Het Verhaal van Johanna Herben

Met medewerking van: Mevrouw Johanna Herben

Mevrouw Herben (* 23 mei 1943) vertelt over het ongeval in de Stationsstraat waarbij haar vader op 4 oktober 1944 dodelijk verongelukte.

"Frits Herben, mijn vader, verzetsman, werd geboren op 26 februari 1913. Op maandag 4 oktober 1944 om 11 uur 's ochtends kwam hij op zijn motor ter hoogte van het kruispunt Stationsstraat- Alexander Battalaan in volle vaart in botsing met een grote Amerikaanse vrachtwagen. Hij werd van zijn motor geslingerd en kwam terecht tegenĀ  de gevel van het poeliersbedrijf van Sebillen op de hoek met de Battalaan. Hij werd onmiddellijk overgebracht naar het ziekenhuis in de Abtstraat, maar overleed nog diezelfde dag rond drie uur 's middags. Op 6 oktober werd de kist vanuit de Koepelkerk naar de begraafplaats Oostermaas overgebracht. Zijn graf is er nog steeds. Iemand heeft de begrafenis nog gefilmd, maar ik weet helaas niet wie.

Lang geleden kwamen er een paar Amerikanen bij ons aan de deur die naar hem vroegen. Blijkbaar hadden zij zijn adresgegevens bewaard; hij had daar namelijk ook gewoond. Ze zullen in de veronderstelling hebben verkeerd dat hij nog in leven was en wilden ze hem weerzien. Ik denk dat ze met hem hebben samengewerkt. Mijn dochtertje was toen nog klein; ik was op dat moment helaas even niet thuis. Ze zei dat er mensen hadden aangebeld.

Eergisteren, op 6 september [2009], zijn er nog enkele Amerikaanse oud-strijders in Maastricht geweest. Die zijn nu allemaal eind 80. Het zou hun laatste bezoek aan Maastricht zijn, zeiden ze. Vermoedelijk is een aantal van hen lang geleden aan de deur geweest.

Het Belgische verzet werkte nauw samen met het Nederlandse. De knokploeg voor Maastricht en omstreken verrichtte veel verdienstelijk werk. Op het moment van zijn dood was hij nog steeds actief bij de koninklijke stoottroepen. Ik heb nog een brief thuis die getekend is door Prins Bernhard. De brief bevestigt dat mijn vader in dat Belgische verzet zat.

Bij ons thuis was een Joodse familie ondergedoken. Mijn vader had dat naar een adres aan de Akersteenweg gebracht. Mijn moeder bleef contact met die mensen houden. Hun kinderen verbleven elders. Mijn moeder droeg hun dochtertje Selma, een jaar ouder dan mij, op de arm naar boven en daar konden ze hun kind zien. Zo ging dat."


Terug naar het verhalenoverzicht