Schokgolven bij het Zwembad
Auteur(s): AnoniemIn augustus 1944 woonde de vertelster in de Wycker Brugstraat. Vlak vóórdat het vergissingsbombardement losbarstte, stoof het kind het Sportfondsenbad uit….
"Mijn oudste zus, schoonzus, jongste broertje, mijn vriendin en ik waren die dag naar het Sportfondsenbad gegaan…. even zwemmen! Ik was gedurende de hele oorlog al ontzettend bang voor vliegtuigen geweest. Eenmaal in het water hoorde ik weer het gebrom van die dingen. Ik zei tegen mijn broertje "Veer goon noe weg; iech huur vleegtuige!" Mijn oudste zus heb ik niet meer gesproken. Ze is niet omgekomen; ze was aan het zwemmen, maar ik ben meteen met mijn broertje op de blote voetjes naar buiten gerend. Mijn jurkje had ik aangetrokken; in de haast was het van boven tot beneden gescheurd. We renden naar huis, maar konden al niet meer onder de (Wilhelmina)brug door; die was afgezet. We gingen toen onder het tunneltje door, kwamen in de Sint Maartenslaan en gingen de Rechtstraat in, langs de kerk. Tegenover de kerk stond de oude juffrouw van Deken Schoenmakers bij de deur. Ze riep "Kinderkes, kinderkes, kom toch naor binnen, want ut is zoe gevaarlik!" We renden de trap af, het keldertje was klein met al die houten stutbalken. Ik voelde me vreselijk daar, draaide me gelijk weer om en rende terug de Rechtstraat in. Mijn broertje riep "Wach toch, wach toch!" Hij kon mij niet bijhouden, want hij was jonger dan ik. Dus gingen we door de Rechtstraat direct de Wycker Brugstraat in naar nummer 60. Mijn vader en moeder hadden daar een zaak in manufacturen, stoffen. Als ik maar eenmaal daar was….! Ze hadden alles al dichtgedaan met houten schotten ter bescherming voor het geval er bommen zouden vallen. Eén plank zat dwars in het portiek… De deur was gesloten! Ik heb op die deur moeten boemeren, want ze zaten al in de kelder. Als ik maar eenmaal binnen was…! In die oude huizen had je welfkelders met dikke muren. Mijn vader en de buren hadden zo'n muur doorbroken zodat we bij elkaar konden komen, Als ik maar eenmaal in die kelder was….., dan voelde ik me veilig! Toen de badmeester alle kinderen tegenhield, waren we dus nèt uit dat zwembad. Er wilden méér kinderen weglopen, maar die kwamen niet meer naar buiten. We waren er dus net op tijd tussenuit… We wisten dat het gevaarlijk was, maar ik was zo ontzettend bang. Ik hoorde die vliegtuigen al van verre aankomen, hoorde ze ook altijd 's nachts. Dan stond ik op en liep naar mijn moeder. Ze zei dan "Keend, diech huurs die dinger opstijge in Ingeland!" Ik was verschrikkelijk bang. Het zwembad werd niet geraakt. Was dat wèl zo geweest, dan waren we er allemaal aangegaan.
Toen de oorlog uitbrak was ik elf. Wij woonden aan de Sint Servaasbrug; die hebben ze 's ochtends om zeven uur laten springen. Dat was 's vrijdags vóór Pinksteren. Mijn vader maakte me toen wakker en zei "Keend, staank op, want veer höbbe oorlog!" Mijn vader had ook een auto. Hij kende een boer in Bemelen en 's zondags heeft hij ons naar de boerderij daar gebracht. Die mensen waren heel goede kennissen van ons. We zijn toen geëvacueerd. Thuis was alles kapot. Toen de oorlog in '44 voorbij was, gebeurde het een tweede keer. Ook toen was het hele huis kapot en moesten we wéér naar Bemelen. Het was vreselijk. Dat is allemaal zo lang geleden, maar die 18de augustus staat me nog helder bij. Vóór de boerderij was een heel grote boomgaard. Daar kwamen de Amerikanen toen langs en wij dachten allemaal dat het Engelsen waren. Dus wij zeiden "Hello Tommies!" Zij antwoordden "We are no Tommies, we're Yanks!" Daarna zijn we teruggegaan, want ons huis was intussen weer opgeknapt. Het was het pand naast de huidige schoenenzaak Souren. Op de hoek was toen Abels met gordijnstoffen en bedden gevestigd. Mijn vader heeft de winkel indertijd verkocht. Ik kan ook niet zeggen dat ik op 18 augustus de klappen van bommen heb gehoord. We waren natuurlijk heel blij toen de Amerikanen binnenkwamen….
Ik kan niet zeggen dat we veel last hebben gehad van de Duitsers. Alleen toen de oorlog uitbrak, op 10 mei 1940, liep mijn oudste zuster door de winkel naar de straat. Daar stonden de Duitsers; ze konden niet verder omdat de brug gesprongen was. Een man te paard riep dat ze terug naar binnen moest. In korte tijd waren de Duitsers óók in ons huis en kwamen tot in de keuken. Ze begonnen Duitse liedjes te zingen. Een van de ouderen onder hen suggereerde dat ze daarmee moesten ophouden, want ze wisten niet wat hen nog te wachten stond. Die mannen wisten ook totaal niet waar ze op dat moment waren, want ze waren natuurlijk in de gesloten vrachtwagens aangekomen. Van die hele compagnie heeft niemand de oorlog overleefd.
Zo lang als ik leef zal ik dit niet vergeten."
Terug naar het verhalenoverzicht