Een ossenkop aan de gevel

Auteur(s): Jean Jacobs, wethouder van cultuur te Maastricht

 'Mijn vader was een sobere man van weinig woorden. Opgegroeid met hard werken, geld verdienen, diep gelovig en met belangstelling voor cultuur en erfgoed. Hij nam ons vaker mee naar het Bonnefantenmuseum dat toen nog gevestigd was in het gebouw aan de Ezelmarkt, waar nu het visitorscenter is van de universiteit van Maastricht.

Daar zagen we als kinderen indrukwekkende zaken die opgegraven waren in de stad. Het was ook de tijd waarin de lamentabele discussie woedde rond de kruisweg van Aad de Haas. Als in een soort van ballingschap bevond zich dit opmerkelijke kunstwerk aan de muren van een gang van het museum.

In die tijd (begin vijftiger jaren van de vorige eeuw) had mijn vader enkele, door mij moeilijk te doorgronden gesprekken op de binnenplaats van het museum met de conservator over een grote vierkante klomp graniet die daar in de buitenlucht lag. Een dikke rechthoekige plaat met een onduidelijk reliëf met twee gaten erin.

Korte tijd later lag die klomp graniet bij ons thuis in een hoek van de binnenplaats. Het lijvige voorwerp heeft naar mijn gevoel daar jaren gelegen. Als ik de tijd die dat geduurd heeft nu reconstrueer, kan dat maximaal een jaar geweest zijn.

Op een dag stonden er enkele ladders tegen de gevel van het winkelpand waarin we woonden en waarin sinds een paar generaties mijn familie een slagerij dreef. Vraag me niet meer hoe dat in die tijd ging, maar met veel gesjor en geroep werd de steenklomp van het museum ter hoogte van de eerste verdieping gehesen en uiteindelijk in de gevel van het huis ingemetseld.

Nog altijd was niet te zien wat daar aangebracht was. Totdat iemand in een schildersoverall een deel van het reliëf met bladgoud bedekte en in de gaten de twee grote stierenhoorns bevestigde die de slagersknecht had meegebracht.

Vanaf dat moment hadden we een ossenkop aan de gevel, een heuse gevelsteen. Vanaf toen heette ons huis 'In de Gouwe Ossekop'.

Pas jaren later herinnerde ik me dat mijn vader, die intussen was overleden, me ooit vertelde dat het de gevelsteen van het oude slachthuis was geweest. Toen heb ik nog een tijd gemeend dat het om het slachthuis aan de Franssensingel ging, maar uiteindelijk bleek dat het het huisteken was van het middeleeuwse slachthuis van Maastricht.

 Dat slachthuis was gevestigd op de plaats waar nu de winkel van Jamin is, op de hoek van de Grote Staat / Kleine Staat, schuin tegenover het Dinghuis. Er bestaat nog een oude tekening van Philip van Gulpen waarop de gevel van dit gebouw te zien is en in die gevel prijkt onze ossenkop!





 Hoe het verder afliep met de Gouwe Ossekop? Hij zit nog altijd in de gevel van het huis dat nu een studentensocieteit herbergt. Lange tijd hebben de studenten hun historisch huismerk onwetend verwaarloosd. Zo was eerst een hoorn weg en verdween later de andere.


 Uiteindelijk werd de nobele kop opgepoetst en voorzien van nieuwe hoorns. We zouden daar verheugd over moeten zijn. We zijn dat zeker over zoveel zorgzaamheid voor dit kleine monumentale element. Maar pikzwarte kunststof hoorns? Mwah!'


Terug naar het verhalenoverzicht