Het ballet van Wally Haacke: herinneringen van Pierre Fooij

Auteur(s): Pierre Fooij

Mijn eerste kennismaking met ballet was in 1947. Ik was 12 jaar oud en zat op de gemeentelijke Mulo aan de Spilstraat. Ik woonde tijdelijk bij mijn grootouders van moederskant Achter de Molens. In dat jaar was er een groot Mariacongres. Ter gelegenheid daarvan was op het Vrijthof een groot toneel gebouwd (van mergelstenen) in de vorm van een kasteel en werd "Marike van Nimwegen" opgevoerd door een toneelgroep o.l.v. Jef Baarts. Op een avond ging ik kijken en zag het ballet optreden. Later hoorde ik dat dit de balletgroep van Wally Haacke was.

Intussen maakte ik de Mulo af en ging verder studeren aan de Rijkskweekschool (toen gevestigd in het Hof van Tilly aan Grote Gracht).

De voorstelling in 1947 heeft me nooit losgelaten en in 1952 besloot ik balletlessen te nemen bij Wally Haacke. Ik maakte een afspraak gemaakt om te weten te komen a. of ik wel geschikt was en b. wat de lessen wel zouden kosten. De eerste vraag werd bevestigend beantwoord en op de tweede vraag kwam geen antwoord.

De balletschool was gevestigd op de hoek van de Grote Looiersstraat en Achter de Molens en na een paar maanden les mocht ik al het toneel op tijdens een schoolvoorstelling in de stadsschouwburg. Intussen waren mijn ouders op de hoogte van mijn balletlessen. Ze waren hier in eerste instantie niet zo van gecharmeerd. Na mijn optreden en de goede kritiek in de krant (geschreven door Lou Maas) waar ik met name werd genoemd, is de stemming omgeslagen.

Na dit debuut trad ik steeds vaker op (intussen had ik de kweekschool verlaten) o.a. in de grotten van Valkenburg en in het Openluchttheater in Valkenburg.

Na mijn militaire diensttijd (van februari 1955 tot maart 1957) ben ik weer balletlessen gaan nemen en werd allengs opgenomen in de Balletgroep Wally Haacke. Dit resulteerde in steeds meer optredens o.a. voor het koor van Louis Devens, de Zuid Nederlandse Opera en andere gezelschappen. Dit deed ik naast mijn werkzaamheden bij de Grenswisselkantoren gevestigd in de stationshal. Voor de optredens kreeg ik uiteindelijk per voorstelling f 10,00 betaald.

Ook hadden we voorstellingen in Tongeren bij een operette-vereniging. Meestal was dat tijdens de feestdagen zoals met Kerstmis. We verzorgden dan twee voorstellingen per dag. Ik kan me een voorstelling nog goed herinneren en dat was de musical/operette RoseMarie. Daarin zaten naast de voorgeschreven balletten veel "einlagen". Dat waren extra dansen (soms wel tien) die de avond moesten vullen. Een van die dansen was een indianendans rond een totempaal. De soliste (een Vlaamse zangeres) danste mee en riep maar steeds "allez mannekens!".

We hadden ontzettend veel dansen ingestudeerd maar er waren natuurlijk enkele succesnummers bij die steeds weer werden uitgevoerd. Ik denk bijvoorbeeld aan de Kaiserwalzer, de Csardas, de Sabeldans, Espa?a de Danse Macabre, Les Sylphydes en de Radetzky-mars.Tijdens een voorstelling deden we veel van onze succesnummers waaronder de Radetsky-mars.

Door het groot aantal dansen moest ik me steeds heel vlug omkleden, soms achter het toneel. Mijn kleding voor de mars bestond uit een uniform met o.a. een rijbroek. De uitvoering was een groot succes en we kregen veel applaus, maar er werd ook veel gelachen. Dat verwonderde mij, maar toen we weer terugwaren in de kleedkamers werd mij duidelijk waarom. In de haast bij het omkleden had ik vergeten mijn gulpt dicht te knopen en bij elke sprong die ik maakte ging die gulp open en dicht. Gelukkig had ik nog een suspensior aan!

Uiteindelijk wilde ik van het dansen mijn beroep maken. De grote kans hiertoe deed zich voor toen Jef Baarts met de Zuid Nederlandse Opera professioneel wilde worden met een eigen Ballet. Ik had hier wel oren naar en nam mijn ontslag bij de Grenswisselkantoren om in dienst te treden bij de Z.N.O. per 1 maart 1959 met een salaris van eenhonderd vijfentwintig gulden per maand.

De Zuid Nederlandse Opera was gevestigd in de Bredestraat nr. 19, in de achterbouw van een groot pand genaamd "de Klep". Het was eigenlijk een grote bouwval, maar met wat kunst en vliegwerk werd het een beetje opgeknapt. Wij als ballet hadden een eigen grote zaal waar we repeteerden en onze dansen instudeerden. Vaak moesten we ook meewerken aan het bouwen en/of verven van de decors. Ook onze kleding moesten we zelf maken.

Onze leidster/balletmeester was natuurlijk Wally Haacke.
Elke morgen om 09.00 uur waren bij present en dan begon onze training. Mevr. Haacke zat dan achter de piano en begeleidde onze oefeningen. En op de piano zat altijd de teckel Foxelientje.
's Middags werden dan nieuwe dansen ingestudeerd en de oude gerepeteerd.
Soms werd mevr. Haacke kwaad, bijvoorbeeld als we onze best niet deden en dan gebeurde het wel eens dat ze begon te schelden. Ze ging dan zo tekeer (in half Duits, half Nederlands) dat soms haar gebit eruit vloog en zo via de piano de zaal inzeilde. Naast de optredens in de Bonbonnière en het openluchttheater in Valkenburg werden er veel voorstellingen gegeven door het hele land.
Van de grote opera's die we deden (met uiteraard ballet) waren dat : Faust, de Parelvissers, Lakmé Samson en Delilah en verder operettes zoals die Fledermaus, Land des Lächelns, Gasparone, die lockere Odette, die Czardasf?rstin, der Czarewitsj, Gasparone etc.

Daarnaast hadden we natuurlijk onze eigen balletvoorstellingen.

In de opera Faust hadden we groot ballet: de Walpurgisnacht. Het was een soort heksensabbat en we dansten rondom een groot vuur waarop een grote ketel. Zowat de hele balletschool deed mee. Op het eind van de opera moesten wij allen, als engelen verkleed, meezingen. We kenden geen woord en bromden maar wat mee. Soms hadden we een melige bui en stonden dan stiekem te lachen. Baarts werd dan zo kwaad dat hij in de zijcoulissen op de grond lag en ons bestookte met een lange stok en uitmaakte voor alles wat lelijk was.

Voor Lakmé had Baarts een prachtig decor ontworpen in de vorm van een oplopende spiraal. Het was prachtig om te zien maar voor ons als dansers was het bijna onmogelijk om daarop te bewegen. We zijn er dan ook vaak (tijdens de repetities) vanaf gevallen. Gelukkig zonder al te veel schade.

In de operette das Land des Lächelns kreeg ik twee solo's toebedeeld, die bijna vlak na elkaar kwamen. De eerste was een zwaarddans, waarbij ik alleen een lendendoek aanhad. Als tussendans deden de danseressen een dans met lampionnen, die mij de gelegenheid gaf om me snel om te kleden voor de tweede dans: de dans met de pauweveren.


Dit krantenartikel is uit de jaren '50 van de vorige eeuw.

Balletschool Wally Haacke

In volle Schouwburg

Een geheel gevulde Schouwburg woonde Maandagavond de uitvoering van de Balletschool en van het Instituut Rhytmische Gymnastiek en kunstdansen van Wally Haacke. De uitvoering, welke ging ten bate van de Kankerbestrijding, bracht een zeer uitgebreid programma van "Europese Dansen", waarin alle klassen en vrijwel alle leerlingen aan haar trekken kwamen. Ondanks de rammelende piano, kwamen tal van nummertjes goed tot hun recht, zowel door de goed verzorgde costumering als door vrijwel steeds strak gehouden rhytmiek.

Het is riskant hier en daar een aantrekkelijk nummertje bij naam te noemen. Wij mogen echter wel een uitzondering maken voor de Schuhplattler, de paardendressuur en het sprookje aan de Rijn.

Opvallend was het dat onder de jongere danseresjes, de echte petits rats, zeer aantrekkelijke prestaties geleverd werden. De hoogtepunten van de avond werden echter gevormd door twee beroepsdanseressen Trudi Meyers en Jeanny Mullgens, die vooral in de tarantella, de tango en de Czardas gave en boeiende danstechniek te bewonderen gaven. Men proefde in deze dansen ook een bewegingsverjonging, welke beslist een verrijking was en die voor de toekomst veel goeds en nieuws (vooral voor wat betreft karakteristieke bijdragen aan operette, opera enz.) verwachten doel. De groep blek ook te beschikken over een jonge mannelijke danser die het beslist "heeft".
Na afloop toonden de aanwezigen (waaronder Mevr. Michiels van Kessenich) zich zeer tevreden.
Er waren dan ook royaal bloemen, zowel voor Mevr. Wally Haacke, als voor de twee danseressen Trudi Meyers en Jeanny Mullgens. L.M.



Terug naar het verhalenoverzicht