DE BOSCHE FRONTEN


De Nieuwe Bossche Fronten zijn aangelegd tussen 1816 en 1821 en maakten deel uit van de laatste modernisering van de vestingwerken van Maastricht voordat in 1867 bij Koninklijk Besluit werd vastgesteld dat de stad geen vesting meer zou zijn.

Tussen bastion Holsteyn, dat zelf tot de Hoge Fronten behoort en de Maas, werd een compleet nieuw gebastioneerd verdedigingsstelsel gebouwd. Het bestond uit vier, door middel van courtines met elkaar verbonden bastions, die met de hoofdletters A, B, C en D werden aangeduid. Tussen de bastions kwamen vier ravelijnen met als naam de kleine letter a, b, en c te liggen, waarbij de ravelijnen a en b op hun beurt nog door een couvreface werden afgeschermd. Er werden zes kazematten aangelegd verdeeld over de bastions A, B en C en in de drie ravelijnen.  Achter ravelijn c kwam een halfrond reduit  te liggen. Vier andere reduits werden in de inspringende hoeken naast de ravelijnen a en b gelegd.

Al deze verdedigingswerken werden voorzien van grachten die geïnundeerd oftewel onder water gezet konden worden met behulp van water dat van de Jeker werd afgetapt. Dit water werd onder de Hoge Fronten door en er achter langs geleid met behulp van het Jekerkanaal dat ook wel de cunette genoemd wordt. Het Jekerkanaal liep onder de stadsgracht voor de tweede stadsmuur. Er zijn wel proeven genomen met de inundatie en bij diverse belegeringen na het aanleggen van het Jekerkanaal zal men die inundatie ook wel hebben gesteld. Ook de vestingewreken voor Wyck konden worden geïnundeerd, Maastricht had dus drie inundeerbare fronten.

Een gebied inunderen wil zeggen: een gebied defensief onder water laten lopen. Bij Maastricht waren verschillende gebieden helemaal voorbereid om bij gelegenheid van een beleg onder water gezet te worden. Dit waren de laaggelegen gebieden aan de kant van de Maas. De fronten die aan de Noordkant van de stad aan de kant van de Maas liggen worden ook wel met de term lage fronten aangeduid. Hier kon water van de Jeker met behulp van het Jekerkanaal, dat ook wel de cunette genoemd wordt, naartoe gevoerd worden.

Een beer voor de saillant van bastion B moest het onder water zetten van deze grachten in twee fasen doen verlopen. Met behulp van een aquaduct, gelegen voor de rechterface van de couvreface voor ravelijn a, kon ook het voorliggende gebied, het Bosscherveld geïnundeerd worden. Houten bruggen, die voor een deel weggedraaid konden worden, vormden de verbindingen tussen de verschillende verdedigingswerken. In het midden van de Courtines A-B en B-C waren bevond zich een overwelfde doorgang die toegang verleende tot een brug naar het voorliggende ravelijn. Bij de courtine C-D liep de weg naar Den Bosch over een brug naar het reduit achter ravelijn c.


De buitenrand van de Nieuwe Bossche Fronten werd gevormd door  een bedekte weg en glacis. Door de hoofdschootsrichtingen van de verschillende onderdelen aan te geven wordt duidelijk dat vanuit de Nieuwe Bossche Fronten zo goed als alles geraakt kon worden dat zich binnen het schootsveld bevond. Ook dekten de werken elkaar en werden ze door de ondergelopen grachten zo goed als onbereikbaar vanuit veldzijde. Zij hebben door de loop van de geschiedenis de vuurproef nooit hoeven doorstaan. Het is echter zeer wel voorstelbaar dat een agressor met net zo'n grote boog als waarmee hij de Linie van Du Moulin zou proberen te vermijden, ook de Nieuwe Bossche Fronten zou willen omzeilen. Er zijn uit de negentiende eeuw diverse franse verkenningsrapporten bekend, maar nog onbekend is of daarin een voorkeursfront genoemd wordt.

De zwaardere vestingartillerie stond in het algemeen op de cavaliers of katten, in de buitenwerken werden eigenlijk geen geschutbatterijen ingericht. Stukken lichter veldgeschut konden zo nodig wel op de wallen van diverse verdedigingswerken worden opgesteld. Zo is er in de saillant van de lunetten van Du Moulin een opstelplaats voor geschut voorzien. Het is echter zo dat dit geschut werd ingereden als het nodig geacht werd en teruggetrokken als de vijand zijn naderingsloopgraven verder naar voren had geschoven. Massaal geschutvuur vanaf alle wallen zoals getekend is, is alleen al getalsmatig onmogelijk omdat er nooit in de geschiedenis van de vesting zoveel kanonnen aanwezig waren, om nog maar te zwijgen over het personeel. Het is de weergave van het vuur dat gegeven kon worden qua richtingen en niet van vuur dat tegelijkertijd gegeven kon worden. Geweervuur kan in principe van achter elke borstwering worden uitgebracht en natuurlijk ook vanuit de schietgaten van caponnières en keelmuren en andere muren met schietgaten. Dit wordt echter gefaseerd uitgevoerd. In het begin zal men van achter de borstwering van het glacis proberen vuur uit te brengen, of er dan tegelijkertijd vanaf lunetten, ravelijnen en bastions vuur wordt uitgebracht over de hoofden van de mannen achter het glacis? Die zouden dan wel heel erg tussen twee vuren komen te zitten.

Toen in 1825 de Zuid-Willemsvaart werd aangelegd moesten er drie overwelfde tunnels voor deze waterloop worden aangelegd. De buitenste tunnel, die nog bestaat, doorkruiste het glacis in de inspringende hoek tussen ravelijn b en c. Daar werd later in 1856 de spoorlijn naar Hasselt min of meer parallel aan de Zuid-Willemsvaart door de buitenste rand van de Nieuwe Bossche Fronten heen geleid. De aanleg van de Zuid- Willemsvaart en de spoorlijn worden vaak als het begin van het einde van de vesting gezien, of als een aanslag op de vesting. De vesting werd evenwel met aanpassingen verdedigbaar gehouden, zo moest immers de in hooflijn kaarsrechte Zuid-Willemsvaart om in de vesting te komen, een aantal scherpe bochten maken om ervoor te zorgen dat ook deze toegang, net als de verkeerswegen zo nodig kon worden bestreken. Ook voor de spoorlijn werden vestingbouwkundige maatregelen genomen.

Het Fort Koning Willem 1, bij velen beter bekend als Fort Willem, is op de zuidpunt van de hoogte van de Caberg gebouwd met als doel 'afweering tegen den algemeenen vijand'. In 1814 was de Caberg opgemeten en in kaart gebracht en konden de werken aan het fort beginnen. Het kon, naast de verdediging van de noordelijke vestingfronten ook dienen om in samenwerking met het Fort Sint Pieter een kruisvuur te leggen voor de Hoge Fronten.  Flankvuur zou het terrein oostelijk van de Caberg kunnen dekken, samen met vuur vanaf de facen van ravelijn c. In 1818 wordt het Fort Koning Willem 1 voltooid.

Een fort is een verdedigingswerk dat volledig zelfstandig kan functioneren en dat naar alle zijden verdedigbaar is. Het is, als het bij bijvoorbeeld een stad als Maastricht ligt, los van de andere verdedigingswerken aangelegd en het is dan ook op enige afstand daarvan gesitueerd.

Het verschil tussen een fort en een bastion is dan ook dat de laatste fysiek met de rest van de vesting verbonden is waar de flanken aan de courtines grenzen. Bij Maastricht liggen twee forten, het fort Sint Pieter uit de achttiende eeuw en het fort Willem uit de negentiende eeuw.

Fort Willem heeft, voor een vestingwerk dat buiten gebruik gesteld is, zestig jaar geleden een buitengewoon bijzondere bestemming gekregen als speeltuin. Daar waar eens soldaten exerceerden spelen nu al enkele generaties de kleine Maastrichtenaartjes. 

Nieuwe Bossche Fronten

Wat er vandaag de dag van overgebleven is.

Delen van Bastion A.

De geweergalerij van Bastion A in het verlengde van bastion Holsteyn. Rechtsonder in beeld zijn de langwerpige, verticaal geplaatste schietgaten te zien.













In deze hoek is te zien hoe de Hoge Fronten, oftewel de Linie van Du Moulin overgaan in de Nieuwe Bossche Fronten die ook wel de Lage Fronten genoemd worden. Hier eindigde het inundatiegebied dat tot aan de Maas liep, maar dat met behulp van Jekerwater onder water gezet kon worden. 









 Bastion Holsteyn torent hier hoog boven de omgeving uit. Een groot deel van de Linkerface, de contrescarp tegenover de linkerface en de verzonken geweergalerij in de linkerface van bastion A, zijn op deze lokatie ook goed te bewonderen. Het is goed te zien hoe de werken trapsgewijs met het terrein mee omlaag gaan, een beweging die zich aan de overkant van de Cabergerweg bij de Lage Frontweg nog verder doorzet. 






De linkerface van Bastion A. De bult achter de muur is het dak van de kazemat van Bastion A.

Een aquaduct onder het glacis in de inspringende hoek tussen bastion Holsteyn en Bastion A is niet zichtbaar aangezien deze bij natuurbeheer in 1980 onder een 'tijdelijk' gronddepot bedolven raakte dat inmiddels bijna een 'permanent' karakter begint te krijgen. Een ander aquaduct, dat in de hoek tussen bastion Holsteyn en Bastion A uitmondde bleef waarschijnlijk ook bewaard, maar is onzichtbaar door het opvullen van de op die plek gelegen gracht. De kazemat van Bastion A onder aan de Cabergerweg.




De kazemat van Bastion A is onder aan de Cabergerweg vanaf het fietspad goed te zien aan de kant van de Statensingel.












De rechterflank en een stukje van de rechterface van Bastion A aan de Bosscherveld kant van de Cabergerweg.













De vrijwel geheel bewaard gebleven courtine tussen de Bastion A en B.

De courtine was van oorsprong van een gebogen deel voorzien waarin een porterne gelegen was. Op deze plek loopt het metselwerk nu rechtdoor en het is onbekend wat er van de oorspronkelijke situatie achter deze muur overgebleven is. Voor de courtine A-B ligt een havenkom die na gereedkomen van de Nieuwe Bossche Fronten is aangelegd. De keelmuren van de couvreface die voor Ravelijn a gelegen heeft.
De keelmuur met de kazemat van ravelijn a. Deze fragmenten zijn nog nagenoeg intact. 



 Omdat de aarden wal die aan stadszijde lag afgegraven is en er tussen de funderingsmuren van de kazemat nieuwe ruimten gemaakt zijn die met poorten afgesloten zijn, lijkt het alsof de oorspronkelijke voorgevel van de kazemat nu op de eerste verdieping ligt.  Toen in 1954 de gashouder gebouwd werd zijn de overblijfselen van de ravelijn en de voorliggende couvreface gesloopt. Andere delen zijn naar alle waarschijnlijkheid nog in de ondergrond aanwezig. De keelmuur van het reduit dat voor de couvreface van ravelijn a en voor de linker face van Bastion B gelegen heeft is nog intact. Er bestaat grote kans dat dit gehele reduit nog intact in de aarde aanwezig is.

Aansluitend bij dit muurgedeelte dat tegenover Bastion B gelegen is moet de keelmuur van het reduit gelegen zijn.
























Delen van Bastion B. 

 De linker flank van Bastion B
Van dit bastion is alleen de rechterface gesloopt, met het grootste deel van de daarbij behorende kazemat. De linkerflank en beide facen van bastion B zijn volledig intact gebleven.











De linker face van bastion B. Brokstukken van het metselwerk van de kazemat van Bastion B liggen in het talud van de oprit vanaf de Boscherweg richting Statensingel en Cabergerweg. Delen van de voorgevel van de kazemat zijn waarschijnlijk nog in de ondergrond aanwezig.




















De beer voor Bastion B.
De gemetselde beer voor de saillant van bastion B werd grotendeels gesloopt in verband met de aanleg van de havenkom voor de courtine A-B. 
Aan beide zijden van de gracht is nog een stomp van de beer te zien.









In de saillant van bastion B is een duiker met een bedieningsschacht aanwezig. De duiker heeft twee ingangen aan weerszijden van de saillant.

De ingang van de duiker.
De sluitsteen die sinds 1985 verdwenen was, is inmiddels gelukkig teruggevonden.Op het terreplein van Bastion B zijn wellicht nog resten van de aarden structuur intact. De contrescarp en fragmenten van de beer voor de saillant van Bastion B.















De contrescarp voor Bastion B.














Overwelfde doorvaart van de Zuid-Willemsvaart.

Onder de Boscherweg nabij de overweg, ligt de overwelfde doorgang van de Zuid-Willemsvaart door de verdedigingswerken uit 1825.De contrescarpsmuur tegenover de saillant en tegenover de rechterface van Bastion C dat later bastion Dibbets genoemd werd.


Ravelijn c.

De kazemat van ravelijn c bleef behouden. Het monumentale gebouw heeft jarenlang als garage dienst gedaan. Het leidt nu een troosteloos bestaan op het terrein van Sappi, net onder de Noorderbrug.


Schonenvaardersbastion

Op het terrein van Sappi, onder de aanlegsteiger langs de Maas, is het bolwerk der Schonenvaarders gedeeltelijk bewaard gebleven.


Biesenbastion. 

Op het terrein van Sappi, onder de aanlegsteiger langs de Maas, is het Biesenbastion gedeeltelijk bewaard gebleven.


Fort Willem I uit 1815-1818.

Van het fort bleef ondergronds alles bewaard, bovengronds de kazemat,  een deel van de keelmuur en de gehele linker helft van het werk.
Tevens bleef van het fort aan de linkerzijde de droge gracht, de contrescarp, de bedekte weg met een aantal traversen en het glacis bewaard.

Ten noordwesten  van het fort, tussen fort, tankstation en de huizen aldaar,  vinden we een groot deel van het glacis.












De Kastanjelaan een verzonken verbindingsweg langs het Fort Willem uit 1815-1818.
Alleen het stuk Kastanjelaan ten noordwesten van de Fort Willemweg kan  nog als onderdeel van de vesting worden aangemerkt. Het stuk waar het  fietspad ligt is grondig vernield. Pas vlak bij de Fronten van Du Moulin vinden we een van de beide aarden wallen die het vestingobject vormden terug.










De komende tijd zullen de Nieuwe Bossche Fronten opgenomen worden in het nieuw te vormen Frontenpark. Het zou goed zijn als daar ter plekke het aan het begin van dit verhaal geschetste beeld weer zou kunnen worden opgeroepen. De robuuste muren en grote vormen van de Nieuwe Bossche Fronten, in combinatie met de waterpartijen van de later gemaakte havenkom, vormen een prachtig basismateriaal dat bij een goede inrichting van het gebied veel beter tot zijn recht kan komen dan het nu doet.

Voor extra informatie en artikelen zie "Meer weten?"

Meer informatie over de Nieuwe Bossche Fronten is te vinden in twee delen van de reeks Maastrichts Silhouet:
11. De Kazematten
24. De Werken
Meer informatie over Fort Koning Willem I is te vinden in een deel van de reeks Maastrichts Silhouet:
60. Fort Willem