Slagerszoon

Auteur(s): Huub Wevers

Op 22 januari 2009 stond Zicht op Maastricht voor het eerst met een rode caravan op de Markt van Maastricht om verhalen op te halen. De allereerste die zich meldde, was de heer Hub Wevers, slagerszoon. Hij verdient een eervolle vermelding als degene die de Tour de Maastricht, de route van de 'verhalencaravan' door de stad, officieus in gang zette. Hieronder zijn verhaal, een terugblik in fragmenten op zijn verleden als zoon uit een slagersfamilie.

familiefoto van mijn grootvader met zijn gezin ( WEVERS-dynastie)Eerste van Links mijn vader -achterste rij eerste van rechts zijn broer Frans en tweede van rechts broer MichelMijn grootvader, een welgestelde man, had in Thorn een slachthuis, een slagerij, een café met pension en hij was veekoopman.
Mijn vader Pierre Wevers begon in 1921 samen met zijn broer Michel een slagerij in de Rechtstraat 23 in Maastricht.

Mijn vader vol trots voor zijn slagerij in de RechtstraatHet naambord (ongeveer uit 1900) van de vorige eigenaar boven de etalage is kort geleden door de huidige eigenaar gerenoveerd en weer in zijn oude glorie te zien.Op de foto zie je mijn vader Pierre voor zijn zaak. Achter het raam staat zijn broer Michel. Achter het raam op de bovenverdieping staat mijn moeder, Isabelle Goor. In 1936 kwam zij jammerlijk om bij een auto-ongeluk dat heel wat opzien baarde.
Enige jaren later opende Michel zijn eigen slagerswinkel. aan de Muntstraat. Ook Frans Wevers volgde zijn broers naar Maastricht en vestigde zijn slagerij aan de Ruttensingel Twee van míjn broers zijn ook weer in het slagersvak gegaan en inmiddels met pensioen.

Mijn broers Frans en JefVan onze familie Wevers uit de Rechtstraat is alleen nog een neef van mij in de branche actief. Hij heeft een slagerij op Daalhof.
Het slagersvak sprak mij niet aan; ik was technicus op de ENCI, maar ben nu met pensioen.


Bloeiende bedrijfstak

Het slagersvak was in de jaren twintig een bloeiende bedrijfstak. Alleen al in de Rechtstaat zaten wel tien slagerijen! De middenstand in Wyck bloeide dankzij de toeloop van boeren uit de dorpen in de omgeving. Op hun terugweg van de markt naar huis vonden zij alles wat ze nodig hadden aan de Wycker kant van de Maas, waarbij het bekende warenhuis Maussen als economische magneet fungeerde. Het bedrijf was gespecialiseerd in huishoudtextiel, beddengoed en kleding.

Reclame uit een krant van 3 augustus 1936 Mijn vader had het pand aan de Rechtstaat in 1921 kunnen kopen. Voor de financiering werd een beroep gedaan op een douairière, zoals je dat noemt: een adellijke, zeer welgestelde dame bij wie je geld kon lenen. Van die transactie is een akte opgemaakt die bewaard is gebleven. Ook heb ik nog de inventarislijst met spullen die mijn vader overnam van de vorige eigenaar van het pand, de heer Nijst-Stolberg. Op die lijst stonden onder andere twee grote elektrische gaslantaarns (zie paasetalage) en een serie koperen gewichten met ijkmerken van rond 1900.

klantenboekje

Klantenboekje

Een bijzonderheid was dat tussen alle bladzijdes in het boekje een vloeiblad was aangebracht, want er werd toen nog geschreven met een kroontjespen. Het vloeipapier moest doorlopen voorkomen.

Vaste klanten die op rekening kochten hadden een zogenaamd klantenboekje, waarin ze hun bestellingen konden opgeven en bijhouden. Op donderdag of vrijdag ging een slagersknecht op zijn fiets die boekjes ophalen, bijvoorbeeld in het Villapark, waar we veel gegoede klanten hadden. Van vrijdag op zaterdagnacht werden de bestellingen dan klaargemaakt. Op jeugdige leeftijd, slager of geen slager, moest ook ik om 4.00h s`morgens op om mee te helpen bestellingen klaar te maken ( bijvoorbeeld vleeswaren snijden) die dan zaterdagochtend werden bezorgd. In het boekje werden ook de prijzen genoteerd.
Mijn vader had al vroeg telefoon. In die tijd had je nummers met drie cijfers, zoals je op etalageruit van de winkel ziet. Op het klantenboekje dat ik bewaard heb staat een nummer met vier cijfers. Er was dus een flink aantal telefooneigenaren bijgekomen. Klanten van mijn vader konden dus ook telefonisch een bestelling plaatsen.
De slagersknechts hadden in die tijd een transportfiets met een witrieten korf voorop. Mijn vader tolereerde absoluut niet dat ze rookten als ze hun ronde maakten en bestellingen rondbrachten. Als een knecht rokend een bestelling afleverde, dan rinkelde meteen de telefoon bij ons thuis. Mijn vader kon daar ontzettend kwaad om worden en als de dader thuis aankwam kon hij zich beter gedeisd houden. Hij wilde uit principe niet dat de knechten met een sigaret op straat gezien werden.

Ruilhandel

In de jaren twintig en dertig werd er door de middenstanders onderling nog aan ruilhandel gedaan. Waar nu Relax Sport zit op de Markt, was toen rijwielhandelaar Boeckaert. Voor zijn slagersfietsen die hij daar kocht en ook voor een maatpak bij firma Wolffs & Herzdahl in de Grote Staat onderhandelde mijn vader dan over de betaling: een deel van de prijs betaalde hij in natura, in de vorm van vlees. Dat werd bijgehouden via het klantenboekje.


Bijzondere traditie

Tot in het einde van de jaren 60 was het traditie onder de slagers om op Witte Donderdag heel groots uit te pakken met versierde etalages. De hele nacht werd doorgewerkt om elkaar de loef af te steken met de mooiste uitstalling van vleeswaren. Maastrichtenaren gingen de slagerijen langs om al die opgetuigde heerlijkheden te bewonderen. Die dag stond mijn vader in de avonduren met gesteven witte schort klaar om zijn goede en vaste klanten uit te nodigen binnen te komen om een borreltje te drinken.

mijn vader en mijn broer Jef met een veekoopman De week voor Pasen werd de paasvee-markt in Beek bezocht om het mooiste paasvee te kopen met een voorkeur voor prijsvee. Het was dan een loven en bieden door de slagers, want elke slager wilde wel met bekroond stuk vee pronken in zijn winkel met Pasen. Op de foto staan mijn vader en mijn broer Jef met een veekoopman bij een stal runderen die door mijn vader aangekocht werden. Hiervoor was een behoorlijke kennis van zaken nodig want de slager baseerde zijn biedprijs niet alleen op de kwaliteit van het vee maar ook op het gewicht. Het moet gezegd worden dat mijn vader in het schatten van het gewicht een meester was. Daarom was hier ook mijn broer Jef bij om dit van hem leren.

Wetenswaardigheden;

Mijn vader was een van de eerste die in zijn bedrijf een elektrische koelcel liet bouwen van het wereldbekende merk FRIGIDAIRE dat zonder mankeren dienst deed tot mijn vader de slagerij in de jaren 70 beëindigde.
Voor de cafés maar eigenlijk speciaal voor de slagers werd in de jaren 20 van de vorige eeuw een Coöperatieve ijsfabriek opgericht gelegen aan het Lakenweversplein.
Met zijn slagersbedrijf heeft hij toentertijd deelgenomen aan de eerste BB (Bedrijven Beurs) die gehouden werd in hotel Schaepkens van Sintfiet in Valkenburg. Hij sleepte daar ook nog een prijs in de wacht met zijn patè foie gras.

Ik zou nog wel twee pagina`s kunnen vullen met verhalen over de slagerij van mijn vader, maar voorlopig vind ik dit wel voldoende en voor de lezer wellicht toch wel interessant

Hub Wevers, Maastricht 5 maart 2009

Terug naar het verhalenoverzicht