Geen één april mop: het eeuwfeest van de Kaptein

Auteur(s): Jac van den Boogard

Op 1 april 2007 is het precies een eeuw geleden dat de Kaptein vaan Köpenick, 'Mastreechter Opera-Comique in 3 Aktes', van Fons en Guus Olterdissen in de Maastrichtse Bonbonnière in première ging. Het oorspronkelijke Duitse theaterstuk beleefde eerder zijn première in Maastricht dan in Berlijn, waar de handeling van het stuk is gesitueerd. Dat het stuk onder Maastrichtenaren -jong en oud- razend populair is bleek tijdens de grote toeloop naar de audities die in december jl. werden gehouden. Het stuk zal namelijk niet worden gespeeld door een bestaand gezelschap, maar door een speciaal voor dit doel opgerichte theatergroep. Het gaat een voorstelling worden van, voor en door de 'Mestreechteneren'. En dat nu, past perfect binnen de doelstellingen van de culturele biografie van Maastricht. Onder auspiciën van 'Zicht op Maastricht', de culturele Biografie van Maastricht, zal 'De Kaptein' dan ook in het najaar 2007 opnieuw worden uitgevoerd. De regie van de 'Kaptein' is in handen van Frans Meewis, terwijl Cees van Kooten de muzikale leiding heeft en Marjan Melkert, redacteur van Zicht op Maastricht, tekent voor de scenografie. De voorstellingen vinden plaats in de Bonbonnière in november en december 2007. Dat is het theater waarvoor de gebroeders Olterdissen hun Kapitein ook hebben geschreven.

Fons Olterdissen (overleden in 1923) was tekenleraar aan de Patronaatsteekenschool, maar genoot vooral bekendheid als dichter en regisseur van populaire dialect-stukken die hij ook ensceneerde. Hij verzorgde ook de instrumentatie van de muziek die zijn broer Guus schreef en parafraseerde voor Fons' volksstukken. Zijn Maastrichtse Kaptein hield repertoire tot op de dag van vandaag, evenals de kemikke opera Trijn de Begijn.

Het verhaal van de Kaptein is gebaseerd op een ware gebeurtenis. De handeling draait om een kleine kruimeldief Wilhelm Voigt. Hij had zich vermomd als kapitein en wist met behulp van een kwitantie een grote som geld uit de gemeentekas van het plaatsje Köpenick bij Berlijn te incasseren. Zijn verhaal werd bekend nadat hij in 1906 uit de gevangenis werd ontslagen.

De Köpenicker ambtenaren hadden zich onsterfelijk belachelijk gemaakt door zich laten imponeren enkel door een uniform met glimmende knopen.

De poets die Voigt de overheid had gebakken, leverde hem daadwerkelijk geld op. Voigt verkocht ansichtkaarten waarop zijn portret met 'uitgestreken'gezicht. Hij signeerde ze persoonlijk: 'Een groet van Voigt, rover-kapitein buiten dienst, vroeger Köpenick, nu cel 15'.

Men lachte zich een kriek om de Pruissiche kadaverdiscipline die in het stuk aan de kaak wordt gesteld. Zo blijkt uit de recensie die daags na de première in de Limburger Koerier verscheen. Uit: De Limburger Koerier van 2 april 1907

" Wie gisterenavond den kaptein vaan Köpenick inden schouwburg 't stadhuis heeft zien bestormen en in de derde akte voor zijn euveldaden onmenschelijk wreed heeft zien straffen, wie den burgemeetsre van Köpenick heeft zien arresteeren en voor de Rechtbank voor zijn "Hulda"om een "Zstuhlda" heeft horoen jammeren, wie densecretaris Kaselli heeft zien beven en sidderen, wie den president der Rechtbank de zaak heeft zien leiden en vonnis heeft hooren wijzen, wie daarbij schutters en marechaussees heeft zien ageeren en hooren zingen, wie dat alles gisteren bijwoonde!... die heeft zich tevens voor drie kwart krom gelachen.

Want er waren momenten gedurenden den avond waarop de geheele, dicht bezette schouwburgzaal daverde van een gullen lach.

't Is een onbetwist succes geweest.

Goed in elkaar gezet toneelwerk, een ware climax van grappen, voorgedragen op voorzeker met vaardig talent te pas gebrachte rijke varieteit van melodieën.

De hilariteit bereikte wel het toppunt, toen de Köpenicker kapitein (de heer G.O. die meesterlijk acteerde) wegens zijn zwaar vergrijp door den president het volgend verpletterend vonnis tegen zich hoorde uitspreken:

Hub iech...
De volgende streng correctie etgedach.
Mieg tunks de straf is erreg
Daodoor weurd jus eus justitie bereump
Heer weurd in Valkenberreg
Veur zeve jaor tot burgeneister beneump!

De Köpenicker kaptein sloeg ontzet achterover wegens de onmenschelijke straf en kermde:
Is mieg dat noe straove veur zoe'n onnuzel avontuur
Schickt mieg daan mer liever inins nao 't vagevuur
Ieg haw vaan en mop,
Die eeder bevelt.
Ieg veur ers uug op
Zoeveul es gere wèlt
Mè ruizing en keke
Dat deit mieg verdreet
Want knebbele daon ieg mieg neet
Aoch! Hiere! Genade, wat wach mieg dao op dat stadhoes
Aoch! Hiere! Genade, dan liever mer in de does.

Behoeft het gezegd dat daar donderende lachsalsvi op losbarstten?

De acteurs waren allen geheel "er-in", de heeren. O, zelfs voortreffelijk.
De een als kaptein DE man van het geheele stuk, de ander als de burgemeester mede hoogst verdienstelijk, hoewel door ziekte van een der medespelers hij deze rol zich eerst Zaterdag zag toebedeeld.

... En vrouw Donders?... neen, van die marketenster zeggen wij niets, die moet men zelf gaan zien; die was tè kostelijk!

Wij zeggen: "die ga men zelf zien" want de beide heeren dien den avond arrangeerden, zullen toch zeker 't Maastrichtsche publiek nog wèl eens een keer vergasten op den onbetaalbaren kaptein-scheunmeeker Vogt in de Kompe, op et Stadhoes en op de Minnebreureberg van Köpenick??"

(afbeelding 1: Ansicht verstuurd door de Kaptein van Köpenick alias Wilhelm Voigt, coll. RHCL)
(afbeelding 2: Portretfoto van Alphons Olterdissen, coll. RHCL)
(afbeelding 3: Uitverkochte zaal van de Bonbonnière (1941). In dit theater ging de Kaptein op 1 april 1907 in première, coll. RHCL)
(afbeelding 4: Interieur van de stadsschouwburg door Philippus van Gulpen ca 1846, coll. RHCL)


Terug naar het verhalenoverzicht