Op stap door oud
Maastricht met Fien
Auteur(s): Verteller wenst anoniem te blijvenCharles Vos (Maastricht, 1888-1954), bijgenaamd 'Sjaarelke', 'Karel vaan Mestreech', ofwel 'de Zwieger', van professie (stads)beeldhouwer, vormgever, ontwerper en docent met een atelier aan de Sint Bernardusstraat 9c te Maastricht, was een zéér bescheiden man die zich tijdens onthullingen van zijn werken dikwijls tussen het publiek verstopte. Was hij eenmaal gelokaliseerd, dat moest men er wel bijzonder op aandringen om hem op het podium te krijgen....Uit een heel leuk verpakt verhaal blijkt echter óók dat hij een heel andere kant had; die van een rasechte carnavalsvierder. Verteller is Fien die 31 jaar lang in Maastricht woonde, maar de stad in 1958 verruilde voor Geldrop om er te trouwen met een bekende architect. Zij keert echter nog eens in de drie maanden naar het zuiden terug uit belangstelling en om de sfeer te proeven, spreekt de Maastrichtse taal daardoor nog steeds vloeiend, en houdt zich op de hoogte van allerhande veranderingen in de binnenstad door bij elk bezoek het VVV aan te lopen om foldermateriaal te verzamelen. Fien was begin jaren '50 dik bevriend met de dochters van Charles Vos."Destijds was Vos deken van de Jan van Eyck Academie en hij werd door zijn studenten op handen gedragen. Hij was een nogal flodderig figuur: klein en heel dik. Met carnaval ging ik op stap met hem. Charles verkleedde zich altijd als mandarijn. Hij had dan een grote oranje mantel om en droeg een oranje muts. Zijn vrouw, een Amsterdamse die altijd model voor hem stond, ging nóóit mee; wèl zijn zoon en beide dochters. Tegen de tijd dat de café's dichtgingen, had Charles echter nooit zin om naar huis te gaan. Wij liepen dan met hem, zijn zoon aan de ene kant en ik aan de andere, zingend door de straten van 'en veer goon nog neet naor hoes, nog lang neet, nog lang neet'. Dan maakte hij tien stappen vooruit, maar deed evenveel stappen terug. Dan vond ie weer een lantaarnpaal en bleef daar staan, zodat je nooit thuiskwam. Het was al ochtend als we hem eindelijk terug in de Aylvalaan hadden, want daar woonde hij. We lieten hem niet in de steek. Het was bij hem thuis ook altijd een zoete inval: kunstenaars kwamen altijd bij hem, daaronder ook Charles Eyck." Fien wandelde ook ontzettend veel met de familie Vos. "Na zijn dood, in 1954, zei zijn vrouw tegen mij 'Ik heb hem nooit gekend….' Het was een plezierig figuur. Als je met hem aan tafel zat, haalde hij zijn tanden uit zijn mond en zei 'Kijk eens, Fientje, hier ligt mijn gebit!' Nu zit je zelf met een kunstgebit, daar ontkom je niet aan (lachend), maar als jonge meid gruwde ik ervan. Het was altijd hardstikke gezellig om naar die familie toe te gaan en er te blijven eten. Hij was een rasechte Maastrichtenaar en niet bepaald parlementair in zijn woordkeuze… " Fien kon het met alle drie kinderen erg goed vinden; zij waren ook aanwezig bij haar huwelijk. Jeanne en haar broer zijn inmiddels overleden, maar zijn dochter, die ook Fien heette, leeft mogelijk nog. Charles heeft het oorlogsmonument in Roermond ontworpen en gemaakt dat door prins Bernhard is onthuld. Hij had toen ook gehoopt dat hij het oorlogsmonument op het Koningsplein in Maastricht mocht maken, maar die eer viel te beurt aan Charles Eyck.Charles Eyck deed heel veel werk voor haar schoonvader en via hem had Fien ook een innig contact met de familie van de artiest in Houthem-Sint Gerlach. Eyck was stokdoof; hij mocht echter nog altijd autorijden en daardoor waren ritjes met hem altijd een bijzondere gebeurtenis. Het argument om toch in de auto te stappen was 'nou ja, als hij maar goed kan zien…' "Hij heeft prachtige dingen gemaakt, maar wel iets tèveel. Ik heb een mooi schilderij van hem gekregen toen ik trouwde". Fiens schoonvader heeft heel veel kerken, kloosters en scholen gebouwd in Enschede, maar ook in Bergen, Noord- Limburg en in Oosterhout, Brabant. Hij bouwde ook veel voor de Franciscanessen in Heythuysen, onder andere de kapel, en voor de Capucijnen, de blotevoetpaters. Godshuizen in Eindhoven zoals de Theresiakerk, de Pastoor van Arskerk en de Kruiswegstatiën staan op de Monumentenlijst. De Pastoor van Arskerk is niet meer als zodanig in gebruik. Zij heeft vanwege de kostbare en unieke glas-in-loodramen, waarvoor Eyck tekende, een bestemming gekregen als atelierdorp - een kunstenaarscentrum - en wordt om die reden ook niet afgebroken. Veel andere gebouwen van na de oorlog, ook bejaardentehuizen en scholen, ontworpen en gebouwd door haar schoonvader, en later door haar man, zijn inmiddels weer gesloopt. "Maastricht bewaart nog het een en ander….."Fien woonde in de Matthias Wijnandsstraat in Wyck in een huis met een oud-Hollandse gevel, gebouwd door architect Zandheuvel. Dat is inmiddels verbouwd tot een woning met tien appartementen. De mooie gevel is weg, en ook de tuin die grensde aan het voormalige Sportfondsenbad. Beide moesten in de jaren '90 wijken voor het grote appartementencomplex op de hoek van de Franciscus Romanusweg en de Wilhelminabrug. Fien werd gedoopt en gevormd in de Martinuskerk. Ook haar huwelijksplechtigheid werd er voltrokken.Het uitstapje naar het zuiden voert Fien altijd door de straten in het Wyckse waar zij jeugdherinneringen ophaalt. "Maastrichtse dirigenten zoals Henri Hermans en André Rieu Sr. kwamen regelmatig bij mijn nonkel (oom) op bezoek…..""De historie van zo'n oude stad is altijd wel leuk….Sinds 1958 is Maastricht ingrijpend veranderd, want de Jan van Eyck Academie was toen nog in de Lenculenstraat gehuisvest. Even verderop was toen nog het Muzieklyceum van Crolla, de directeur. Soons was mijn muziekleraar daar. Ik ken een heleboel mensen van vroeger……. Het is allemaal historie, hoor!"
De verhalen:
Terug naar het verhalenoverzicht