Maastricht toneelstad

Auteur(s): Jac van den Boogard

Maskerade, toneel, theater... het is de Maastrichtenaar niet vreemd. De oude stad aan de Maas kent van oudsher een rijke toneeltraditie, te beginnen met het Maastrichts Paasspel, het educatieve Jezuïetentoneel, het Franse toneel in de oude manège annex theater, de revolutionaire acteur Fabre D'Églantine, die de stad bezocht en het theater dat werd ingericht in de voormalige Jezuïetenkerk, na een negentiende eeuwse herinrichting bekend als de Bonbonnière.

De kracht van de stedelijke theatertraditie ligt in de wijze waarop het Maastrichtse publiek meeleeft met de thema's van het gebodene en de ambiance op het toneel….meer dan elders misschien wel, doordat het zo vertrouwd is met acteurs en repertoirekeus.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de stad een Toneelacademie. tot op heden leverancier van hele generaties nationaal en intetnationaal bekende acteurs actrices, regisseurs en dramaturgen en ... Maastricht kreeg in 1992 een volwaardig prachtig theater midden in het hart van de stad aan het oude Vrijthof en dat alles onder het motto: Utile Dulci. Lees de geschiedenis van Maastricht Toneelstad in vogelvlucht.

Oorlogsjaren en daarna

'D'n Tejater ' bloeide tijdens de jaren 1940-1944. Er was veel behoefte aan verstrooiing in die ellendige oorlogsjaren. De artiesten en acteurs hadden daarbij rekening te houden met de Duitse cultuurpolitiek die van hen eiste dat ze lid werden van de Kultuurkamer.

Het publiek kon dat niet veel schelen, maar principiële kunstenaars als de toneelspeler Albert van Dalsum wel. Hij weigerde lid te worden van de 'Kulturkammer', dook onder in onze stad en voorzag in zijn onderhoud door clandestien huiskamervoorstellingen te geven. In 1943 speelde hij als solo-voorstelling Vondels 'Adam in ballingschap' in het klooster van De Beyart. De toeschouwers waren diep onder de indruk van Van Dalsums acteer en improviseertalenten.

Na de oorlog was er sprake van een geleidelijk aan veranderende mentaliteit. De eisen van het publiek, ook die van het amateurpubliek, lagen hoger na 1945. Het publiek raakte verwend door de opkomst van het medium televisie.

Veel amateurgezelschappen hebben een inhaalslag niet meer kunnen maken en gingen ten onder.

Wie de veranderde smaak van het publiek haarfijn aanvoelde was Jan Nelissen met zijn voor Maastricht geheel nieuwe vorm van theater: marionettentheater 'Het Kleine Wereldtoneel'.

Zijn compagnon Pieke Dassen nam in 1953 de vlag over van Nelissen en maakte voor meer dan een kwart eeuw de 'Poesjenellenkelder' onder het Dinghuis tot een begrip in de Maastrichtse theaterwereld. Niet allen voor kinderen, maar ook voor volwassenen was zijn 'Politieke Poppenkast' telkens weer: genieten!

Toneelgezelschappen kregen het echter hard te verduren in de jaren 1950. Een gerenommeerde toneelgroep als M'46 leed een zwaar bestaan. Het ledental van de amateur gezelschappen daalde dramatisch.

Toch was het vooral ook in het eerste decennium na de Tweede Wereldoorlog dat de stad een enorme impuls kreeg als toneelstad door de oprichting van een Toneelacademie in 1950. De opleiding was in feite in het leven geroepen om spelers te leveren voor de 'Speelgroep Limburg'.
Het was immers heel moeilijk om in Limburg beroepsacteurs en -actrices te werven.

Aanvankelijk vertrokken de afgestudeerden van de Toneelacademie echter vooral zo snel mogelijk ofwel naar het noorden ofwel naar de Bussemse tv studio's.

De huisvesting van de Toneelacademie aan de Lenculenstraat viel onder Monumententoezicht; dat betekende dat de droom van een heus eigen theatertje daarin niet bewaarheid kon worden. In de vroege jaren 1970 kreeg de opleidingtenslotte eindelijk een eigen studio in de Lenculenstraat. Vanaf 1971 kon men er ook een opleiding docent dramatische vorming volgen. Vooral studenten uit die richting zijn in de stad gebleven en dat betekende uiteindelijk continuering voor enkele belangrijke jonge theatergroepen in Maastricht zoals 'Het Vervolg'.

De opleiding heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een instituut van nationale faam waaraan hele generaties inmiddels welbekende acteurs, regisseurs en dramaturgen afstudeerden. Gedreven directeuren als Antoinette de Visser, de jong gestorven Nico de Vrede of recent Jacques Giesen hebben de naam de school steeds hoog gehouden. Acteurs als Gijs Scholten van Aschat, Jeroen Willems, dramaturge Maria Goos of acteur Pierre Bokma zijn nog altijd trots op hun Maastrichtse toneel roots.

De Toneelschool bleef nog jarenlang in haar bouwvallig pand aan de Lenculenstraat gevestigd en werd pas in de jaren 1980 compleet verbouwd, waarbij twee gebouwen werden samengevoegd, terwijl eindelijk een toneelzaal zeven meter onder het binnenplein en buiten aan dit plein een amfitheater voor open lucht voorstellingen werden gerealiseerd. Op 17 januari 1986 opende minister van onderwijs Deetman de nieuwe accommodatie. Bij haar halve eeuwfeest (2000) voerden de studenten van de school Elckerlyc uit in het Theater aan het Vrijthof en werd de reünie van oud-leerlingen één grote happening van bekende acteurs, actrices en regisseurs.

Toneelstad

Tijdens de hoogstnoodzakelijke verbouwing van de Bonbonnière (1956-1959) vonden toneelvoorstellingen plaats in de zaal van het Derde orde gebouw. Daar was bijvoorbeeld de actrice Charlotte Köhler te zien.

Vanaf het seizoen 1959-1960 was de Bonbonnière weer hét grote toneelpodium in de stad. Naast grote nationale toneelgezelschappen bespeelde de Maastrichtse toneelgroep M 46 de nog niet geheel voltooide Bonbonnière met een stuk van Arhur Miller (Al mijn zonen) en.. met eclatant succes.

December 1965, een jong toneelgezelschap bespeelt de Maastrichtse planken: het Groot Limburgs Toneel (GLT) met maar liefst vier premièrevoorstellingen in dat seizoen. Het gezelschap bracht fris, vernieuwend, modern repertoire dat ook aansloeg bij de jeugd. Het GLT mocht de Juliana-Boudewijn prijs 1971 in ontvangst nemen voor zijn bijdrage tot versteviging van de vriendschapsbanden tussen Belgisch en Nederlands Limburg. Het was immers een gemengd Limburgs gezelschap. De donderdagavond werd de vaste Maastrichtse speelavond van het GLT, dat ook huisvesting vond in de stad.

Dat alles hielp mee tot het welslagen van het 'wonder van Bary': in '72 wist hij maar liefst 115.000 bezoekers naar het theater te halen. De creatieve Bary verliet Maastricht in 1974. Hij heeft veel betekend voor het Maastrichtse toneel in de negen jaar dat hij de schouwburg nieuw elan gaf.

Een jaar later ontstond tussen het bestuur van het Groot Limburgs Toneel en haar eigen geesteskind, het GLTWEE, het in de jaren 1970 uiterst populaire vormingstheater, een controverse die onoplosbaar bleek.

Aan Belgische zijde werd de geldkraan dichtgedraaid; vervolgens trokken ook Provinciale Staten van Nederlands Limburg het subsidie voor beide takken van het gezelschap in. Daardoor was zowel het vormingstheater GLTwee, als het repertoire-gezelschap GLT ten dode opgeschreven. Exit regionaal (Maastrichts) repertoiregezelschap.

Gelukkig werd er nog meer serieus Maastrichts toneel gebracht door gezelschappen als Het Kruis (vanaf 1999), Het Huis van Bourgondië of M46, dat in 1977 de sterren van de hemel speelde in het stuk 'Vrijdag' van Hugo Claus.

En tot slot is er het onvolprezen gezelschap Het Vervolg, dat werd opgericht in 1977. De groep werd de vaste bespeler van het Derlontheater gevestigd in de voormalige bordenfabriek op het Céramique terrein. 

Het theater werd geopend in 1999 met een bijzonder gedurfde voorstelling: de Avonden naar het beroemde boek van Gerard Reve.

Het Vervolg brengt nog steeds vernieuwend en oorspronkelijk toneel en kende in 2007 een eclatant succes met de voorstelling 'Petrus Regout', een indringende theatervoorstelling met muziek en dans op locatie in de negentiende-eeuwse gebouwen van de keramische fabriek De Sphinx aan de oude Boschstraat.

In die historische context brachten de acteurs en actrices van Het Vervolg Nederlandse eerste grootindustrieel op het toneel opnieuw tot leven. In 2009 fuseerde het gezelschap met Theatergroep Els inc. uit Schiedam en gaat sindsdien verder onder de naam Toneelgroep Maastricht.

Theaters

De Bonbonnière was medio de jaren vijftig volstrekt ongeschikt om er nog langer voorstellingen uit te voeren. Een nieuw theater bouwen was financieel niet haalbaar. Restauratie werd overwogen, maar in die jaren ging woningbouw nu eenmaal voor theaternieuwbouw. Toneelvoorstellingen verzorgen in het Staargebouw (1956) was ook geen optie. Er werd een oplossing gevonden in de zaal van het Derde Ordegebouw.

De restauratie van de Bonbonnière ging van start in 1956 en de schouwburg heropende haar poorten vlak voor het nieuwe seizoen in 1959. Men kon weer kwaliteitstoneel bekijken in de oude Maasstad.

Op 6 december 1965 riep de gemeente de 'Stichting Cultureel Centrum' in het leven, en stichting die de schouwburg en het Staargebouw zou gaan beheren. Wim Bary werd benoemd tot artistiek directeur en hij liet er geen gras over groeien: de schouwburg presenteerde zijn programma in september 1966 onder het motto 'het theater waar zoveel te doen is'. Men kon vanuit de omringende gemeenten met de 'theaterbus' naar Maastricht, bedrijven werden bezocht om de 'culturele drempelvrees' bij werknemers weg te nemen.

Het verburgerlijkte theaterbezoek werd gedemocratiseerd. Het personeel van diverse Maastrichtse bedrijven kwam graag naar de schouwburg door de goed gekozen programmering en de speciale bedrijfsregelingen. Zelfs het bejaardenbezoek nam toe, dankzij speciaal voor die groep georganiseerde voorstellingen. Het traditionele aanbod mocht dan wat minder uitgebreid zijn, het publiek kwam wel in groten getale naar het Lurelei Cabaret of naar Cabaret Pepijn. Er was wel een minpuntje: helaas bleef het geld voor de verbouwing van de schouwburg steeds maar uit!

Overigens mocht het 'Cultureel Centrum' zich anno 1970 in groeiende populariteit verheugen. Het aantal bezoekers van culturele evenementen steeg. Eindelijk werd het afbouwplan van de restauratie van het theater in 1972 werkelijkheid naar ontwerp van Ir. Dingemans; het ging om de bouw van faciliteiten als een lift, een fatsoenlijk trappenhuis en herstel van het café. Twee jaar later in augustus 1974 nam Wim Bary afscheid.

De Bonbonniëre onderging opnieuw een metamorfose in 1981: een verrassende beschildering en bekleding van het interieur naar een idee van kunstenaar Peter Struycken, een brandschermbeschildering van Ger Boosten en weer minder plaatsen, maar wel met betere zichtlijnen was het resultaat, maar na veel gesoebat voor en tegen volgde eindelijk in 1988 het besluit: Maastricht krijgt een nieuw Muziekhuis en Cultureel Centrum. Het was een kloek besluit van de gemeente om niet te kiezen voor een nieuw theater in de periferie van de stad, een keus die elders in Limburgse steden wel doelbewust was gemaakt. In Maastricht hoort het theater in het hart van de stad thuis. Dus werd gekozen voor de nieuwbouw van een ruim theater aan het Vrijthof achter het fraaie Generaalshuis.

De belangrijkste culturele gebeurtenis in '92 was de opening van het Theater aan het Vrijthof. Het werd voor bobo's geopend op 4 januari en voor het gewone publiek twee weken later met een Maastrichtse voorstelling: Kaffee d'n hoegste tied. Het theater behoort tot de top vijf van Nederlandse schouwburgen. De verkoop van abonnementen voor de schouwburg steeg met sprongen. Voorheen was de 'grijze golf' (50 tot 70 jaar) oververtegenwoordigd, nu komen de meeste bezoekers uit de groep 30 tot 40 jarigen en die hebben een grote voorkeur voor cabaretvoorstellingen.

De Bonbonnière met zijn knusse negentiende-eeuwse zaal en redoute bleef bestemd voor horeca, handel, cultuur en kleinschalige voorstellingen. Het theater werd geheel gereviseerd.

Voor popconcerten en carnavalsvieringen bleef er behoefte aan een zogeheten 'platte zaal'. In 1992 gingen de eerste stemmen op voor zo'n zaal. Medio 1994 werd een voorstel aangenomen om een zaal te bouwen tegen de Wilhelminabrug aan de kant van de Grote Griend met een verbinding naar een restaurant met een ruim bemeten terras aan de Kleine Griend. De 'Platte Zaol' werd op 28 maart '98 officieel geopend, maar de 'zaol' op de Griend werd alweer gesloten in maart 2004. Zes jaar na de opening was de kritiek op de belabberde akoestiek en de podiuminrichting nog niet verstomd. Inmiddels is The Maastricht Music Hall erin gevestigd.

Mestreechs tejater

Fons Olterdissen is auteur van menig dialectstuk of in het Maastrichts vertaalde operette. Hij startte daarmee een traditie die tot op heden levend is gebleven en door een groot publiek wordt gewaardeerd.

Olterdissen kreeg in 1961 een standbeeld op de Grote Looiersstraat naar ontwerp van Willem Hofhuizen. In de 'ver'Maastrichtse operette Frau Luna was een liedtekst van Lou Maas opgenomen met de titel 'Mestreechter Geis'; dat werden gevleugelde woorden in de stad. Beeldhouwer Mari Andriessen vervatte ze in een ludiek beeldje dat in november 1963 werd onthuld als eerbetoon voor het 25-jarig jubileum van burgemeester Michiels van Kessenich. Een blijvende hit in Mestreechs Tejater is Olterdissens 'Trijn de Begijn', die bij diverse uitvoeringen altijd op succes kan rekenen door welk plaatselijk gezelschap het ook op het repertoire wordt genomen.

De Maastrichtse operettecultuur werd 'hip' in 1970 met een uitvoering van de musical 'Julius Caesar'. Rasechte Maastrichtenaar Harie Loontjes schreef de teksten; de musicalwist avond na avond een groot publiek te amuseren, ook toen ze in reprise werd genomen in 1990.

De oogst van Maastrichtse gezelschappen die 'vertaalde' operettes, musicals en comedies op de planken brachten, is rijk: de Mestreechter Operettevereiniging speelde My fair Lady, in good Mestreechs 'Mie fien Mamzèlke (1977) en bracht in 2002 Johann Strauss' 'Sigeunderbaron' op de planken en het publiek zong na elke voorstelling uit volle borst Fons Olterdissens Maastrichts volkslied mee. In 2004 bracht dit gezelschap weer een Strauss-werk in het Maastrichts uiteraard: ''N nach in Venetië'; 'Moas en Neker' brachten een Maastrichtse revue: 'Allebonheur' (1999).

Op 9 maart 1990 presenteerde de 'Opéra Comique' zich met een spetterende uitvoering van Gilbert en Sullivans 'The pirates of Penzance' voor 3500 bezoekers in acht voorstellingen. Het theaterseizoen ging op 7 september 2001 van start met een voorstelling van 'Les cloches de Corneville' door dit gezelschap.

Het Maastrichts Volleks Tejater speelde in 2000 de millennium-musical 'Petatte Polka' achttien keer voor volle zalen en bracht in 2002 'Lommele Lies' op de planken... een daverend succes dat maar liefst 19 avondvoorstellingen uitverkocht was. Het was de langst lopende Maastrichtse theaterproductie ooit.

Kleinkunst was er ook in het dialect. In 1977 trad een Maastrichtse cabaretgroep aan: 'Rommedoe' ...en hoe, in korte tijd werden de conférences van het vrolijke gezelschap met zijn karakteristieke Maastrichtse humor razend populair.

Maastricht theatergezicht in vogelvlucht... naar het oude adagium voor het Maastrichtse theater:Utile Dulci.

Lees verder

- C. Bloemen, Drie eeuwen Maastrichts theater, Maastricht. s.a
- Jac J.F. van den Boogard, Maastricht onderwijsstad, Maastricht cultuurstad, in: Vijftig jaar
Jaarboeken Maastricht 1955-2005, Maastricht 2005.
- J. van den Boogard, De Stadsschouwburg. Utile Dulci...tot nut en vermaak, Maastricht 1986
- J. van den Boogard en S. Minis, Het Generaalshuis, Maastricht, 1987
- R. Erenstein, F. Meewis, R. Schumacher, Maastricht theatergezicht, Maastricht 1987
- F. Scheelings, M. Dickhaut, J. Luyten, Toneelacademie. Weeshuis, museum, school en academie,
Maastricht s.a.
- Zicht op Maastricht: Petrus Regout
- www.jaarboekmaastricht.nl

Terug naar het verhalenoverzicht