Over geloof en genezing

Auteur(s): Ton Penninger

De heer Penninger en zijn vrouw zijn godvruchtige mensen. Beide werden wonderwel genezen na meerdere bezoeken aan het bedevaartsoord Lourdes. Over de kerk als instituut is de verteller minder te spreken. Hij overlegde afschriften van notariële akten die betrekking hadden op een overleden familielid…

"Ik ben overtuigd katholiek, maar uit 19de eeuwse archiefstukken blijkt hoe de geestelijkheid hier de boel bestolen en besodemieterd heeft. Een oom van mijn vader was schrijnwerker van beroep. Iedere gulden die hij spaarde was destijds al heel veel. Hij had er duizenden van en bezat ook panden in de Koestraat. De man werd ziek en schonk geld voor de bouw van een weeshuis. Men wachtte totdat hij zwaar ziek geworden was. Een testament werd opgesteld in zijn naam; ze hebben hem laten tekenen, maar hij was zó verzwakt dat hij eigenlijk niet eens wist wàt hij tekende. Zogenaamd voor het goede doel, maar het was allemaal voor de Slevrowwekerk. Zo'n akte moest natuurlijk ook ondertekend worden door de notaris zelf, verder een kanunnik zus en een bisschop zo om aan te tonen dat alles zogenaamd eerlijk verliep, maar de man was alles kwijt. Zo ging dat toen. Hij had echt niets meer. Het staat allemaal zwart op wit hoe ze de boel hebben belazerd. Als je wil weten hoe de kerk aan haar eigendommen kwam, hier heb je het juiste voorbeeld! Het geld kwam dus volstrekt niet ten goede aan de armen. Die geestelijken, dat waren bijna misdadigers…. Vroeger verdween dat allemaal in de doofpot; tegenwoordig niet meer zo snel. Kijk naar Gulpen. Ja, vroeger…. Je had toen met een briefje van de pater direct werk. Bij V & D kwam je niet zomaar binnen. Ik weet het van een zus die daar gewerkt heeft. Zonder zo'n briefje kwam je er echt niet aan de slag. Zo ging dat toen, hè! Vind je het gek dat er zoveel mensen van hun geloof afgevallen zijn… ? Ik heb bij de broeders in de Brusselsestraat op school gezeten. Als je iets had uitgevreten, kreeg je ze geveegd. Dan moest je thuis vooral niets zeggen, want dan kreeg je ze nòg eens! Op school vroegen ze je iedere dag of je naar de kerk was geweest. Zei je "Ja" terwijl je niet geweest was, dan had je gelogen en lag het aan je opvoeding en moest je dus biechten. Zo ging dat toen….

Ik ben nochtans zéér gelovig; mijn vrouw ook. Daar hebben we ook onze redenen voor.

Het verhaal is als volgt: sinds het begin van de jaren '80 zijn wij een keer of vier, vijf naar Lourdes geweest. We deden altijd eerst Parijs aan, waar een nicht van mij woont. Het zal in 1986 of '87 zijn geweest. We gingen tot Parijs en bleven een paar dagen bij haar. Van daaruit richting Lourdes was het nog zo'n 860 kilometer. Dan had je er al 400 achter achter de rug vanaf Maastricht. Mijn nicht en haar schoonzus gingen mee.

Je hebt daar die baden. Mijn vrouw verlangde van mij dat ik ook in één daarvan ging. Ik antwoordde dat ik niets mankeerde en hoopte dat ik ook niets kreeg. Zij ging elke dag in dat bad. 's Nachts maakte ze me wakker…..

Mijn vrouw heeft meer dan 30 jaar in het ziekenhuis gewerkt in de OK's, operatiekamers. Haar taak was het aanreiken van instrumenten aan chirurgen.

Ze had op een bepaald moment een grote knobbel gekregen in haar borst. In de loop der jaren was die zo groot geworden als een ei. Ze vertelde dat tegen de chirurgen die haar een voor een onderzochten. Hun commentaar was dat ze het véél te ver had laten komen. "Waarom heb je dat niet eerder gezegd?"

De man van mijn jongste zus was óók chirurg, maar dan in Brussel. Hij onderzocht die knobbel ook. Ik opperde dat de chirurgen in Maastricht van oordeel waren dat het ding moest worden weggesneden. Hij zei hetzelfde. Ook hij vroeg waarom ze het zover had laten komen. Zijn advies was dat ze de knobbel zo snel als mogelijk moest laten verwijderen. Dat deed ze dus niet. Zoals gewoonlijk ieder jaar gingen we naar Lourdes. Gedurende de tweede nacht dáár stootte ze me wakker en ik vroeg wat er aan de hand was, of ze gedroomd had of zo? "Mijn knobbel is weg. Mijn knobbel weg!" Ik dacht dat ze hallucineerde. "Draai je om en ga slapen!" "Nee, nee, nee!" Ze deed het licht aan en ….de knobbel wàs weg! Tot op heden is die ook niet teruggekomen. Ze leeft nog steeds! Die twee in de kamer naast ons waren ook wakker geworden en je snapt wel dat vrouwen onder elkaar alles van elkaar weten; natuurlijk óók van die knobbel. Ze klopten op onze deur en dat heeft daar allemaal aan zitten te voelen… Ze jankten allemaal! Er is daar een bureau en we hebben dat doorgegeven. Ik vroeg of dat wel vaker gebeurde. "Ja hoor. Dat gebeurt hier geregeld!" "Meen je dat nou?" "Ja. Dat gebeurt hier wel vaker!" Dat is iets, dat weet je niet, dat zie je niet. Als we alleen met ons tweeën daar waren geweest, hadden ze gezegd "Die hallucineren!" Die chirurgen hier kregen het ook te zien en begrepen er echt niets van. "Medisch onverklaarbaar!", was hun oordeel. Ook op röntgenfoto's was niets meer te zien. Mijn vrouw is altijd overtuigd geweest van de gunstige werking van die dingen. Dat hou je niet voor mogelijk. Ik ook niet trouwens.

Een paar jaar geleden moest ikzelf voor een onderzoek naar het ziekenhuis. Tijdens het plassen had ik iets roods gezien. Ik dacht eerst dat het van de rode kool was, maar de volgende dag was het weer hetzelfde verhaal. Ik durfde het eerst niet tegen mijn vrouw te vertellen. Maar goed. Toch naar de huisarts en toen naar de uroloog. Die ontdekte meerdere tumoren, waarvan één met kanker. Tot vier keer toe hebben ze de helft operatief verwijderd. Alles weghalen was te riskant. Dan kreeg je die wekelijkse spoelingen en spuiten. Er bleef ook altijd een rode plek in de blaas waar ze het een en ander hadden weggenomen. De blaas werd nader onderzocht om te zien of er kanker in zat. Dat werkte behóórlijk op je zenuwen. Twee weken wachten. Gelukkig bleek alles in orde. In al die jaren waren we ook weer in Lourdes geweest. Mijn vrouw ging enkel terug uit dankbaarheid. Ik ging toen ook weer die baden in. De rode plek bleek later te zijn verdwenen en blééf ook weg. Was het nou dank zij die chirurgische ingrepen dat er niets meer aan de hand is? Ik weet het niet. Die reizen naar Lourdes kosten ons iedere keer een hoop geld, maar daar trekken we ons niets van aan. Je gaat er niet heen om 'even' van je kwaal of ziekte af te geraken. Je moet ècht een rotsvast vertrouwen in die dingen hebben. Dat valt moeilijk in woorden uit te drukken."


Terug naar het verhalenoverzicht