Stedelijke Infrastructuur 19e eeuw

In de eeuw tussen 1800 en 1900 is Maastricht ingrijpend veranderd. De middeleeuwse stad werd een moderne stad. Een stad zonder vestingwerken, maar met een sterke stedelijke infrastructuur voor verkeer, waardoor de stad als industriestad kon gaan bloeien.







Water
Eeuwenlang vormde de Maas een onzekere noord-zuid, en de Jeker een hele kleine oost-west verbinding voor vervoer van goederen en personen. Onzeker, omdat het regenrivieren betreft die in de zomer te ondiep, en in de winter te wild waren om te bevaren.

Daarom werden er in de 19e eeuw naast de rivieren kanalen gegraven. Daarin is het peil stabiel en kan de scheepvaart dus altijd doorgang vinden. Vaste scheepvaartdiensten maakten contacten en handel tussen verschillende steden mogelijk. Eerst met zeilscheepjes en trekschuiten, later met raderboten en schroefboten. Kanalisatie en het aanleggen van stuwen en sluizen heeft later ook de regenrivieren getemd en zeker de Maas beter bevaarbaar gemaakt.

Land
Tot ongeveer 1800 is het transport over land een moeizame aangelegenheid. De onverharde wegen voeren dwars door dorpskernen en zijn in de zomer stoffig en hobbelig en in de winter modderig en daardoor vaak onbegaanbaar. Bestrating met stenen maakte de wegen het hele jaar door begaanbaar en zorgde dus voor betere verbindingen. Diligences reden op vaste trajecten en verzorgden zo de contacten met steden verder weg over land. De reis van Maastricht naar den Bosch nam per reiskoets een heel etmaal in beslag.

Met de aanleg van tramlijnen en spoorlijnen aan het einde van de 19e eeuw werd een aanzienlijke tijdwinst geboekt, zowel voor de reiziger als voor het goederenvervoer.

Stad
Na 1850 werd een aantal de straten verbreed voor een betere doorstroom van het verkeer. Straatverlichting, brandend op gas, maakt een openbaar nachtleven mogelijk. Eeuwenlang werd de stad omkneld door stadswallen en vestingwerken. Door de afbraak daarvan na 1867 ontstond de ring van singels om de oude stadskern, met daarbuiten de nieuwe stadsuitbreidingen. In Wijck werd als eerste aan de ondoordringbaarheid van de verdedigingswerken getornd met een extra doorbraak naar het station: de Percée.



Productie
Op 5 mei 1814 werd Maastricht aan prins Willem van Oranje overgedragen. Tot dat moment was Maastricht een Franse stad.

Tien jaar later, in 1824 wordt de Nederlandse Handel Maatschappij opgericht om te werken aan herstel van handel en de opening van markten. De Noordelijke Nederlanden zouden zich daarbij op handel gaan richten, de Zuidelijke op de industrie.

Tussen 1823 en 1830 verstrekte het Nijverheidsfonds in totaal voor 7 miljoen aan subsidies. 5 miljoen ging naar de Zuidelijke provincies. De mijnbouw in de Borinage bloeide. Het staalbedrijf Cockerill floreerde in Luik-Seraing. Ook Maastricht kwam tot bloei.

Tijdens de Belgische opstand, 1830-1839, raakte Maastricht afgesneden van bijna alle handelscontacten.

In 1833 vond de Conventie van Zonhoven plaats. De directe handel tussen Maastricht en de Nederlandse provincies werd hersteld. De vaarwegen werden weer opengesteld. De invoer van Belgische grondstoffen en halffabrikaten werd weer toegestaan.

De ontwikkeling van Maastricht als industriestad ging in de periode 1830-1850 gelijk op met die van landen als Frankrijk en Duitsland. De industrie in de rest van Limburg leed gedurende deze periode een kwijnend bestaan tot het moment dat de steenkoolmijnbouw begon in de jaren 1880 1890.

Na 1839 raakte de kleine middenstand van Maastricht in de knel door de toenemende Belgische concurrentie en het inkrimpen van het garnizoen, dat voor die tijd eeuwenlang zijn stempel op de plaatselijke economie drukte.

Kleine plaatselijke producenten van verschillende producten ontwikkelden zich tussen 1800 en 1900 tot grote fabrikanten die nationaal en internationaal hun waren afzetten. Zij zijn de stuwende kracht achter de verandering van de stad geweest. Ze eisten de verbreding en aanleg van straten en bruggen. Ze bezetten grote gebieden in en om de stad met hun fabrieken. Ze hielden de bevolking aan het werk maar ook tijdenlang in de greep van bittere armoede. Nu zijn ze bijna allemaal uit de stad vertrokken. Hun fabrieksterreinen zijn ontwikkelplaatsen voor moderne stedenbouw en architectuur.