De Romaanse beeldwereld en het Middeleeuwse wereldbeeld
Bezoekers van de Sint Servaaskerk en de Onze Lieve Vrouwekerk zullen vaak zonder het te weten voorbij lopen aan de grootste Middeleeuwse kunstschatten die Maastricht rijk is: de beroemde Romaanse kapitelen.

Deze beeldhouwwerken bevinden zich bovenop de hoge zuilen die beide kerken sieren en zijn daardoor grotendeels aan het oog van de toeschouwer onttrokken. Ook de grote historische afstand van de toeschouwer tot de gebeeldhouwde voorstellingen maakt het moeilijk ze goed te "lezen".

Zonder grondige kennis van het Middeleeuws gedachtegoed is het nagenoeg onmogelijk om een betekenisvolle samenhang tussen de verschillende kapitelen te ontdekken.

Worden de fysieke en de historische afstand tot de kapitelen echter overbrugd met een stevige ladder en de nodige (kunst - ) historische kennis, dan ziet men een prachtig en boeiend tijdsdocument. De meest recente poging hiertoe werd ondernomen door Elisabeth den Hartog, kunsthistorica aan de Universiteit van Leiden. Zij heeft de oude kapitelen in beide Maastrichtse kerken aan een nader onderzoek onderworpen.

Medio 2003 resulteerde haar studie in een publicatie en een expositie in het Bonnefanten Museum. De tentoonstelling, "De weg naar het paradijs", gaf de geheimen van de voorstellingen op de kapitelen aan de bezoeker prijs. De Middeleeuwse, vermoedelijk Noord-Italiaanse, beeldhouwers bleken hun belevingswereld in steen te hebben gehouwen. Een korte rondgang langs de meest interessante kapitelen uit de Onze Lieve Vrouwekerk en de Sint Servaas toont dit.



 
Romaansekapitelen in de Onze Lieve Vrouwekerk
In het oostelijke koor van de Onze Lieve Vrouwekerk, wordt het altaar omzoomd door een halve cirkel, bestaande uit twintig zwarte zuilen. Op iedere zuil prijkt een goudkleurig kapiteel. In de Griekse en Romeinse bouwkunst werd ook al gebruik gemaakt van kapitelen, maar deze waren heel anders van vorm.

Typisch voor de Romaanse bouwkunst zijn de zogenaamde korfkapitelen, zoals we die aantreffen in de Onze Lieve Vrouwekerk. Een korfkapiteel is een naar de zuil toe rond bijgekapte vierkante steen. Oorspronkelijk werd op de vier zijdes van dit kapiteel een gebeeldhouwde slinger aangebracht. Deze eenvoudige decoratie, maakte al snel plaats voor de meest kunstzinnige staaltjes beeldhouwwerk.

Twee absolute blikvangers in deze kerk zijn de kapitelen van de twee middelste zuilen van de kooromgang. Deze bevinden zich namelijk niet op, maar halverwege de zuilschacht. Voor de bezoeker zijn ze daardoor gemakkelijker te bekijken dan de rest van de kapitelen. Van deze laatste verschillen ze ook wat betreft de vorm.

Kenmerkend voor de zogenaamde "viervoudig gekoppelde" kapitelen is dat ze gedragen worden door vier smalle zuiltjes en in plaats van de gebruikelijke vier vlakken, over acht vlakken beschikken, waarop beeldhouwwerk kon worden aangebracht. Gezien hun bijzondere positie (op ooghoogte van de bezoeker) en hun afwijkende uiterlijk, moeten deze kapitelen een belangrijke boodschap voor de Middeleeuwse kerkganger hebben gehad.

 
Bijbelse taferelen
Op kapiteel 1, halverwege de zuil links van het midden, zien we vier voorstellingen die aan het oudtestamentische verhaal over Jakob en Esau zijn ontleend. Op de voorzijde van het kapiteel wordt Jakob door zijn vader (Isaac) gezegend en ruilt Esau zijn eerstgeboorterecht voor een bord linzensoep.





Aan de rechterzijkant zien we Jakobs droom over de ladder met engelen die tot in de hemel reikt, en zijn worsteling met de engel, waarna hem het land Kanaän wordt gegeven.







Aan de achterzijde van het kapiteel wordt Jakob weergegeven terwijl hij met zijn gezin en kuddes huiswaarts keert. Tenslotte, beeldt de linker zijkant van het kapiteel het weerzien en de verzoening tussen de tweelingbroers Jakob en Esau uit.

Waarom is nu juist dit bijbelverhaal zo pontificaal in de kerk aanwezig? Welke boodschap wilde de kerk met dit verhaal overbrengen? Christelijke schrijvers beschouwen het verhaal van de tweelingbroers, Jakob en Esau, als een symbool voor de eeuwenlange strijd tussen het Christendom en het Jodendom.

Kapiteel met voorstelling van Sara (met stok) en Abraham die drie mannen (engelen?) een maaltijd voorzettenHet Joodse geloof was ouder dan het Christelijke geloof en is daarmee de Esau in dit verhaal. Op basis van dit "eerstgeboorterecht" werd het Jodendom in de Joodse overlevering als het oorspronkelijke geloof beschouwd. Net als Jakob eiste het Christendom dit "eerstgeboorterecht" op van de net iets oudere tweelingbroer (Esau, het Jodendom). Deze voorstelling zegt dus min of meer het volgende: het Christendom is het oudste, het meest oorspronkelijke, kortom het ware geloof. Deze boodschap kunnen we pas ten volle begrijpen als we ons realiseren dat de kapitelen uit 1200 stammen. Dit was de tijd van de kruistochten, die tot doel hadden het geloofsgebied van het Christendom zoveel mogelijk uit te breiden, ten koste van andere religies. Dit bijzondere kapiteel diende duidelijk de prediking van de superioriteit van het Christelijke geloof.

Hetzelfde kan worden gezegd van kapiteel 2, dat zich voor de toeschouwer rechts van het midden, eveneens op ooghoogte, bevindt. Op dit viervoudig gekoppelde kapiteel zien we de belangrijkste passages uit het verhaal van Abraham en Sara verbeeld. Ook dit is een verhaal uit Genesis.

De eerste twee voorstellingen (aan de koorzijde) tonen Abraham en de drie engelen die hij op bezoek krijgt. Zij delen hem mee dat hij en zijn hoogbejaarde vrouw Sara hetzelfde jaar verblijd zullen worden met de geboorte van een kind. Als Sara hartelijk lacht om deze voorspelling, vermanen de engelen haar niet te spotten met de almacht van God.

Op de tweede zijde van het kapiteel zien we Sara (met wandelstok!) en Abraham de engelen een maaltijd voorzetten. Bij vertrek beloven de engelen Abraham dat zijn nakomelingen een groot volk zullen vormen.

De derde zijde van het kapiteel verbeeldt het offer dat Abraham daarvoor moet brengen. Juist als hij zijn geliefde en enige zoon Isaac aan God wil offeren, houdt een engel zijn zwaard tegen (rechtsboven in beeld) De ram, rechts in het struikgewas, zal Isaacs plaats op de offertafel innemen. De laatste voorstelling van dit kapiteel laat zien hoe de ram wordt geofferd: Abraham doorklieft hem met zijn zwaard.In de twaalfde eeuw werd dit verhaal meestal uitgelegd als een voorafspiegeling van Gods bereidheid zijn zoon, Jezus, te offeren om de mensheid daarmee van de erfzonde te bevrijden. Volgens deze opvatting bevatten de verhalen uit het Oude Testament op symbolische wijze aankondigingen van de meest belangrijke gebeurtenissen die in het Nieuwe Testament staan beschreven.

Het offer van Abraham staat daarmee symbool voor de kruisdood van Christus en voor de eucharistie, het offer dat tijdens de mis wordt gebracht in de vorm van brood en wijn. De voorstellingen op dit kapiteel symboliseren dus de meest kenmerkende bestanddelen van het Christendom. Het tonen van de kern van deze religie is natuurlijk helemaal op zijn plaats in een kerk die in de Middeleeuwen een belangrijke rol heeft gespeeld in de verspreiding van het geloof.

Veel beeldhouwwerk in de Onze Lieve Vrouwekerk is gewijd aan bijbelse thema's. Zo vertellen kapitelen 3 en 4 de verhalen van respectievelijk Kaïn en Abel en Bileam en de ezel. Vooral dit laatste kapiteel wordt vaak geprezen om zijn prachtige kwaliteit. Kapiteel 3 dient, evenals de hiervoor besproken kapitelen, om het Christendom tegen het (in hun ogen minderwaardige) Jodendom af te zetten.




Zo zou de broedermoord van Kaïn op Abel volgens christelijke lezing de kruisdood van Jezus symboliseren. De Joden, afstammelingen van Kaïn, werden hiervoor verantwoordelijk gehouden. Joden zouden onbetrouwbare wezens zijn, die Christenen (hun broeders) niet het licht in de ogen gunden. Elisabeth den Hartog noemt de voorstellingen op bovengenoemde kapitelen ronduit antisemitisch. De Joden worden immers in een kwaad daglicht gesteld.

Haar theorie riep veel weerstand op in de Onze Lieve Vrouwekerk, die de suggestie van antisemitisme hoogst beledigend en vergezocht vond. Die verontwaardiging is begrijpelijk. De term "antisemitisme" heeft na de holocaust uiteraard een gruwelijke bijbetekenis gekregen. Toch is het aannemelijk dat Christelijke beeldhouwers het Jodendom als iets minderwaardigs voorstelden. Zij wilden immers zoveel mogelijk mensen voor hun eigen religie winnen. Vergelijk het maar met politieke campagnes in onze eigen tijd! Daar worden ook geen middelen geschuwd om de "tegenstanders" in een minder fraai daglicht te stellen.
 
Natuurlijke taferelen
Niet alleen de bijbel speelde een belangrijke rol in de belevingswereld van de Middeleeuwer. De woeste, vaak gevaarlijke natuur waarin deze mens zich staande moest zien te houden, was minstens even belangrijk. De natuur is dan ook prominent aanwezig in de beeldende kunst uit die tijd.

Op de kapitelen in de Onze Lieve Vrouwekerk zien we verscheidene wilde dieren, naakte mannetjes die verstrikt zijn in het struikgewas, en mensen in gevecht met wilde dieren afgebeeld. Deze beelden vertolken volgens Den Hartog een door en door Christelijke visie op de mens en de natuur: na de zondeval was er niets meer over van het oorspronkelijke paradijs. Kwaad regeerde de wereld.

Alleen gehoorzaamheid aan God kon het zielenheil van de mens misschien nog redden. Ook het beeldhouwwerk in de Sint Servaaskerk kenmerkt zich door de vele natuurlijke voorstellingen. Daar zullen we zo aandacht aan besteden.

Eerst moeten we echter nog een belangrijke vraag beantwoorden: voor wie waren de beelden in de Onze Lieve Vrouwekerk eigenlijk bedoeld? Kapitelen worden wel eens omschreven als gebeeldhouwde stripverhalen voor de ongeletterde pelgrim. Het is echter onwaarschijnlijk dat zij deze beelden hebben gezien, laat staan goed hebben kunnen lezen. De gewone mensen hadden in die tijd namelijk geen toegang tot de kooromgang. Deze plek was aan de kerkelijke elite voorbehouden.

Dankzij jarenlange studie van verlichte Middeleeuwse handschriften en rijk geïllustreerde bijbels was deze groep mensen in staat de voorstellingen op de kapitelen te lezen en te duiden, vertrouwd als zij waren met de bijbelse beeldtaal. Den Hartog gaat in haar studie dieper in op de vraag waarom juist de kapittelheren, die toch al doordrongen waren van het belang van het christelijke geloof, via deze beelden werden gewaarschuwd voor ketterij, het Jodendom en andere "valse profeten".
 
Romaanse kapitelen in de Sint Servaaskerk
Ook in de Sint Servaaskerk is beroemd beeldhouwwerk uit dezelfde periode aanwezig. Toch onderscheiden de kapitelen uit beide kerken zich op cruciale punten van elkaar. De kapitelen in de laatstgenoemde kerk zijn voornamelijk gewijd aan natuurlijke taferelen, die we kunnen onderverdelen in vier categorieën: mensen, Vreemde mensen, monsters, wilde dieren die de mens vijandig bejegenen en ten slotte planten.
 
Mensen
Deze kapitelen brengen de dagelijkse werkzaamheden en bezigheden van de Middeleeuwer in beeld. Een voorbeeld hiervan is kapiteel 5. We zien hier drie mannetjes, die druk doende zijn: de eerste snijdt groente, de tweede draagt een kruik en het derde mannetje eet wat brood terwijl hij de grond bewerkt.

Deze gebeeldhouwde voorstelling kan net als de kapitelen uit de Onze Lieve Vrouwe kerk worden begrepen tegen een bijbelse achtergrond. In haar analyse van dit beeldhouwwerk haalt Den Hartog ter verduidelijking een passage uit Genesis (3:17-19) aan:Alleen door levenslang zwoegen zult ge er van eten. Distels en doornen zal hij u voortbrengen, ofschoon gij u met veldgewas moet voeden; in het zweet van uw aanschijn zult gij uw brood eten
De treurige gesteldheid van de aardbodem die hier wordt beschreven was een gevolg van de zondeval. Was de mens voorheen nog onsterfelijk en de aarde een oase van vruchtbaarheid, door zonde was de mens sterfelijk geworden en de aardbodem dor en droog. Alleen door hard zwoegen zou de mens het nodige aan de aarde kunnen onttrekken. Ook op andere kapitelen die het dagelijkse leven verbeelden, zien we dat het leven van de Middeleeuwer in het teken van overleven stond.
 
Vreemde mensen/ monsters
Raar mannetje wordt aangevallen door twee geklede figuren met hondenkoppen (Cynocephali)De kapitelen die onze verbeelding wellicht het meest prikkelen, zijn die waarop vreemde mensen/ monsters staan afgebeeld. Op kapiteel 6 wordt bijvoorbeeld een zeer zonderling wezen verbeeld. We zien een mannetje, wiens hoofd opgenomen lijkt te zijn in zijn romp, dat van twee kanten wordt belaagd door gevaarlijke beesten met hondenkop, ook wel Cynocephali genoemd. Deze vreemde mensensoort werd ook wel Blemmyes genoemd. Wat waren dit voor mensen en bestonden ze echt? De Blemmyes zou in Indië en Ethiopië wonen, aldus de Middeleeuwer. Den Hartog legt een verband met bepaalde Afrikaanse stammen die ontzettend grote maskers droegen. Opnieuw vindt ze haar verklaring voor het voorkomen van dergelijke creaturen in de Middeleeuwse beeldtaal in de religieuze context van die tijd. Deze mensensoort zou de menselijke zonden symboliseren. Zijn misvorming en verbanning naar de periferie van de wereld (de rand van de schepping), dankte deze soort aan zijn zondige gedrag. Dergelijke schrikbeelden moesten de Middeleeuwer waarschuwen en behoeden voor ongehoorzaamheid.
 
Wilde dieren en de mens
Twee honden die zichzelf in de staart bijten, de nekken aan elkaar gebondenOok dieren spelen een prominente rol op de kapitelen in de Sint Servaaskerk. Meestal zijn het wilde dieren, die happen, bijten of pikken naar planten, mensen of naar zichzelf. Elkaar doen ze daarentegen nooit iets. Op kapiteel in het westwerk van de Sint Servaaskerk, zien we bijvoorbeeld twee honden die bij hun nekken met elkaar verbonden zijn. Zij bijten zichzelf in de staart. Dit gebrek aan agressie tussen dieren, brengt Den Hartog in verband met de Civitate Dei (In het Nederlands: Over de stad Gods), het levenswerk van de Middeleeuwse kerkvader Augustinus (354- 430). In dit geschrift toont hij zijn pessimistische mensbeeld door te stellen dat dieren onder elkaar nooit oorlog voeren, zoals de mens dat doet. En dat terwijl de mens over rationele vermogens beschikt, vermogens die hem in staat zouden moeten stellen om conflicten geweldloos op te lossen. Ook de middeleeuwse beestenboeken, de zogenaamde bestiaria, prijzen vaak het beschaafde gedrag van dieren in vergelijking de mens. Mannetje op de rug gezien, aangevallen door twee drakenEen belangrijke denker uit de zevende eeuw, Johannes Scotus Erigena, stelt daarentegen dat wilde dieren symbool stonden voor menselijke drijfveren zoals hebzucht, wraakzucht en woede. De mens kon dit dierlijke niveau ontstijgen met behulp van zijn verstandelijke vermogens. Op sommige kapitelen in de Sint Servaaskerk lijken dieren inderdaad het zondige van de mens te verbeelden. Neem bijvoorbeeld kapiteel 8, waarop we een hurkend mannetje zien, dat zich probeert te verweren tegen twee draken die hem belagen. Ook de twee kapitelen naast de centrale oculus, het kleine ronde venster in de kooromgang, tonen gevaarlijke dieren. Draak en leeuw verzinnebeelden hier het kwaad dat bestreden moet worden. De plaatsing van deze kapitelen, aan weerszijden van de oculus, is volgens Den Hartog niet toevallig. De aardse vertegenwoordiger van Jezus Christus, die door de centrale oculus een stralenkrans lijkt te dragen, had immers tot taak de mens te behoeden voor zijn zondige impulsen, kortom: de "gevaarlijke beesten" het zwijgen op te leggen.
 
Planten
In de Sint Servaaskerk komen veel kapitelen voor met figuren die ontleend zijn aan de flora. Dat is niet verwonderlijk! Ook in de bijbel speelt het plantenrijk een belangrijke rol. Het is tenslotte allemaal begonnen met de beruchte boom van de kennis van goed en kwaad. Toen de eerste mensen, Adam en Eva, van de boom bleken te hebben gegeten, werd hen de toegang tot het aardse paradijs voor eeuwig ontzegd. Groot onheil daalde neer over de mensheid. Om deze zonde verloor de mens niet alleen zijn onschuld maar ook zijn onsterfelijkheid. Het eeuwige leven in het hemels paradijs werd voor de mens het hoogst haalbare, een ideaal dat alleen gerealiseerd kon worden dooreen godsvruchtig bestaan te leiden.

Detail van kapiteel met voorstelling van de levensboomDat planten vaak in een religieuze context werden gebruikt, blijkt wel als we kapiteel 9 bekijken. Hierop wordt de levensboom verbeeld. Aan de knoppen van deze boom ontspruiten mensenhoofdjes(die uiteraard het leven symboliseren).

De bloemen en planten op de kapitelen zijn vaak sterk gestileerd weergegeven. Een botanicus zou de verschillende plantensoorten niet kunnen herleiden.

Samenvattend concludeert Den Hartog dat de Romaanse kapitelen in de Sint Servaaskerk de aardse chaos, kortom de wereld van na de zondeval, verbeelden. Het kwaad is geschied en de mens verjaagd uit het aardse paradijs. Wie zijn bestaan echter in het teken stelt van God, door een leven lang keihard te werken en door zijn dierlijke natuur te lijf te gaan met zijn rationele vermogens, zal wellicht gespaard blijven. Immers, in tegenstelling tot het dier heeft de mens de keuze tussen goed en kwaad. De mens beschikt over zijn eigen lot, zo luidt de boodschap. Hij is er dan ook zelf verantwoordelijk voor.

Het valt op dat de toonzetting van de kapitelen in de Sint Servaaskerk vrij filosofisch is, waar die in de Onze Lieve Vrouwekerk juist uitgesproken theologisch van opzet is. In deze kerk ging het er namelijk om het Christendom af te zetten tegen het Jodendom. In de Sint Servaas zien we hier niets van terug. Hier wordt de leefwereld van de Middeleeuwer in de meest brede zin van het woord weergegeven.
 
Ander Romaans beeldhouwwerk in Maastricht
In zowel de Onze Lieve Vrouwekerk als de Sint Servaaskerk vinden we afgezien van de kapitelen nog een heleboel Romaanse beeldhouwwerken van grote klasse.

De Christus Thriumphans in het portaal aan de Noord-West kant van de Onze Lieve Vrouwekerk is een reliëf uitharde mergel. Hoewel enigszins aangetast door de tand des tijds, is de afgebeelde voorstelling nog redelijk goed te ontcijferen. Zoals de titel al aanduidt, zien we hier Christus die zegeviert. Maar op wie of wat heeft hij de zegen behaald? De inscriptie verraadt dat het om twee wilde dieren, respectievelijk een draak en een leeuw, gaat. Zij zijn links en rechts onder in het beeld te zien. Zij worden vertrapt door Christus. Evenals in een van de hierboven besproken kapitelen symboliseren zij het kwaad.

De eed op de relieken, eveneens een beeldhouwwerk uit harde mergel, bevindt zich in de Noordwand van de Onze Lieve Vrouwekerk. Het beeldt vier personen af. De grootste van hen, de vorst, zit op een klapstoel in het midden. De poten van de stoel lopen uit in klauwen en drakenkoppen. De vorst, die gekleed is in een lang gewaad, kousen en rijgschoenen, houdt in zijn rechterhand een scepter in de vorm van een lelievast. Links van hem zien we een man die voor hem knielt met zijn linkerhand op zijn borst (de hand op het hart).

Tussen hen twee in staat een zuiltje met een kapiteel, waarop in een doek "een reliek" ligt. Achter de geknielde man staat een andere man, die zijn baard omvat met zijn hand. Met deze symbolische handeling bevestigt hij getuige te zijn van wat zich op dat moment voor zijn ogen afspeelt, namelijk een eedaflegging van een vazal aan de koning. Rechts van de vorst zien we een vierde persoon met een zwaard in zijn rechterhand waarop het woord gladius (Latijn voor "zwaard") staat. Dit nadrukkelijk aanwezige zwaard staat symbool voor de verhouding tussen de koning en de geknielde man voor hem: hij zweert onder toeziend oog van de omstanders een trouwe vazal van de koning te zullen zijn.

Ander Romaans beeldhouwwerk in de Onze Lieve Vrouwekerk is het Reliëf van de bisschop. Dit 1,77 meter hoge reliëf waarop we een bisschop met een krom staf in zijn rechter - en een open boek in zijn linkerhand zien, is gemaakt van harde mergel. Er is vaak gesuggereerd dat hier Sint-Nicolaas verbeeld wordt. Deze heilige speelde namelijk een belangrijke rol in het Rijn- en Maasgebied. Wat dit beeldhouwwerk bijzonder maakt is de gezichtsuitdrukking van de bisschop.

Aangezien de Romaanse beeldtaal primair het communiceren van belerende boodschappen tot doel had, was het persoonlijke en karakteristieke van afgebeelde personen van ondergeschikt belang. Het afbeelden van deze details werd pas in de Gotiek gemeengoed. In de Romaanse kunst echter zijn gezichten in de regel uitdrukkingsloze, schematische weergaven. De eed op de relieken is daarvan een voorbeeld. De beeldhouwer van het reliëf van de bisschop was zijn tijd wat dat betreft vooruit: de bisschop heeft een geheel eigen, uniek gezicht. Zo gezien, markeert dit beeldhouwwerk de overgang van de Romaanse naar de Gotische kunst.
 
Sint Servaaskerk
Ook in de Sint Servaaskerk kan de liefhebber van Romaans beeldhouwwerk zijn hart ophalen. Zo treft hij in het voormalige westkoor van deze kerk de zogenaamde Maria retabel. Dit altaarstuk waarop onder andere Sint Servaas is afgebeeld, is van grote betekenis voor de kerk.

Op de rechthoekige benedenhelft van het altaarstuk houden twee engelen een "mandorla" vast. In deze ovale vorm zit de Madonna (de patrones van de westbouw van de kerk) op een troon met het kindje Jezus op haar linkerarm.

In de bovenhelft zien we Christus op een troon, zijn armen naar weerszijden gestrekt. Hij houdt zijn handen beschermend boven de hoofden van twee naast hem geknielde figuren: Sint Petrus en Sint Servaas. Servaas, de patroonheilige en eerste bisschop van Maastricht, heeft in zijn linkerhand een sleutel en in zijn rechterhand een kromstaf. Deze sleutel was een geschenk van Sint Petrus, die nog twee sleutels vasthoudt in zijn rechterhand. In zijn linkerhand zien wij een opengeslagen boek. Dit altaarbeeld heeft tot de opheffing van het kapittel in 1798 op een altaar in het westkoor van de Sint Servaaskerk gestaan.
 
Majestas Domini
Bekender dan de Maria Retabel is de Majestas Domini, een rijkelijk versierd timpaan boven het portaal aan de noordoostzijde van de Sint Servaaskerk. Op dit reliëf zien we Christus die in zijn linkerhand een boek houdt, waarin in Latijn geschreven staat: IK BEN DE WEG, DE WAARHEID, HET LEVEN. Christus wordt in deze voorstelling omringd door figuren die de vier evangelisten symboliseren: de leeuw (Marcus), de engel (Mattheus),de stier (Lucas) en de adelaar (Johannes).

Op de lijsten aan weerszijden van het timpaan staat de inscriptie: "Dit is een huis des gebeds en tot afwassing van zonde. Treed over deze drempel, o mens, die u van schuld wilt zuiveren". Aan de onderkant van het timpaan wordt de boodschap nogmaals herhaald: "Hierbinnen geeft de bron der barmhartigheid u afwassing van zonden". Het kan geen pelgrim zijn ontgaan waartoe de kerk diende en dat was ook ongetwijfeld de bedoeling van deze expliciete boodschap.

Link:
Onze Lieve Vrouwekerk