Frankische Rijk
De laatste Merovingische koningen waren zwakke leiders. In 751 nam Hofmeier Pepijn de Korte het roer van de Merovingische koning over. Tot in de tiende eeuw heersten de afstammelingen van Pepijn over het Frankische Rijk. De heersers werden Karolingers genoemd. Deze naam verwijst naar Karel de Grote, de machtigste keizer uit dit geslacht.
Karel de Grote
Karel de Grote leefde van 742 tot 814. Hij was de zoon van Pepijn de Korte en Bertha "met grote voeten". In de Middeleeuwen hadden de mensen geen achternaam, maar om elkaar toch te herkennen droegenmensen vaak een bijnaam die verwees naar een opmerkelijke eigenschap. Karel werd Karel de Grote genoemd, omdat hij een machtig keizer was en omdat hij één meter tweeënnegentig lang was. Hij was van 771 tot aan zijn dood koning van deFranken. In het jaar 800 liet hij zich kronen tot keizer van het Westen door dePaus in Rome. Hij was één van de bekendste keizers uit de Middeleeuwen. Als koning van de Franken voerde Karel de Grote al oorlogen met verschillende volkeren om zoveel mogelijk gebieden bij zijn land te kunnen inlijven. In zijn regeringsperiode voerde hij meer dan vijftig oorlogen. Bijna heel West-Europa behoorde tot het Karolingische Rijk. Karel wilde zijn land centralistisch besturen. Om dit de bewerkstelligen hield de keizer zoveel mogelijk persoonlijk contact met de lagere adel. Hij reisde langs zijn koninklijke hoven, paltsen. In Maastricht bezat Karel de Grote ook een palts. Die lag aan de noordelijke zijde van het Vrijthof. De paltsen waren koninklijke versterkingen waar voedselvoorraden werden bewaard. Wanneer Karel een palts bezocht, riep hij de lokale edelen bij elkaar enoverlegde met hen over het bestuur en sprakrecht. De hoofdstad van het Karolingische Rijk verplaatste zich van het Seine-gebied, naar Noord-Frankrijk en uiteindelijk naar het Maasdal. De keizer verbleef graag in Aken. Dit werd de hoofdstad van het Frankische Rijk.
Palts
Karel de Grote bezat een palts (koninklijk paleis) in Maastricht, gelegen aan het Vrijthof. Deze zal hij zeker meerdere malen hebben bezocht. Met zekerheid weten we echter niet veel. De keizer was namelijk benoemd tot leke-abt van het bij Sint-Servaas behorende klooster. Het graf van Sint-Servaas en de erbij horende kerk hadden een belangrijke symbolische waarde voor de Karolingers. Het toonde namelijk het prestige van hun koningsschap aan. De Karolingische heersers werden de beschermheren van de Sint-Servaaskerk en zijn priesters. Na de dood van Karel de Grote nam het centrale gezag van de Karolingische keizer af.
De tweeherige stad
Het Frankische Rijk werd verdeeld bij het Verdrag van Verdun in 843. Toen werd Maastricht ingedeeld in het Middenrijk, dat reikte van Italië in het zuiden tot aan de Noordzee in het noorden. Vervolgens werd Maastricht bij het verdrag van Meerssen in 870 definitief onderdeel van het Duitse Rijk. De stad behoorde aan het vorstendom Lotharingen. De eerste hertog van Lotharingen werd in 929 bekleed met hertogelijke waardigheden in de Sint-Servaaskerk. Sindsdien kreeg de kerk van Sint Servaas een belangrijke rol binnen het vorstendom. De kerk en de mensen die zich rond de Sint-Servaaskerk vestigden, vielen onder het gezag van de Duitse keizer. De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de inwoners rond deze kerk vielen onder het gezag van de Luikse Prins-Bisschop. Maastricht werd een tweeherige stad. Bij de twee belangrijkste kerken van de stad hoorden al rond het jaar 1000 leefgemeenschappen van geestelijken. Zij leefden volgens vaste regels, verzorgden de liturgische kerkdiensten en zongen zevenmaal per dag de getijden. De leefgemeenschappen werden kapittels genoemd. Deze naam verwees naar de hoofdstukken uit het heilig Schrift, die dagelijks gebeden werd. De leden van het kapittel van Sint-Servaas werden benoemd door de keizer, die van Onze-Lieve-Vrouw door de bisschop van Luik. De twee belangrijke kerken, met ieder een eigen geschiedenis, hadden een grote aantrekkingskracht op veel gelovigen. De pelgrimage naar Maastricht die in de negende eeuw op kwam, groeide tijdens de Middeleeuwen. Steeds meer pelgrims kwamen naar de stad aan de Maas. Dit blijkt ook uit het aantal kloosters dat in Maastricht werd gesticht. In de Hoge Middeleeuwen bereikte de pelgrimage zijn hoogtepunt.