Jekertoren
Het bovenstuk van de Jekertoren en vrijwel de gehele muur tussen deze toren en de waterpoort dateren van het begin van de twintigste eeuw. In deze periode werd wat er na de sloopwoede van eind negentiende eeuw nog aan vestingwerken over was, gerestaureerd en soms ook herbouwd. Het was de Maastrichtse Jonkheer Victor de Stuers, een van de voorvechters van de Nederlandse monumentenzorg, die het voortouw nam bij het afbouwen van de Jekertoren. De toren was na de herinrichting van de omgeving van de Helpoort in 1906 en 1907 half voltooid achtergebleven. De Stuers gaf in 1911 1.700 gulden uit om de toren te laten afbouwen. In het hart ervan liet hij een steen inmetselen met de inscriptie:'van hier opgebouwd in 1911'

De Helpoort
De Helpoort is in zijn geheel bewaard gebleven. De aansluitende muurgedeelten vanaf de Jekertoren tot aan de waterpoort zijn begin twintigste eeuw gerestaureerd en herbouwd. Het baksteen tongewelf van de Helpoort is niet oorspronkelijk. De houten meezenkooi aan de veldzijde van de Helpoort dateert van 1881.









Ets -aquatint van Han Jelinger.

















Waterpoort

Op ca. 50 meter ten westen van de Helpoort, vlak bij de Pater Vink toren ligt een waterpoort die een van de takken van de Jeker doorgang verleent. Hier liggen in feite twee waterpoorten, maar een daarvan is gedeeltelijk dichtgemetseld omdat die Jekertak gedempt is.











Reek aan de Ancker is vernoemd naar de papierfabriek die in de nabijgelegen watermolen huisde. Deze watermolen is nu bekend als het Pesthuis.














Funderingsfragment

Een funderingsfragment van de eerste stadsmuur onder de muur het voormalige Minderbroedersklooster, nu het Regionaal Historisch Centrum Limburg. Toen de eerste stadsmuur door het bouwen van de tweede stadsmuur op plekken overbodig werd, is zij daar ten dele afgebroken en verrezen er op die plaats andere -jongere- gebouwen. Verdwenen muur
Toen bij de restauratie van het voormalige Minderbroeders klooster de scheur in de muur gemaakt werd, om de plaats van de eerste stadsmuur te markeren, rees daar aanvankelijk veel protest tegen. Inmiddels is het een vertrouwd beeld in de stad geworden en hoor je niemand meer klagen.



Fragment Lang Grachtje
Een vrij lang stuk van de muur is behouden over de hele lengte van het Lang Grachtje, met halverwege een vlak afgedekte muurtoren. In de Middeleeuwen mochten in vredestijd de bogen gebruikt worden als bergplaats. Ook werd er wel handel onder gedreven bijvoorbeeld de verkoop van kalk. In de eerste helft van de zestiende eeuw werd meermaals toestemming verleend om de muurbogen af te sluiten en te bewonen. Kleine 'muur'woningen hebben tot eind negentiende eeuw bestaan.






Fragment Achter de Molens

Muurfragment Achter de Molens. Hier bevindt zich ook de herplaatste gevelsteen van de afgebroken Hertogsmolen. Ook al betreft het hier maar een klein fragment, een aantal kenmerken van de eerste muur komt er in terug, waaronder de kolenzandsteen en de steunboog. Ook de ruwe afwerking roept het stoere karakter op waardoor dit fragment bijna direct als deel van de eerste stadsmuur herkend kan worden.








Fragment Klein Grachtje

Iets minder in het zicht en in de loop dan het muurfragment aan het Lange Grachtje en ook iets kleiner van formaat, is het deel aan het Kleine  Grachtje toch niet te verwaarlozen als overblijfsel van de eerste muur.












Fragment Verwerhoek

De muur loopt hier op de rechteroever van de Jeker, tussen de Verwerhoek en de Looiersgracht. Door nieuwbouw en nieuw hekwerk is dit fragment, dat altijd al minder bekend was dan de muurdelen aan het Lange Grachtje en het Kleine Grachtje enigermate aan het zicht onttrokken.











Fragment aan de Looiersgracht

Aan de Looiersgracht liggen muurbogen, pijlers en een waterpoort. Een 'restauration en ruïne', oftewel een consolidatie van de resten, door architect Sprenger om zicht te krijgen op de steunboog erachter.












Fragment Ezelmarkt

De muur loopt vanaf de waterpoort aan de Ezelmarkt inpandig voort in de panden van café Tribunal en de Toneelacademie. Waarschijnlijk loopt de muur ook in de andere panden, maar daar kom je niet in en de muur is er mogelijk weg gepleisterd. Fragmenten in het Sint Servaas klooster
Aanzienlijke muurgedeelten liggen achter de westelijke bebouwing van het Sint Servaas klooster in de tuin. Een gedeelte van deze muurresten werd gerestaureerd in de jaren 1966-1967. Een muurgedeelte in dit gebied is te zien aan de rechter achterzijde van de voormalige tweede Fransiscanerkerk, die een tijd lang het kantongerecht tot huisvesting diende en die nu het hoofdbestuur van de Universiteit Maastricht herbergt.

Inpandig fragment Bouillonstraat
In het pand Boullionstraat 14 is een fragment te vinden.

Meerdere muurfragmenten zijn te vinden achter de Zuidzijde van de Grote Gracht tussen de Statenstraat en de Markt. De fragmenten tussen de Statenstraat en de Helmstraat liggen aan de achterkant van het Theater aan het Vrijthof in de open lucht. De fragmenten aan de achterzijde van de huizen aan de Grote Gracht tussen de Helmstraat en de Markt zijn jarenlang zichtbaar geweest aan de achterzijde van het winkelcentrum Entre Deux, vanaf de Helmstraat. Ook bij de nieuwbouw zijn deze muren goed in het zicht van het publiek gebleven.





Inpandige fragmenten Kleine Gracht

Ingebouwde fragmenten (ook van een muurtoren) achter de zuidelijke bebouwing van de Kleine Gracht. De namen Grote Gracht en Kleine Gracht herinneren nog aan de grachten die daar liepen. Wat dan te denken van Lang Grachtje en Klein Grachtje, alleen ligt de straat daar achter de muur! De 'natte' grachten waren inundeerbaar, denk niet dat hier grachten zoals in Utrecht, Leiden of Delft zijn geweest. De Jeker werd door het grachttracé geleid en kon waarschijnlijk worden opgestuwd in tijd van nood. Hoe dat aan de noordzijde (Markt) is geweest, is (nog?) onbekend, al hebben er nog lange tijd poelen op de Markt gelegen  en trouwens ook op het Vrijthof.

De Onze Lieve Vrouwewal.
De Onze Lieve Vrouwe wal heeft vijf poternes oftewel -in dit geval- kleine poorten, die particulieren in de muur mochten maken op voorwaarde dat zij deze bij belegeringen zouden dichtmaken op eigen kosten. Er mocht s' nachts niemand de stad in of uit gelaten worden via deze poortjes. De burger moest 'ten heylgen sweren (...), mit nachte niemand dar in noch uit te laten ende die wale weder toe doin mueren te versuecken des raetz op sijnen cost'. De bakstenen, waarschijnlijk 17e-eeuwse, borst weermuur van de O.L. Vrouwe wal werd in 1977 wegens instortingsgevaar afgebroken en met het oude materiaal herbouwd.



Jekertoren

In de eerste stadsmuur waren slechts enkele torens aangebracht. Ze werden nog niet gebruikt als systematische verdedigingspunten voor de tussenliggende muurvlakken. Ze deden alleen dienst voor de verdediging van de plek waar ze stonden en als bewakings- en uitkijktoren.  De torens hadden een 1e etage, dat was het niveau van de walgang en daarboven had je onder het dak nog een 2e etage. Zij  konden vanaf de begane grond en de verdiepingen via (pijl)schietgaten verdedigd worden. De muurtorens werden vaker bewoond of als 'leube', vergaderplaats van gilden, verhuurd.

Boighgrave
Aan de veldzijde liep rondom de muren een gracht, die nat of droog kon zijn. Alleen waar de Jeker voor de muren stroomde was er geen gracht nodig. Bij dit stuk droge gracht tussen de Lenculen- en Tweebergenpoort konden de boogschutters oefenen. Er lagen schuttenhoven waar handboogschutters en voetboogschutters mochten oefenen zolang zij daarbij niemand hinderden.








Pater Vink toren

De toren, de zogenaamde Pater Vink toren, 'achter de Feilzusters' met aansluitende muurgedeelten en een waterpoort. De toren werd in de jaren 1906-1907 gedeeltelijk nieuw opgebouwd en ook de erker aan de zuidkant van de toren werd in deze tijd gerestaureerd. Als voorbeeld werd de kruittoren van Wyck gebruikt. De toren werd ook wel de 'thorne achter die Swesteren' (1402) genoemd of 'bij die Swestern' (1465). De Feilzusters, oftewel de Faliezusters, werden zo genoemd naar de falie - de sluier - die zij droegen.






Een deel van de tweede ommuring met daarachter het huis van de Faliezusters.
















De Pater Vinktoren rond 1900 vlak voor de restauratie.
















Muur aan de Nieuwenhofstraat en omgeving

De muur tussen de brug voor de Sint Pieterstraat en het west einde van de Tongersestraat met zes verlaagde torens. Tegen het einde van de vijftiende eeuw telde de tweede stadsmuur ongeveer veertig muur- en poorttorens. Deze sprongen meestal halfrond uit voor het front van de muren. Zo werd een goede verdediging van de tussen de torens gelegen muurdelen (courtines) mogelijk. Het bestrijken van die tussenruimte van opzij wordt flankeren genoemd. De torens hadden een overwelfde begane grond, een verdieping en nog een verdieping onder het dak. Ze waren afgedekt met een spits dak dat eerst met stro en in later tijden met leien gedekt werd. De torens waren gecreneleerd, dat wil zeggen, van schietgaten voorzien. Enkele schietgaten zijn in later tijd door een rond gat in het midden niet alleen voor bogen maar ook voor handvuurwapens geschikt gemaakt. In het midden van de zestiende eeuw werden de torens aangepast aan de toegenomen vuurkracht van het geschut. De bovenkant werd afgebroken en het onderste deel werd vol geworpen met aarde waardoor de toren sterker werd. Zo ontstond tevens een platform waar geschut kon worden opgesteld. Niet oorspronkelijk zijn de bakstenen en mergelstenen fragmenten tussen de Sint Pieter- en de Tongersestraat. (16e-19e eeuw.) Na de belegering van 1579 werden al herstelwerkzaamheden uitgevoerd en werd bijvoorbeeld de toren op de hoek bij de berenkuil niet meer herbouwd.

Binnenzijde van de stadsmuur aan de Nieuwenhofstraat.
















Toren in de walmuur.

















De muur met bakstenen en mergelstenen fragmenten.
















De hoek die de muur vanaf het stadspark richting Tongersstraat maakt.















Waterpoort De Reek

Waterpoort De Reek met sluis en beer, een poterne (17e eeuw?) alsmede een fragment van een waterkering (18e. eeuw?). Deze waterpoort stond ook bekend onder de naam 'den reke bij die Raemen'(1465) en 'Reeck op den Aldenhoff' (1501). De reek kreeg in 1486 een valhek en werd in 1550 uitgebreid met een stenen boog over de Jeker. De Flanktorens werden waarschijnlijk in 1552 verlaagd en gevuld met aarde om beter tegen het nieuwe geschut bestand te zijn. De poterne bij de waterpoort was bedoeld om ter plaatse ook in oorlogstijd de sluis te kunnen bedienen of  reparen. De oost toren van de waterpoort De Reek werd in 1959, na gedeeltelijk te zijn afgebroken, weer in de oorspronkelijke staat teruggebracht. De muur vanaf Waterpoort De Reek tot aan de brug aan de voormalige Pieterspoort werd gerestaureerd in de jaren 1987-1989.

De Reek bij de Heksenhoek aan de kant van de Jeker en het stadspark.
















De Reek vanaf de walmuur gezien.

















De Reek in de strenge winter van 1979.
Het water van de Jeker stroomt tussen de reek en de voormalige Pieterspoort gedeeltelijk voor de tweede stadsmuur langs.














Poortje Zwingelput oftewel het Nieuwenhofpoortje

Een poortje, een kleinere doorgang, bij de Zwingelput aan de Nieuwenhof.

De brug over de Jeker bij het poortje bij de Zwingelput.















Aarden wallen

Achterlangs het muurgedeelte dat begint bij de Zwingelput en dat doorloopt achter de Tongersestraat tot aan de berenkuil ligt een 16e eeuwse aarden wal, die ten dele bekleed is met een 18e eeuwse schoormuur van baksteen.

Schoormuur Calvarieberg

Fragment van een schoormuur langs de westgrens van het complex Calvarieberg (18e eeuw?).














Biesenbastion

Overblijfselen van het Biesenbastion, alsmede van de muurtoren die in de saillant van dit bastion werd opgenomen.

Waterpoort Wyck
De Waterpoort is grotendeels gereconstrueerd in 1897 naar de plannen van architect Pierre Cuypers. De gemeente Maastricht had de Waterpoort in 1890 laten slopen, maar moest dit op last van het Ministerie van Binnenlandse Zaken herstellen. De Waterpoort was oorspronkelijk bedoeld om de kade of het bat langs de Maas te kunnen bereiken. Voor de sloop in 1890 lag er achter de poort een brede trappartij waarlangs men kon afdalen. Op dit moment zijn de plannen uitgevoerd om via de poort het contact met de rivier weer te herstellen.



Maasmuur Wyck

Van de Maasmuur aan de kant van Wyck dateren slechts enkele fragmenten uit de stichtingstijd. Het zuideinde van de Maasmuur vertoont de boog van een in 1851 geopende, later weer dichtgemetselde doorgang. Dit is de poterne van Clermont, in de negentiende eeuw aangelegd ten behoeve van de fabrieken van de latere Société Céramique. Zij hadden ter plaatse een laad- en losplaats.

Maasmuur aan de kant van Wyck links van de Sint Servaasbrug.
















Maasmuur aan de kant van Wyck rechts van de Sint Servaasbrug.
















Maaspunt toren en de Recentoren

De toren aan de Hoge Maaspunt in Wyck. Het bovenste gedeelte van de toren aan de Hoge Maaspunt is opgetrokken in 1913 naar plannen van Victor de Stuers.  Vanaf die toren naar het oosten toe zijn restanten van de stadsmuur in de parkaanleg opgenomen. De toren stond ook bekend als Rondeeltoren of Lambrechtsrondeel.









De onderbouw van de Recentoren is tegenwoordig weer in het zicht gebracht in de parkaanleg ten zuiden van het oude Wyck.















Lange toren

De Lange toren op de zuid-westhoek van de stadsmuur is waarschijnlijk in 1464 afgebouwd. De toren was bekend onder verschillende namen. De naam 'Verthorne' zou het oude kasteel Vierthorne aanwijzen dat vlakbij buiten de muren lag. De naam 'Vrundehoede' verwijst naar de beschutting die de toren aan stadsburgers bood die vlakbij buiten de muren woonden. In de loop van de zestiende eeuw werd de toren verlaagd tot op muurhoogte en volgestort. Rond de voet werd een halfrond platform gebouwd. Tijdens het beleg van 1579 werd de toren tot puin geschoten en nadien nooit meer herbouwd.

Merkat
Deze eerste toren ten noorden van de Tongersepoort wordt ook wel het 'Merketgien' genoemd (1442). Een ketgien is een katje. In 1465 is de toren nog altijd met stro gedekt. In 1491 wordt 'dat meerketken' verbeterd. Omdat de verbetering van de toren ook wel uit de boeten op overspel bekostigd werd, is de toren ook bekend onder de naam 'Huyren- [hoeren] -torne' (1534). De Merkat behoorde tot die torens waarvan de verdiepingen verhuurd werden aan wachters.

Hackenkamer
Deze toren op de uitspringende hoek van de ommuring nabij de Calvariestraat is naar de hacken of haakbussen genoemd, een klein kanon dat met behulp van een haak aan de achterkant, met de hand, gericht kon worden.      

Sint-Servaasbolwerk
Het Sint Servaasbolwerk wordt in een document uit 1589 ook wel de Sint Servaastoren genoemd.

Boenentoren
De boenentoren (1465) staat ook wel bekend als de 'Wilken Boenentoren' (1457).

Bolwerk der Schonenvaarders
Dit zestiende-eeuwse bolwerk bestond uit een zware toren. De toren was bekostigd uit de opbrengst van de verkoop van het bezit van het ambacht van de schippers op Schonen [het Zweedse Skåne] de Scoense Verderen dat in 1525 opgeheven werd. Het Scoenderverderenbolwerck moest uit Sichemer mergelsteen opgetrokken worden. Op het verlaagde bolwerk werd later het Biesen bastion aangelegd dat ook wel het Sint-Anthonie bastion genoemd werd. Nadat in 1845 de overleden opperbevelhebber van de vesting Baron Destombe, in het bastion begraven was, kreeg het de naam bastion Destombe. Het graf van Destombe werd in 1925 verplaatst naar het Waldeckpark.


Mariatoren
De laatste benaming van deze toren de 'toren van de Heilige maagd Maria' herinnert er aan dat de bouw een aanvang nam op de vigilie [dag voorafgaand aan de viering van een kerkelijke feestdag] van een feest ter ere van Maria. De toren staat ook bekend als de 'toren achter de Biesen' (1399-1400) en 'den Biesentorne aen den winckel' [hoek] (1528). Biesen is de benaming voor een drassig stuk land. Na de voltooiing tussen 1470 en 1480 werd gesproken van de 'Nieuwe Toren'.

Voorwal
De voorwal sloot aanvankelijk in het noorden en zuiden aan op de Maas. Aan de veldzijde van deze wal stroomde een arm van de Maas. Er achter liep een natte gracht en daarachter de hoofdwal die vlak voor de oude stadsmuren van Wyck lag. De voorwal lijkt eerder op een dijk dan op een verdedigingswerk.

Mariabolwerk
 Met de aanleg van het Maria- of Galgenbolwerk werd begonnen in 1554. Het staat ook bekend als het 'Vrouw Marie bolwerck' (1598) en het 'Sterre-bolwerk' (1738). In 1869 is het bastion gesloopt. Het was dus inderdaad een bastion: het Mariabastion of Galgenbastion.
Dit rondeel was genoemd naar de buiten Wyck gelegen hoeve Bloemendael.

Recentoren
Omstreeks 1485 is de recenttoren op de zuidwesthoek van de ommuring van Wyck voltooid. Halverwege de zestiende eeuw werd de toren tot op walhoogte afgebroken. Er voor werd een halfrond geschutsplatform aangelegd dat later weer werd afgebroken. De toren is in 1869 gesloopt. De onderbouw van de toren is tegenwoordig weer in het zicht gebracht in de parkaanleg ten zuiden van het oude Wyck.

Maaspunt toren/Lambrechtsrondeel

De thans nog bestaande toren  aan de Hoge Maaspunt werd ook wel de 'Rondeeltoren' en het 'Lambrechtsrondeel' genoemd.