Herinneringen aan een jeugdheld

Auteur(s): Cor Stevens

Herinneringen aan een jeugdheld

Ik zag het levenslicht in Borgharen, aan de vooravond van de tweede wereldoorlog.
In een dromend dorp, romantisch omarmd door twee waterwegen: de wispelturige Maas en het immer rustig zijnde kanaal genoemd naar koningin Juliana. In deze introverte, pastorale omgeving genoot ik een beschermde jeugd.
Het dorp was als een eiland, dat alles bood om een rustig en verzorgd leven te leiden.

Maar er was ook het prikkelende, het huiveringwekkende en het verrukkelijke waarmee de eilandpoorten van onze ziel geopend worden en het leven wordt tot een opwindend avontuur.
Zo was er de openbare pomp waar alle verhalen samenkwamen om dan - van veel details voorzien, pikant gekruid met vooral zondige nieuwtjes- weer doorgefluisterd te worden.

In opvallend veel cafés werd met een grote variëteit aan soorten gerstenat geleefd alsof elk moment eeuwig was, zelfs als het hele dorp onderwater stond: "Onder nat, dan ook maar boven!". "Zo boven, zo beneden."

In zaal Bartels werd ons blikveld ademloos opgerekt tot ver over onze dorpsgrenzen. Missiepaters toonden films waardoor wij ons beeld van Afrika moesten bijstellen. Met weemoed namen wij afscheid van de missionaris, gekneveld in een grote soepketel, op een brandend houtvuur, met wilde zwarten dansend daaromheen.

Op zomeravonden speelde de virtuoze accordeonspeler op de dorpel van zijn huis en de trompettist van de fanfare gaf vanuit zijn tuin onvergetelijke, juichende openluchtconcerten.
En alle klanken - de stille en de luide - dreven langs de oever van de Maas, zweefden langs de huizen en kwamen altijd samen bij de kerk waar ze omhoog stegen - nagekeken door de torenhaan - tot ver boven de wolken waar de grote meester glimlachend en vooral vergevensgezind, toekeek.

Het was hier dat een wonderlijke Einzelgänger, met volharding en met het talent van de eenvoud, de naoorlogse wereld trachtte te begrijpen en uit te drukken in vorm en kleur om zo een beeld van schoonheid te scheppen. Hij was voor velen van ons een vreemdeling: als Hollender en als schilder. In beide hoedanigheden was hij uniek. Zó was er maar één. Ik had er geen idee van waar hij vandaan kwam en wij als kinderen vroegen ons dat ook nooit af. Hij was er domweg. Zijn herberg was café Wouters, bij de zorgzame Sjeng en de altijd blijmoedige Bertha, vlak achter het schamele dijkje dat meestal niet instaat was om de Maas buiten het dorp te houden. Toen meneer pastoor in de godsdienstles met passie de geschiedenis van Mozes behandelde, kreeg ik de grappige gedachte dat meneer Henk ook wel eens in een biezenmandje in het rijkelijke riet van de Maasoever gevonden zou kunnen zijn.

Meneer Henk was schilderkunstenaar en probeerde in een wereld met de stank van de tweede wereldoorlog nog om ons heen, met de verkoop van zijn werken zijn brood te verdienen. Zijn thema's lagen rondgestrooid in het Maasland. Hij hield van de ziel van dit landschap. Ik denk, dat hij hier probeerde eenvoudig vrede te vinden. Een antwoord op het heimwee naar balans. In de verstilling; dáár was de betere wereld.

Ik zag hem uren stilzittend op zijn krukje, achter zijn schildersezel, opgaand en één wordend met het tafereel dat voor hem lag. Met hongerige, niet te bevredigende ogen, keek hij naar natuur en wereld. Met een soepel, zich corrigerend penseelschrift gaf hij zich over aan de emotie van het schilderij.

Hoe vaak heb ik - in de dagen dat ik nog een kind was - zó niet naast hem gestaan?
We waren stil, hij zat, ik stond. Hij praatte meestal met de stem van het zwijgen. Er was tederheid, niet aangeraakte tederheid. Samen aten wij het landschap leeg. Toen leerde ik hoe veelzeggend zwijgen zijn kan. Met een eenvoudig gebaar liet hij merken dat hij het leuk vond dat ik hem bewonderde. Hij gaf me een snoepje of een koekje terwijl hij zijn blik niet losliet van doek en landschap. Ik zie hem nog met de steel van zijn penseel, turend in de verte, de maatverhoudingen schatten. En dat alles gehuld in de heerlijke geur van verf en terpentijn.

Hij bleef traditioneel schilderen. Hij schilderde in de taal die wij spraken; een vocabulaire dat wij begrepen. Geheel iets anders dan het vaak ondoordringbare jargon van kunstcritici en musea. Met die taal bracht hij het ongeschonden Maasdal - een stukje van het arcadische Limburg - in beeld. De verhalen van het locaal gewortelde. Hij maakte het mogelijk dat we nu, oude verhalen opnieuw tot leven kunnen brengen. Het zijn verhalen die de wanden sieren. Samen kijkend naar zijn werken die het huis van mijn opa en oma in beeld brengen kan ik nu mijn kleinkind vertellen en laten zien hoe het toen was. Meneer Henk representeerde niet alleen die wereld, hij wás die wereld.

Op gezette tijd bevestigde hij op een wonderlijke manier zijn in doeken verpakte schilderijen aan beide zijden van het frame van zijn fiets. Hoedje op, licht grijze regenjas aan, reed hij met zijn broodwinning naar Maastricht. Daar moest het gebeuren, daar moesten zijn werken verkocht worden. Met spanning keek ik hem na. Als hij veel later weeraan de rand van het dorp verscheen, kon je al in de verte aan het spoor van zijn fiets herkennen in hoeverre hij succesvol was geweest. Als dat leek op een meanderende rivier was de handel goed verlopen. Aan het frame van zijn fiets was dan niets meer waarneembaar.

Meneer Henk werd Henk van Dijk, later Henk Dijkman en veel later Christoffel Hendrik Dijkman.
Maar voor mij blijft hij meneer Henk die me voor het eerst liet kennismaken met de beeldende kunst. Die mij leerde genieten van de schoonheid en de verstilling van de natuur. Maar ook met de melancholie van het vergankelijke.

Om in heel eenvoudige dingen het bijzondere te zien:
"In het kleine zit het grote, in elke druppel van de voorbij stromende Maas zit de zee."
Hoe zwijgen krachtig communiceren zijn kan.
Dat alles maakt deel van zijn verhaal.
En dit verhaal maakt hem tot held,
mijn jeugdheld.

Hij daagde niets en niemand uit, had de charme van de goedmoedigheid en wou alleen maar één zijn met de zon en alles wat door haar beschenen werd.
Hij was denk ik tevreden en gelukkig met zijn werk en zijn omgeving.
Hij viel op omdat hij zo gewoon was.


Terug naar het verhalenoverzicht