R.K. Montessorischool in de Stokstraat

Auteur(s): Eugenie Hochstenbach
Redactie: Paul Arnold

Terwijl de buurt langzaam ontvolkt raakte en in oude glorie werd opgeknapt, begon Eugenie Hochstenbach in 1964 als onderwijzeres aan de R.K. Montessorischool in de Stokstraat. Over haar ervaringen stuurde zij ons het volgende verhaal:

"Het was een klein en gezellig schooltje.
Over het algemeen zaten er veel kinderen van kunstenaars en gegoede middenstanders uit het centrum op school.

Als leerkracht moest je 's winters zelf je potkacheltje stoken. Het was zo'n zwart duveltje en stond in de hoek van de klas. Onder de school was een hok waar de kolen lagen. Vroeger was het een herberg geweest en daar stonden toen de paarden.

Je moest dan, met twee ijzeren emmers de kolen twee trappen hoog sjouwen. In regen of sneeuw of gladheid liep je eerst over de speelplaats en dan naar boven.

Als je heel veel geluk had, smeulde er nog een klein vuurtje en kon je met krantenpapier en kleine houten stokjes weer vuur maken. Anders moest je helemaal opnieuw beginnen. Daarvoor moest je flink vroeg op school zijn. Het was opvallend dat in het begin van de morgen veel leerlingen en de juf in de buurt van het kacheltje bleven. Je kreeg 10 gulden vergoeding voor het stomen van je kleren.

Naderhand kwamen er oliekachels. Die krengen ontploften op het moment dat je ze aan wilde steken. De leerkrachten moesten 's zondags de kachels in alle lokalen aansteken, om de beurt. Een collega kwam maandags met verbrande haren en wenkbrauwen naar school. Ik weet nog goed de bibbers die ik had, als ik aan de beurt was. Zo'n groot, stil en akelig gebouw en dan nog ontploffende kachels ...

Dat deed je allemaal.

Verder kreeg je pas een nieuwe liniaal of potlood als onomstotelijk vaststond dat de oude aan vervanging toe was. Ik zie nog juffrouw Janssen, het hoofd van de school, met een vinger langzaam over de rand van de liniaal glijden om te kijken of er inkepingen in zaten. Een nieuw schrift werd pas verschaft als je als bewijsmateriaal het volle kon laten zien. Stompjes potlood en kleine restjes van een gum, moest je overhandigen om nieuwe voorraad te krijgen. Als ik zie wat er veel verknoeid wordt nu op de scholen, krijg ik "hartpijn" en ik denk dat juffrouw Janssen zich omdraait in haar graf.

Gymnastieklessen werden in een heel ander gebouw gegeven en dan moest je door weer wind met de kinderen op pad. Best een eindje lopen.

Toen ik naar een lokaal op de benedenverdieping verhuisde, kwam ik met mijn lessenaar (die op een grote houten verhoging stond) boven het luik van de thermen te zitten.

Midden onder schooltijd kwam er wel eens een filmploeg die daar moest zijn. Verhoging weg, luik open en concentratie ook weg. Het voordeel was, dat ik de gelegenheid had om daar vaker eens rustig rond te kijken.Een keer per jaar mochten de kinderen ook een kijkje nemen. Na een reeks lessen over de Romeinen, sloeg dit uitstapje wel aan... Als er geld was, zou het voor het publiek geopend worden. Is er nu dus nog niet...

Ook moesten we zelf de vloer boenen, op onze knieën. De gordijnen werden thuis in de badkuip van de ouders, met de hand gewassen. Ook werd het Montessorimateriaal deels zelf gemaakt. Je ging dan een avond in de week naar school om te "knutselen".

Eerlijkheidshalve waren dat wel gezellige avonden, vergaderen deden we nooit. Alles werd gewoon tussendoor geregeld.

Op het kleine speelplaatsje mochten de kinderen niet op de kerkmuur krassen of stukjes steen loswrikken. Daar maakten de kinderen namelijk een sport van.

Ik liep gewoon door de kapel en de kloostergang van de Onze-Lieve-Vrouwekerk naar de klas. Daar hingen dan grote en kleine kostbaarheden, maar er was niets afgesloten.

Aan de overkant heeft Toon Hermans een tijdje gewoond. Het was een beetje traditie geworden dat ik de ramen openzette en de kinderen hem een serenade liet brengen, als hij jarig was. Hij luisterde geduldig bij het raam en even later werden er dan lollies bezorgd. Ook heb ik hem eens snel terug zien lopen toen er onder aan de Stokstraat een hele bus toeristen naar hem op zoek waren. Hij heeft zich vaker moeten verstoppen.

Juffrouw Janssen heeft nog meegemaakt dat de kinderen uit de Stokstraat om de beurt naar school kwamen. De jongens 's morgens en de meisjes 's middags, en in dezelfde kleren. Hun ouders hadden geen schoenen en kleren voor alle kinderen.

Het onderwijs is toch wel een beetje veranderd, hè? Als leerkrachten iets buiten schooltijd moeten doen, gaat het vaak met tegenzin. Wij vonden het meer vanzelfsprekend om ook vrije tijd in te leveren. Bij elke ouder op huisbezoek. Twee jaar lang elke woensdagmiddag (zelfs op as-woensdag) met de boemeltrein naar Utrecht op Montessoricursus. Ook op zaterdagochtend was er nog school en 's middags deed je je verkennersuniform aan en ging je weer met kinderen aan de gang. Maar dat was ontspanning".


Terug naar het verhalenoverzicht