Het Geluk van P. J. Loo
Met medewerking van: De heer Peter Jozef LooDe heer Peter Jozef Loo (* 20 augustus 1943) zou op 20 augustus 1944 zijn eerste verjaardag vieren. Twee dagen eerder vielen echter de bommen op zijn ouderlijk huis.
"Die zondag zou ik één jaar worden. Mijn zus was vijftien jaar ouder dan ik, mijn broer twaalf en een half. Vermoedelijk woonden we aan de Fransensingel 1 in het Krèjjedörrep, maar dat weet ik niet zeker. Mijn zus zwom nogal graag en lag die namiddag in de Maas. Dat vertelden ze me naderhand. Mijn broer was meelmenneke en zat in de Boschstraat. Hij was meel gaan halen voor een vlaai ter gelegenheid van mijn eerste verjaardag. Pap en Mam van mij bakten toen zelf, weet je wel. Enfin, ik zat buiten in de box. Mam vertelde later dat het plotseling donker werd. Ze ging kijken en toen vlogen nèt de vliegmachines over. Iedereen keek naar boven in de veronderstelling dat die toestellen uit Duitsland terugkwamen. En niemand die iets in de gaten had… Toen, in één keer, begon het. Er was geen luchtalarm geweest of iets dergelijks. Veel mensen renden naar de schuilkelder. Pap was thuis. Hij was bij de luchtbescherming. 's Nachts moest hij ervoor zorgen dat overal het licht uit was, of dat er in ieder geval geen licht naar buiten zou schijnen. Hij pakte ons op, mijn Mam en mij en duwde ons in een kast onder de trap. Dat was ons geluk geweest. Waren we naar de schuilkelder gegaan, dan hadden we het zeker niet overleefd. De meesten daar werden gedood door de luchtdruk. Volgens Pap kreeg de schuilkelder een voltreffer want hij was gespleten. Dat hebben ze nadien geconstateerd. Veel mensen, bekenden van elkaar, wilden elkaar nog naar binnen trekken. Dus de deuren stonden open toen die bommen vielen. Velen zijn dood gebleven. Later vertelden pap en mam mij dat 'die en die' ook van het Krèjjedörrep was, maar die mensen hebben ze daarna nooit meer gezien.
Volgens Pap kwamen die vliegtuigen ook van de verkeerde kant. Ze zijn uit de richting van Luik gekomen en toen teruggekomen, terwijl ze eigenlijk van de andere kant hadden moeten aanvliegen. De bedoeling was om èn de brug èn de steenfabriek* te bombarderen waar nu de Media Markt is, want dáár zaten de Duitsers met hun rotzooi. Dat heeft Pap altijd tegen Mam verteld.
Nadat het bombardement voorbij was kwamen anderen kijken of er nog mensen levend onder het puin lagen. Wij zijn eronder vandaan gehaald of er zelf onderuit gekropen. Dat weet ik niet. We waren met zijn drieën, Pap, Mam en ik. Mijn zus was weg, mijn broer was weg. Ze lag in de Maas, is opgepakt met alleen haar badpak aan. Iemand hing haar een jas om en ze werd naar de schuilkelder bij de KNP gebracht.
Mijn broer was met zijn zak meel vanuit de Boschstraat op de terugweg. Bij de brug over het kanaal kon hij niet meer verder - hij werd tegengehouden. "Luuster, d'r leef toch niemand mie. Höbste nog femilie in Mestreech?" "Links en rechs, jao..." "Daan gank daor mèr naortow!" Dat deed hij dus niet. Toen men hem even uit het oog verloor, kneep hij er tussenuit. In het Krèjjedörrep zocht hij in de puinhopen van het ouderlijk huis naar zijn familie. Uiteindelijk werd hij in de kelder met de anderen herenigd. Mijn broer is op 42-jarige leeftijd verongelukt, mijn zus werd 79. Op mijn 14de verjaardag ging ik werken bij de KNP.
Nadat in 1959 het puin van Krèjjedörrep eens goed opgeruimd werd, begon men op het terrein met de voorbereidingen van de eerste electrische centrale. Nadat een kuil was gegraven voor de fundering moest de bouw worden stilgelegd omdat daar een blindganger in de grond lag. Alles werd afgezet en we moesten met de fiets de andere kant de fabriek binnengaan. De produktie werd zelfs stopgezet en iedereen moest van het terrein af. De bom kon niet tot ontploffing worden gebracht omdat hij te dichtbij de fabriek lag. Dat weet ik nog wel.
We hebben eerst gewoond in de school aan de Sint Teunisstraat. Later kregen we onderdak in de Lindenkruiskazerne naast de gasketel omdat Pap bij de gemeente werkte. Daarna verhuisden we naar de Weryweg in Blowdörrep. In de hoek van de huiskamer was een nieuw stuk in de vloer gezet omdat daar in oktober 1942 een brandbom gevallen was. Ik dacht nog, "Naor ut ein kump ut aander….".
* De Zinkwit?
Terug naar het verhalenoverzicht