Het Oorlogsrelaas van Jacques Huinck
Auteur(s): Jacques Huinckde heer Huinck schreef een boek over zijn jeugd Vrolijk zullen we altijd blijven, ISBN:978-90-8834-855-6. Hij vernam van het bestaan van Zicht op Maastricht van zijn dochter die werkzaam is bij de Jan van Eyck Academie.
"Mijn boek gaat grotendeels over de oorlog en het onderwijs in oorlogstijd. In mei 1940 werden wij wakker door het lawaai van mitrailleurs en vliegtuigen. Daarna waren er kanonnen te horen. De ramen trilden. We zijn naar het kantoor gevlucht dat achter de zaak lag van mijn vader op de Muntstraat nummer 40. (Van Amstel-Jöris, een modezaak). Nu is daar een schoenenzaak gevestigd, tegenover Blokker. Op een bepaald moment (omstreeks 6 uur 's morgens) volgde zó'n ontzettende klap dat alle etalageruiten tussen de Maas tot halverwege de Grote Staat aan diggelen vielen. Ook in de Muntstraat. Wij, Pa, Ma en drie kinderen stonden te bibberen op onze knieën. Het vierde kind zou die dag geboren moeten worden, maar het kwam er pas op de 21ste.
Het was prachtig weer en toen later de zon in de Muntstraat scheen, zagen we de eerste Duitsers door het flonkerende glas lopen.. In Wijck waren zij begonnen met het repareren van de kapotte bruggen. Daarom kwamen Engelse vliegtuigen die bruggen bombarderen. Hun toestellen vlogen laag over de stad, rakelings over ons huis. De Britten werden achterna gezeten door schietende Duitse jagers. De Engelsen raakten de bruggen niet, maar er vielen heel wat bommen in de stad, onder andere achter het huis van onze overbuur. Ik denk dat het in het brede gedeelte was van de zaak van Blokker. Vrouwen, die van de straat bij ons naar binnen waren gevlucht, gilden van angst.
Tot aan de bevrijding in 1944 moesten we 's winters een of twee keer per week het bed uit omdat Engelse bommenwerpers overkwamen. We gingen dan naar de kelder. In de zomer kon dat wel vijf, zes of zeven keer per week zijn vanwege het mooie vliegweer. Je zat dan één tot anderhalf uur in de kelder. Dat was nodig, want de bommenwerpers werden in het donker beschoten door Duitse jagers, met een rommelend geluid zoals van een motorfiets in de verte. Er schijnen in Zuid- Limburg zo'n 120 vliegtuigen neergestort te zijn, hoorde ik later. In het begin van de oorlog is een Engelse Wellington-bommenwerper in de Wilhelminasingel terechtgekomen. Zelf heb ik heb ik ooit tussen de wrakstukken van een Halifax-bommenwerper gelopen bij steenfabriek Belvédère. De hele omgeving stonk daar naar benzine.
Tegen het einde van de oorlog werd Duitsland ook gebombardeerd door de Amerikanen. Zij vlogen overdag en hun bommenwerpers waren zó zwaar bewapend dat zij vliegende forten werden genoemd. De blauwe lucht zat dan vol witte puntjes. Dat waren de hoog vliegende Amerikanen, die met groepjes van zo'n 12 toestellen bij elkaar vlogen.
Met de bevrijding zouden wij naar de grotten van Zonneberg gaan. Mijn moeder maakte rugzakken en we oefenden 's avonds door in de winkel met rugzakken rondjes te lopen. Het alternatief was naar een oom in Bunde te gaan. Hij was daar kapelaan. Dat laatste vond Pa een beter idee omdat hij het eigenlijk niet zag zitten om met duizenden angstige mensen in de grotten te schuilen. Mijn oom ging daarmee akkoord. Dit bleek een grote vergissing van ons te zijn. De Duitsers hadden de Maas als linie willen gebruiken. Je had twee linies: de Maas en dertig kilometer verderop de Siegfriedlinie met veel forten. De Amerikanen konden echter door een verrassingsaanval de Maas bij Luik oversteken, tot wanhoop van de Duitsers. De Amerikanen trokken met groot materieel noordwaarts tussen Maas en Siegfriedlinie. Om de schade te beperken, gebruikten de Duitsers het riviertje de Geul als een nieuwe linie. Alle dorpen of stadjes langs de Geul werden door de Duitsers versterkt.. Bunde ligt ook aan de Geul en er zijn toen ongeveer 5000 man te voet naar Bunde gekomen vanuit Maastricht, om onder dwang loopgraven te maken. In de Kerkstraat (nu Burchstraat) waar wij woonden, stond een Duitse vrachtwagen. Daar werden schoppen en houwelen uitgedeeld.
Het was 1 september en de scholen begonnen weer. Wij gingen naar de school van Bunde waar we ogenblikkelijk onder de banken moesten gaan liggen, want toevallig werd die morgen de spoorlijn gebombardeerd in de buurt van Bunde. Toen het voorbij was, mochten wij naar huis. Daar zagen we dat een loopgraaf gemaakt werd vóór en áchter ons huis.. Mijn ouders dachten erover om met ons te vluchten, maar wisten niet waar naartoe. Ook cirkelden er de hele dag Amerikaanse Thunderbolt-jachtvliegtuigen boven de omgeving en alles wat twijfelachtig was, werd beschoten. Verhuizen met de hele familie (mijn ouders hadden inmiddels vijf kinderen) was levensgevaarlijk. Als de piloten het niet vertrouwden, schoten ze. Ik zag verschillende uitgebrande Duitse auto's vol kogelgaten.
Op 16 september 1944 was de dag van de bevrijding, althans van onze straat. Die morgen begon met een granatenbeschieting van Bunde. We zaten natuurlijk in de kelder. Het lawaai en de angst waren vreselijk en bovendien blafte de hersdershond van mijn oom onophoudelijk. Hij sprong tegen de muren van angst. Na afloop waren we verbaasd dat we nog leefden. Toen kwamen er zwermen Thunderbolts, die één voor één omlaag doken om op de loopgraven te schieten.
Toen ze vertrokken, begonnen de Duitsers vanuit de loopgraven te schieten. Blijkbaar waren de Amerikanen op komst. We hoorden de kogels langs het keldergat sissen en mijn vader propte er een kindermatrasje in.
Pas tegen zes uur 's avonds werd het stil. Mijn vader hoorde buiten voetstappen, trok het matrasje weg en we hoorden Engels praten. Hij ging met mijn oom naar boven en daar werd juist de achterdeur opengetrapt door een Amerikaanse soldaat met een geweer én een revolver in zijn handen. Mijn vader en oom riepen dat wij, mijn moeder en de kinderen, naar boven moesten komen. Daar stond een Amerikaanse soldaat tegen ons te lachen, terwijl mijn ouders en oom met handen voor hun gezicht stonden te huilen. De Amerikaan was door de tuin naar binnengekomen. In de tuin had hij drie Duitsers gevangen genomen. Hun wapens en uitrustingen lagen daar nog. Die hebben mijn broer en ik later ingepikt, dat wil zeggen de helmen, en patroontassen, nadat mijn oom de wapens in de loopgraaf had gegooid. Die avond aten wij niet meer in de kelder, maar boven aan tafel bij kaarslicht. Gas licht en water waren afgesloten. Toen klonken opnieuw zware dreunen. We renden naar de kelder. Het bleken Amerikaanse kanonnen te zijn, die dicht bij ons huis stonden te schieten, een paar uur lang. We probeerden te slapen met het hoofd onder het kussen, om het lawaai niet te horen.
Toen het de volgende morgen stil was, vroeg mijn oom vroeg of ik met hem een straatje wilde omlopen. Wij waren verblind door het daglicht. Onze straat van 8 huizen, was de enige straat in Bunde die niet beschadigd was. (Bleek later) Wel lag de straat vol granaatscherven.
Toen we buiten waren, zagen we hoe nieuwe Amerikaanse soldaten naar het front werden gebracht in halftracks waarvan de achterdeuren openstonden. Wij gingen weer naar binnen, juist op tijd, want opnieuw begon het granaten te regenen. De bevrijding van Bunde heeft twee dagen geduurd: 16 er 17 september '44.
Daarna gingen we terug naar Maastricht. Toen volgde de V1-periode en we sliepen we precies honderd nachten in de kelder. In Maastricht.
Ik heb nu alleen maar wat feitjes opgesomd, maar er gebeurde zóveel, dat ik later besloot om er een boek over te schrijven.
Inmiddels ben ik gids in de grotten, waar ik veel Duitsers ontmoet. Hun krankzinnigheid is volledig verdwenen. Het zijn aardige mensen. Hun krankzinnigheid ontstond, naar mijn mening, doordat in Europa eeuwenlang het recht van de sterkste heerste. Veel mensen kwamen daardoor in achterbuurten terecht, waar zij gek werden van honger, kou en ziektes. (Ook in dat opzicht heb ik in de binnenstad van Maastricht veel gezien!)
Maar hoe dan ook: vrolijk zullen we altijd blijven!"
Terug naar het verhalenoverzicht