Het Kruisherenklooster

Vanaf "de Kommel" zie je het prestigieuze "Kruisherenhotel".
Het is gevestigd in het voormalige gotische Kruisherenklooster met zijn kerk.
Het complex is gebouwd in Zuid-Limburgse mergelsteen.

Binnen de muren gaan de sfeer en stijl van het voormalig klooster samen met de moderniteit van een luxe hotel. Het gebouw vertelt nog steeds de geschiedenis van het klooster. Bezoekers waren in het klooster even welkom als nu in het hotel.

De kerk was en is het centrale gedeelte van het gebouw. Ze is georiënteerd op het oosten, omdat daar de zon opkomt. Tijdens de ochtendmis scheen het licht door de grote glas-in-lood ramen. Dit symboliseerde het "licht van God". Ter hoogte van de indrukwekkende ramen is nu de ontbijtzaal van het hotel.





Het klooster is tegen de kerk gebouwd. De kloostervleugels lagen rond een vierkante binnenhof. Hierin bevonden zich de refter 'de eetzaal', de studiezaal, de werkplaatsen, een bakkerij, een brouwerij en de slaapplaatsen van de kloosterlingen. Het klooster had een directe doorgang naar de kerk. Dat was nodig, omdat de kloosterlingen zich achtmaal per dag verzamelden in de kerk voor de getijden: missen, gebeden en gezangen. Die bepaalden het dagelijkse ritme van de kloosterlingen.


De Kruisheren bewoonden het klooster van het begin van de vijftiende eeuw tot het einde van de achttiende eeuw. De leden van de "Orde van het Heilige Kruis", waren herkenbaar aan hun kleding: Op hun habijt stond een kruis met een rode en een witte balk. De kleuren verwezen naar het bloed en water dat uit de zij van Christus vloeide toen hij aan het kruis stierf.

Het dagelijks werk bestond uit het bestuderen, het kopiëren en inbinden van boeken. De handschriften van de Kruisheren waren zeer geliefd. Zij hebben zich ook verdienstelijk gemaakt tijdens de pestepidemie van 1529.

Het Kruisherenklooster was één van de 22 kloosters die zich in de Middeleeuwen in Maastricht hadden gevestigd. Het is des te meer opvallend dat maar drie procent van de bevolking geestelijken waren. Het aantal bewoners per klooster was nooit erg hoog. In haar bloeiperiode werd het Kruisherenklooster bewoond door slechts 25 kloosterlingen.

Aan het einde van de 18e eeuw werd Maastricht een Franse stad. De Franse wet schreef de scheiding tussen staat en kerk voor. Alle stadskloosters werden gesloten. Het geven van onderwijs, het verzorgen van zieken, het opvangen van armen en nog meer taken die de kloosterlingen vervulden, moesten voortaan door de staat gebeuren. Meer dan een eeuw later mochten de kloosterlingen weer terugkeren. Dit gebeurde maar zelden, omdat de kloosters allemaal een wereldlijke functie hadden gekregen of waren vervallen. De Kruisheren zijn nooit teruggekeerd naar Maastricht.