Rietveld en de behoudenis van Maastricht

Auteur(s): Hans Philipsen

Sinds ik mij heugen kan gaat mijn voorkeur op het gebied van tschoone en tmooie uit naar het constructivisme en de collage. De vormen bevrijd van de voorstelling; het afgebeelde bevrijd van zijn betekenis. Wat je ziet, stelt niets voor of het betekent wat anders. De verhuizing naar het diepe Zuiden zag ik wat tmooie betreft somber in. Men verheerlijkte daar mijnsbedunkens het grillige, het barokke, elke heuveltop en elke historische stads- of dorpskern zou je het zicht op lijn, vorm en kleurvlak ontnemen. En dan de kleine schaal die op vele plaatsen een kneuterig landschap schept waarbij vooral de moderne bebouwing vaak gruwelijk oogt. In 1961 schreef Rietveld aan een Zuidlimburgse relatie: 'Er komen veel slordige brutale bouwwerkjes in tmooie Limburg'. Mijn vooroordelen werden in de eerste tijd bevestigd vooral in de stad Maastricht. Historische steenklompen, overwoekerd door symbolen en betekenissen, neotriomfalistische kantoren en kerken van het gebouwd-om-te-heersen-soort; verveloze smalle straten vol negentiende eeuwsehuizen; alles versierd met attributen van de Bourgondische levensstijl die de ruimtewerking van de gebouwde omgeving verknoeien.

Vanaf 1977 ben ik minder negatief geworden. Niet omdat ik het hier zo sjiek en gezellig of zo echt buitenlands ben gaan vinden, maar omdat hier en daar de burgerlijke exuberantie doorbroken wordt. Soms krijgt men onverhoeds een blik op lijn, vorm, vlak, ruimte, kleur.

 Van 10 december 1976 tot 3 januari 1977 richtte het Bonnefantemuseum de tentoonstelling 'Architect G.Rietveld in Limburg' in. Nog niet eens dertig dagen duurde deze expositie, maar toch voldoende lang om althans een persoon, mij dus, te bekeren tot betere gedachten over Limburg. Ik leerde daar een wonder kennen. Vlak bij mij eigen huis staat in Sint Pieter, Beneden aan de St Rochusweg 5, het eigen woonhuis van architect San Claessens. Zo'n dertig jaar geleden is het gebouwd; schitterend, hoekig, rechtlijnig, tegelijk speels, zo wit als het maar zijn kan (helaas nu niet meer), een enkel element van kleur, uitdagend van beton-en staalconstructie. De meeste oudere huizen in de buurt lijken er nu alleen nog te staan om reliƫf te geven aan deze triomf van het constructivisme. Het is een monument van ruimtelijke autonomie tussen de kneuterige baksteengevels van beknopte herenhuizen met hun rustieke balkonnetjes, dakkapellen, daklijsten en de Limburgse gruwel bij uitstek, de verkeerd gekozen onverwoestbare hardhouten voordeur. Op de bijna maandelijkse bedevaart van alle Villawijkbewoners naar casino Slavante, ging ik stiekem langs wat wij het Rietveldhuis noemden.

 Ik ben er zeker van dat Maastricht althans ten dele gespaard zal blijven als te zijner tijd de put des afgronds de gruwelen van onze volgens bestemmingsplannen gebouwde omgeving zal verzwelgen in zijn onnoemelijke diepte. De zekerheid van deze genade ontleen ik aan een door mij aanschouwd wonder. Op mijn bedevaart bereikte ik ooit op een mooie februaridag tmooie pand. Tot mijn verbazing hing de vlag uit en was het huis versierd met Bourgondische troep. Nog voor ik mijn blijdschap kon uitspreken dat de architect dat waarschijnlijk niet meer hoefde mee te maken, begreep ik plotseling uit naderend harmoniegeraas dat het huis bewoond werd door Prins Carnaval persoonlijk. Het contrapunt in de samenleving, multiculturele integratie, triomf der synthese, ik kon mijn geluk niet op.

Sindsdien houd ik van Maastricht.


Terug naar het verhalenoverzicht