Een ooggetuige over het vergissingsbombardement

Auteur(s): Anoniem

Datum interview: 18 augustus 2009

De ooggetuige vertelt van de tragische gebeurtenissen op de avond van het vergissingsbombardement op het Roeddörrep.

"Ik had de hele dag bij Pa doorgebracht. Die handelde in bier en limonade. Het was een  prachtige dag, net als nu en het was bovendien hartstikke warm. Ik was 14….

Pa hield om half zes op met werken en ging naar de kapper. Hij zei dat ik maar door moest lopen naar huis. Terwijl ik over de Wilhelminabrug liep zag ik die vliegtuigen aankomen. Ik meende dat het twee eskaders waren, twaalf toestellen in totaal. Ze kwamen uit de richting van Luik over de Maas en gingen steeds lager vliegen. Je hoefde geen geleerde te zijn om vast te stellen dat ze iets van plan waren. Op een bepaald moment dacht ik 'nu moet ik maken dat ik wegkom!' en zette het op een lopen. Ik ging de brug af richting Franciscus Romanusweg. Was ik daar vijf minuten eerder aangekomen, dan was ik dood geweest, want toen ik ter hoogte was van het derde huis, bij de rijwielhandel Dreesen, ging ik plat liggen. Ik kroop bij wijze van spreken bijna de gevel in. De bommen vielen in twee porties op straat ter hoogte van de houthandel Severijns. De hele voorgevel kwam naar voren. Was ik daar iets vroeger aangekomen, dan had ik alles bovenop me gekregen. Dat is, godzijdank, niet gebeurd! Ik heb even gewacht totdat alles veilig was en rende direct naar huis. Eenmaal ter plekke bleek dat de voorgevel van onze woning weg was en mijn eigen bed hing half naar buiten. De bommen waren voor een deel op de weg gevallen. Wat ik zag was een enorm vuurwerk, stof en zo. Toen de rust terugkeerde riep Harie Dreesen, die bij de luchtbescherming zat, tot tweemaal toe dat ik naar binnen moest komen. Een paar minuten later en eenmaal halverwege de trap kwam de tweede portie bommen. Ik dacht dat ik nu de gevel op mijn donder zou krijgen….

De vliegtuigen bogen niet af in de richting van het Krèjjedörrep; ze vlogen over de gehele breedte van de Maas. Reken er maar op dat er een heleboel bommen in het water terechtgekomen zijn. De spoorbrug zèlf werd niet geraakt want de dag erna werden er als vanouds treinen over getrokken.

Toen ik thuis aankwam bleek het huis half te zijn ingestort en verlaten. Ik dacht dat mijn familie zéker in de schuilkelder zat. Ik rende dus met een noodgang daarheen, via de nog steeds bestaande onderdoorgang aan de Franciscus Romanusweg. Aan de overkant van die poort lag de schuilkelder links. Ik rende naar binnen. Eindelijk had ik mijn moeder gevonden. Het was nu zaak om de anderen te zoeken. Dat is die avond nog gelukt. Pa hoorde natuurlijk van een afstand wat er was gebeurd en was als de wiedeweerga hier. Een broer van mij was ondergedoken in Holland, een ander zat bij zijn solfège-leraar.

Twee dagen later zijn wij nog de buurt ingelopen en in het huis van Annie Theunis geweest. Ik was erbij toen ze stierf. De familie had bezoek uit Holland gehad en was zwaar getroffen. Er waren doden. Op een bepaald moment vroegen we ons af 'wat stinkt hier zo?' We zochten naar de oorzaak en vonden een stuk van een been…

Daarna was het natuurlijk zaak om uit ons huis te halen wat er nog bruikbaar was. Een oom werd direct gebeld en toonde zich bereid om te helpen. Ma leende hem de sleutel van het magazijn van de bierbrouwerij uit Amersfoort. We hebben nog wat dingen kunnen redden. De klok lag op zijn buik, de rug helemaal gespleten. Een oude klokkenmaker heeft hem weer aan het lopen gekregen. Hij staat nu bij ons in de gang. Verder waren alle weckglazen met eieren kapot, kleren en foto's werden onder de voet gelopen; niemand zag dat op dat moment. Een man zat te huilen op de puinhopen van zijn woning. Hij had niets meer…… Ons hele gezin, vijf man, ging wonen in het huis van de oom die ons had meegeholpen met de verhuizing. Later betrokken wij het pand aan de Statensingel 142 of 144, naast de melkerij. Toen viel daar in de nieuwjaarsnacht van 1944 op '45 die bom en vroegen wij ons af of de Duitsers terug zouden komen en waar we nu naartoe moesten…  

Elke 18de augustus doet opnieuw pijn, maar we hebben geleerd dat je blij moet zijn dat je het er levend vanaf had gebracht….

De Amerikanen legden later een pontonbrug aan in het verlengde van de Fransensingel. Toen het in de winter hoogwater werd, waren ze bang dat die zou wegspoelen. Ze hebben vrachten puin uit het Krèjje- en Roeddörrep op de brug gestort….

Ik had bij de expositie nog gehoopt nabestaanden te zullen treffen. Het zou prettig zijn geweest om er nog eens met mensen over te kunnen praten."


Terug naar het verhalenoverzicht