Dr Verbeet in gesprek met H. van Rijsselt

Auteur(s): Verbeet en van Rijsselt
Met medewerking van: een caravanbezoeker

Datum interview: 11 augustus 2009.

Geert Verbeet (* 1927) en H.H. van Rijsselt (* 10 mei 1929) waren ooggetuigen van het vergissingsbombardement van 18 augustus 1944 op de Maastrichtse stadswijken Krèjjedörrep en Roeddörrep. Bijna 65 jaar later wisselen zij van gedachten.

GV: "Er waren veel doden en gewonden. Mijn vader werkte bij de spoorwegen en had een EHBO-diploma. Hij hield zich bezig met het verbinden van de zwaargewonden met doeken uit een luiermand en dat heeft hun leven gered. 

Een caravanbezoeker: "Ik heb iets soortgelijks meegemaakt maar dan in de wijk Bezuidenhout* in Den Haag. Ik weet nog dat ik als kind gerend ben over kapotte, brandende balken en dode mensen op het Spui in het stadscentrum. Daar woonde een tante van mij en ik ben daar naartoe gevlucht. De schrik zat er goed in…."

GV: "Wij zijn toen weggegaan uit Maastricht. Mijn ouders hadden een vakantiehuisje in Groesbeek in Gelderland. Daar ben ik ook geboren. We dachten er veilig te zijn. Mijn vader was in Maastricht achtergebleven. Even vóór de 14de september is hij naar Groesbeek gefietst. Kun je nagaan, helemaal vanuit Maastricht.

Op de 17de september 1944 kwam de 82ste Airborne Divisie richting Nijmegen en de stad werd meteen een frontlinie. We zijn toen daar wéér moeten vluchten en kwamen terecht in Malden. Daar woonde een oom van mijn vader en hebben we er zitten wachten totdat, laten we zeggen, rijzend Nederland weer bovenkwam. Iedere keer zaten we te luisteren naar de radio en  dachten we 'nou, de corridor die daar loopt via Grave, Veghel en Eindhoven zal wel breed genoeg zijn. Laten we dan maar teruglopen naar Maastricht'. We hadden geluk in die zin dat er in Grave, op nog geen zes kilomter afstand van waar we gelopen hadden een rij Engelse auto's gereed stond. De wagens moesten terug naar Leopoldsburg in België om munitie en dergelijke op te gaan halen en we mochten meerijden. De Britten wilden er niets voor terughebben. We hadden enkel een paar appels bij ons en daar waren ze blij mee. Ze hebben ons in België afgezet… We konden toen met een treintje mee richting Hasselt. Daar waren kolenmijnen. Mijn vader had relaties in Hasselt. Hij zat in de ondergrondse beweging via de spoorwegen. De verzetslieden hielpen Engelse piloten in Duitse SS-treinen te smokkelen. WC's van de Duitsers werden afgesloten wegens een zogenaamd defect. Ze hadden er gauw een paar Engelsen ingestopt en gingen zo de grens over.

We zijn op 10 oktober in Maastricht teruggekomen en hadden niets meer. Toen we terugkeerden naar de Franciscus Romanusweg nummer 11 waar we gewoond hadden, bleek alles gestolen. Mijn vader had nog spullen neergezet in het huisje achter het huis. Alles was weg. Dat schijnt op andere plaatsen ook gebeurd te zijn."

HvR: "Ik ben nu 80. Ik woonde als jongen van 15 aan de Fransensingel in het Krèjjedörrep, het quartier Amélie, in de zogenaamde eerste straat waar ook die winkel was. Ik was op die namiddag met ongeveer tien vrienden aan het zwemmen in de Maas toen het gebeurde. Gelukkig heb ik niemand in mijn familie verloren. Mijn vader zat op dat moment in Duitsland en mijn moeder, zus en ik verbleven bij mijn oma. Mijn opa was al dood. Mijn zus was thuis bij Oma. Die was erg bang; mijn zus heeft er nog voor gezorgd dat mijn oma heelhuids in de kelder kwam.

Toen ik 17 was ging ik in dienst. Ik heb zes jaar bij de mariniers gediend en drie en een half jaar buitengaats gezeten, onder andere in Indië. Na terugkeer ging ik werken bij de Radium en werd daarna buschauffeur. Ik heb mijn portie wel gehad, niet wat het bombardement betreft, want angst heb ik toen niet gehad. Alles was na een paar minuten voorbij.

Toen ik uit het water kwam, zaten de mensen al in de schuilkelders. Ik ben weliswaar katholiek, maar niet christelijk en waar ik absoluut niet tegen kon was dat iedereen in die schuilkelders zat te bidden toen in binnenkwam. Ik zei toen tegen dat aaidsje van me en tegen mijn zus dat ze met mij mee moesten naar de papierfabriek. Ik heb ze daarheen gebracht. Kun je je voorstellen wat er in je omgaat als je uit het water komt? Die bommen, het stof….? Het klinkt misschien gek: ik ben geen held; er stond een kinderwagen op de kant en daar ben ik op afgelopen. Op een afstand van minder dan 20 meter schoot een joekel van een boom met wortel en tak aan mij voorbij. Ik had het geluk dat ik tegen een helling aanlag, waardoor het ding mij nèt miste. Wat er aan de overkant van de Maas gebeurde wisten we niet. Nadat ik uit de papierfabriek was gekomen, ben ik naar een tante gegaan die in de Boschstraat woonde om de zeggen dat wij ongedeerd waren.

Ik zeg u eerlijk: ik ben onze bevrijders niet dankbaar geweest voor hetgeen daar is aangericht. Het bombardement had evenzeer het leven van ons allemaal kunnen kosten. Toen we even later terugkwamen in het dorp en de schuilkelder ingingen, lag die vrouw van Emans voor de ingang van de kelder. Ze miste een stuk van haar been. Ik zag verschillende doden. De vader van een vriend van mij, Jef Bastiaans, was ook dood. Het lot wou dat zijn moeder bij het bombardement op de Herbenusstraat in de nieuwjaarsnacht van 1944 op '45 een been verloor.

Ik was ooit bij een tante van mij aan de Ruttensingel. Ik zag die gekke Amerikanen met hun karabijnen in het donker schieten op iets dat ze niet konden zien. Die soldaten kwamen allemaal terug van het front en waren dus schietgraag. Als marinier mochten wij niet gewapend de stad in, maar ja, het was oorlog.

Door de bominslagen op het water lagen er ook joekels van palingen midden op straat. Je vroeg je af hoe zoets mogelijk was. Ik ben toen met een vriend, Willy Franssen, naar de Voeding gelopen en daar hebben we maar wat gezeten bij dat bruggetje in een hoekje. Ik zei tegen hem'weet je wat, loop even terug naar het dörrep en kijk eens hoe het met dat aaidsje van mij gaat.' Hij vond haar gelukkig ongedeerd in de kelder. Het arme mensje zat daar in haar onderrok en was compleet overstuur. Je moet er eigenlijk niet meer aan denken…"

VB: "Wij woonden aan de Franciscus Romanusweg. Om één minuut voor zes zouden we net aan tafel gaan. Het geronk van vliegtuigen lokte me naar de straatdeur. Ik had die net open toen de eerste bommen vielen. Ik heb gezien dat op 50 meter afstand van waar ik stond mensen waren doodgebleven. Een jongetje zat op het moment van de aanval thuis op het toilet. Een bomscherf was door de huisdeur en de wc-deur gegaan en had hem daar dodelijk in de buik getroffen."

HVR: "In ons dorp werd een moeder door een granaatscherf gedood en haar dochter had een been af. Tegenover Bastiaans woonde een familie met zeven kinderen. Op één kind en de moeder na kwam iedereen om. Ik heb die familie gekend en wel eens getoek. Je stopte een schroef in een rubbertje met een stukje draad. Dan ging het door de ruit. Allemaal gekkigheid…."  

* Op 3 maart 1945 vertrokken vanuit Brussel 61 bommenwerpers om in het Haagse Bos, een park ten zuiden van Bezuidenhout, een Haagse stadswijk, opslagplaatsen van de V2 te vernietigen. Door een fout in de opdracht kwamen de bommen terecht op de woonwijk met als trieste balans 550 doden. Ook een tragisch vergissingsbombardement….


Terug naar het verhalenoverzicht