Het verhaal van de heer Schrijnemaekers

Met medewerking van: De heer Schrijnemaekers

Als gamin speelde de heer Schrijnemaekers (* 28 april 1933) die namiddag met enkele vrienden op de Greend toen het onheil gebeurde….. 

"Op de Griend was vlakbij de spoorbrug een grote kuil gegraven en daarin bevond zich de Duitse luchtdoelartillerie. Die was behoorlijk aan het funkelen op de Amerikaanse toestellen. Toen het schieten begon zijn wij in die kuil gesprongen en genoten daar een fantastisch schouwspel. Die vrienden van toen ben ik later allemaal uit het oog verloren, ook Tonny Hoeberigs die een arm verloor.

Ik heb die bommen natuurlijk allemaal zien vallen…. Achter de garage van Janssen stond die [Zinkwit]fabriek. Na al dat geweld was het hele gebouw weg. Ik weet niet eens of ik bang was; dat kan ik me echt niet meer herinneren…. vond het allemaal erg avontuurlijk. Luister eens: wij hebben nooit problemen gehad met eten en kwamen niets tekort. De oorlog was voor een jonge gast als ik behoorlijk interessant. Ons gezin woonde op verschillende plaatsen in de stad. Nog in de oorlog gingen we weg uit de Wilhelminasingel en verhuisden naar het Vrijthof….

Ik heb ook die Duitsers gezien die door de Grote Staat kwamen. Ze liepen met de handen achter het hoofd nadat ze door de Amerikanen waren opgebracht. Mijn vader zat in het bestuur van de Staar en had een groot schilderij van de koningin. Na de intocht van de Amerikanen gingen alle vlaggen uit, het schilderij werd uit de kelder gehaald en in de etalage gezet dáár waar Piet Klerkx heeft gezeten. Iedereen was vivelevink….

Toen die Duitsers door de Grote Staat liepen, riep menigeen 'de Pruusje komme trök', de Pruusje komme trök!' De vlaggen werden in allerijl weer weggehaald, het schilderij ging snel weer de kelder in… paniek alom… maar…. ze waren gevangen genomen en de Amerikanen  gooiden hun horloges, ringen en dergelijke naar de mensen toe. Het was allemaal interessant en geweldig om te zien. Daarna werden de vrouwen kaalgeschoren en op karren gezet… De doden van het bombardement werden op de karren van Van Gend en Loos vervoerd. Alles stonk als de ziekte. Dat waren de indrukken die ik kreeg…

In 1940 kwamen de gewonden van het fort Eben Emael langs het Gouvernement. Ze gingen rechtdoor, de Bredestraat in. Niemand mocht ernaar kijken en de Duitsers joegen de mensen weg. Wij konden echter stiekem kijken vanachter de gordijnen want we woonden in de Sint Jacobsstraat. Die gewonden lagen dik in het verband, liepen op krukken, waren een arm of een been kwijt. Allemaal diepe ellende. Nu ik het vertel komt alles weer terug…

Mijn zus werkte toen in het ziekenhuis en zag alle gewonden op de gang liggen. In één keer zoveel mensen om te verzorgen. Ze vertelde me dat allemaal. Die gewonden werden op auto's gelegd, ook op de daken van personenauto's en naar het ziekenhuis gebracht. Mensen hielden ze onder het rijden vast… alles ging in een rap tempo.

Dat is alles wat ik te zeggen heb…"

Terug naar het verhalenoverzicht