwe Bossche Fronten, die een stuk lager liggen en waar in later tijd een industrie terrein op aangelegd is.
De Linie van Du Moulin is ook een natuurmonument en wordt beheerd door het Centrum voor Natuur en Milieu Educatie Maastricht (het CNME). In het jaarverslag 2007 is weel behartenswaardigs over de natuurwaarden te vinden.
In "Bolwerk der Nederlanden" van L.J. Morreau uit 1979, een ouder standaardwerk over de vesting Maastricht is uitgebreide informatie over de Linie van Du Moulin te vinden.