De kloosters van Maastricht
Maastricht heeft opvallend veel kerktorens. Deze herinneren aan het rijke kloosterleven dat al in de vroege Middeleeuwen is ontstaan.

Na de dood van Bisschop Servatius in de vierde eeuw, groeide de stad uit tot een pelgrimsoord. Omdat de stad ommuurd en veilig was, vestigden zich hier verschillende kloosterordes.









De kloosterlingen leidden een gemeenschappelijk leven dat in het teken stond van de godsdienst. Daarnaast zetten ze zich meestal ook in voor de samenleving. Vaak was dat in de sociale zorg of het onderwijs.







Elke orde had een eigen klooster: een groot gebouw waarin zich gebedsruimten, slaapplaatsen, eetzalen en werkruimten bevonden. In Maastricht werden tot aan de Franse bezetting van 1794, 10 mannenkloosters en 12 vrouwenkloosters gesticht.











De Franse wet schreef de scheiding tussen staat en kerk voor. Alle stadskloosters werden gesloten. Ze werden bijvoorbeeld gebruikt als kazerne. Pas na 1840 mochten weer nieuwe kloosters worden opgericht.

Sindsdien zijn er 19 nieuwe kloosters gesticht: 4 mannenkloosters en 15 vrouwenkloosters. Door de vergrijzing en ontkerkelijking nam het aantal kloosterlingen in de 20e eeuw weer sterk af. Nu zijn er nog vier kloosters in functie.

Gelukkig zijn de meeste opgeheven kloostergebouwen wel bewaard gebleven. Maar ze hebben een andere functie gekregen bijvoorbeeld als archief, universiteitsgebouw, of hotel.