In de zestiende eeuw raakte het binnenterrein tussen de twee stadsmuren ook niet vol. Huizen werden nog gebouwd in vakwerkbouw. De daken waren met stro bedekt.
In de loop van de zestiende eeuw
In de loop van de 16e eeuw en in de 17e eeuw werden huizen steeds meer gebouwd in Maaslandse Renaissance stijl. Deze stijl kwam in de stad ook voor in de kloosterbouw zoals het Jezuïetenklooster (1609) of het Augustijnenklooster (1610). Ook in het begin van de 17e eeuw bleef de terrein tussen de twee stadsmuren nog goeddeels onbebouwd. Er werden enkel kloosters gebouwd en begraafplaatsen en militaire oefenterreinen ingericht. Nadat in 1612 circa veertig woningen in de Brusselsestraat in vlammen op gingen, besloot het stadsbestuur dat er alleen nog maar "met steenen oft bricken" gebouwd mocht worden. In 1665 worden de maatregelen ter verstening van de stad wettelijk vastgelegd in het Recueil der Recessen, een verzameling gemeentelijke voorschriften.
Interieurs
In deze eeuw begon men ook aandacht te besteden aan het interieur van de huizen. Het was vanouds gebruikelijk dat het ambacht achter het huis werd uitgevoerd. Alle grondstoffen, producten, knechten en paarden moesten tot dan toe door het huis om de werkplek te bereiken. In de 17e eeuw werd voor dit werkverkeer een aparte gang in het huis aangelegd.
Volksgezondheid
Veel straten in de stad waren niet meer dan karrensporen. Ze waren bezaaid met puin, slachtafval en overal liepen dieren, zoals varkens. Straatvuil werd nauwelijks opgehaald, zodat overal in de stad "swaere luchten" hingen. Die vuiligheid maakte dat "pest" zich snel kon verspreiden. Het bevolkingsaantal daalde van de 16e tot de 18e eeuw, daalde in tijden van pest en oorlog en steeg in vredestijd. Gemiddeld leefden er 15.000 mensen in de stad. Daaronder waren soldaten van het garnizoen en ook veel kloosterlingen; er waren meer dan 20 kloosters in de stad.
Stedelijke nijverheid
De stedelijke nijverheid nam af in de 17e eeuw. Maastricht was een dure stad vanwege de hoge stadsbelastingen en de prijzen van levensmiddelen. Het was dus geen aantrekkelijke stad voor de gewone man, maar ook niet voor kapitaal- krachtigen. De gegoede burgerij bestond uit kanunniken, kooplieden, advocaten en notarissen. De middenstand werd gevormd door ambachtslieden, kloosterlingen en geestelijken.
De volksgezondheid was niet ideaal. Gemiddeld leefde de mensen maar dertig jaar; kindersterfte en ondervoeidng kwamen veel voor. Ernstige ziektes als longontsteking en roodvonk teisterden de stad.
Middelgrote stad
Het dagelijks leven veranderde tussen 1500 en 1800 niet veel. Oorlogen, ziektes en financiële zorgen maakten dat Maastricht van een grote Middeleeuwse stad, een middelgrote stad werd.
300.000 jaar geleden...
De geschiedenis van Maastricht begint 300.000 jaar geleden. Vondsten van vuurstenen voorwerpen en botresten van dieren in de Belvedéregroeve te Caberg bewijzen dat. Ten noordwesten van de stad waren kampplaatsen van de eerste verzamelaars en jagers. Deze sporen van menselijke bewoning zijn de oudste ooit gevonden in Nederland. Sindsien is het gebied van het huidige Maastricht bewoond gebleven. Sporen uit het verleden wijzen hierop.
Neanderthalers
Er zijn geen menselijke fossielen gevonden. We weten dus niet hoe de eerste mensen in deze streek er uitzagen. Elders in Europa zijn wel menselijke botten opgegraven. Ze zijn even oud als de vondsten uit de Belvedéregroeve. De botten zijn van de voorgangers van de Neanderthaler. De neanderthalers hadden een naar achter wijkend voorhoofd, zware wenkbrauwen, een kleine kin en waren erg gespierd. Misschien zagen de prehistorische mensen in Nederland er ook zo uit?
Rondtrekkende, kleine groepjes Neanderthalers hebben vaak hun kamp opgeslagen op de hoge en dus veilige oevers langs de Maas . Dat gebeurde in in de voorlaatste ijstijd, het Saale, 300.000 -130.000 jaar geleden, in de 'tussen-ijstijd', het Eem, 130.000 tot 115.000 jaar geleden en in de laatste ijstijd, het Weichsel, 115.000 tot 10.000 jaar geleden. Ze joegen er op exotische inmiddels allang uitgestorven diersoorten. In 1823 werd de schedel van een Neanderthaler gevonden bij Caberg bij het uitgraven van de Zuid-Willemsvaart.
De Neanderthaler moet in deze streek door de huidige mensensoort zijn verdreven of zo'n 40.000 jaar geleden of uitgestorven zijn nog voordat de laatste ijstijd ten einde was. De allereerste 'Maastrichtenaren' waren rondtrekkende jagers. Er zijn ook sporen teruggevonden van de Bandkeramiekers. Zij stichtten de eerste boerengemeenschappen, die zich hier metterwoon vestigden, circa 5300 jaar voor christus. Op de Caberg werden in 1925 de eerste sporen van de bandkeramiekers in ons land gevonden.De vuursteenmijnen van Ryckholt werden vanaf circa 3800 voor christus wel 1000 jaar lang geëxploiteerd. De eerste bronzen voorwerpen gemaakt door vroege Maastrichtenaren dateren van ongeveer 2100 voor christus. De vondsten van ijzerproductie, aardewerkproductie en glasproductie duiden erop dat er daarna constant bewoning is geweest op de oevers van de Maas voor de komst van de Romeinen.'
Mensen aan de Maas
De Maastrichtse vondsten tonen aan hoe de oudste mensen langs de Maas hebben geleefd. Mensen aan de Maas
De prehistorische geschiendenis kunnen we reconstrueren aan de hand van archeologische vondsten. Pas vanaf de Romeinse Tijd (circa 50 voorChristus - 450 na Christus) zijn er ook geschreven bronnen.
Een bericht uit het verleden
Het beroemdste dier dat in dit gebied leefde, voor de komst van de mens, is de Mosasauriër Bèr. Bèr leefde zesenzestig miljoen jaar geleden in de tropische zee die deze streken bedekte. Bèr werd in 1998-1999 opgegraven in de Enci-kalksteengroeve in de Sint-Pietersberg. Hij was een reuzenhagedis van 12 meter lang met een enorme bek, een slank lichaam en een lange staart met een vin en acht flippers. Bèr bewoog zich in het water door met zijn staart te wapperen en met zijn flippers bij te sturen. Met zijn bek, vier keer veertien stevige tanden en nog eens twee rijen forse, extra gekromde tanden achterin, ving hij vissen, inktvissen, zeekrokodillen, haaien en schildpadden. Bèr is van ouderdom of aan een ziekte gestorven. Het dier had namelijk geen vijanden. Het kadaver is op de botten na opgepeuzeld door haaien. Bèr is te bewonderen in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.
Het beroemdste dier dat in dit gebied leefde, voor de komst van de mens, is de Mosasauriër Bèr. Bèr leefde zesenzestig miljoen jaar geleden in de tropische zee die deze streken bedekte. Bèr werd in 1998-1999 opgegraven in de Enci-kalksteengroeve in de Sint-Pietersberg. Hij was een reuzenhagedis van 12 meter lang met een enorme bek, een slank lichaam en een lange staart met een vin en acht flippers. Bèr bewoog zich in het water door met zijn staart te wapperen en met zijn flippers bij te sturen. Met zijn bek, vier keer veertien stevige tanden en nog eens twee rijen forse, extra gekromde tanden achterin, ving hij vissen, inktvissen, zeekrokodillen, haaien en schildpadden. Bèr is van ouderdom of aan een ziekte gestorven. Het dier had namelijk geen vijanden. Het kadaver is op de botten na opgepeuzeld door haaien. Bèr is te bewonderen in het Natuurhistorisch Museum Maastricht.