De winkel van Bodden

Auteur(s): Mevrouw Bodden-Mercks
Redactie: Paul Arnold

"Mijn man en ik hadden vroeger een winkel in de Uitbelderstraat op nummer 12, zo'n echte buurtwinkel waar iedereen kwam voor zijn boodschappen of voor een praatje. Het was er soms de 'zoete inval', écht gezellig. Soms zette ik wel eens wat muziek op in de zaak en dan werd er spontaan gedanst, tussen de waspoeders en de aardappelen.

De ouders van mijn man hadden al in de jaren dertig een snoepwinkeltje in de Uitbelderstraat. Na de oorlog namen wij de zaak over en maakten er een kruidenierswinkel van. Er waren toen nog geen grote supermarkten dus we hadden veel klandizie. Dat was hard werken! Om acht uur 's morgens was de winkel al open en pas 's avonds tegen een uur of tien waren we klaar met poetsen. Daarna had ik nog mijn huishouden en deed mijn man de boekhouding.

Toch had ik die tijd voor geen goud willen missen. Weet u, ik denk dat we het toen met ons allen een stuk leuker hadden dan de mensen nu. Wij leefden meer met elkaar en hielpen elkaar wanneer dat nodig was. Als onze klanten eens een keertje krap bij kas zaten, dan deden we daar niet moeilijk over. Iedereen nam mee wat hij nodig had, betalen kon altijd later nog. Veel oud-buurtgenoten wonen nu hier in het tehuis (mevr. Bodden woont in zorgcentrum Scharwyerveld, red). Ze houden me hier in de gangen nog wel eens staande, en hoe vaak ik dan niet hoor: 'Wètste nog vaan vreuger Lieske, wat höbbe veer un lol gehad!'

Maar begin jaren zestig kregen wij het moeilijk. Steeds meer klanten verlieten de buurt en verhuisden van een bovenwoninkje, naar een ruimere woning in de nieuwe buitenwijken. In de Uitbelderstraat, de Bogaardenstraat en de Batterijstraat zag je steeds meer dichtgetimmerde huizen. Toen zij mijn man nog: als dat zo door gaat, houden we geen klant meer over! Enfin, we hebben nog een hele tijd doorgeploeterd, maar uiteindelijk zijn we naar de Gemeente gestapt en die heeft ons toen goed geholpen. We stopten met de zaak en kregen een uitkerinkje. Voor we het goed en wel in de gaten hadden zaten we in een huurwoning in de Tischbeinstraat. Dat was wel even wennen. Mijn man en ik hadden ons hele leven in de binnenstad gewoond, en nu zaten we in een stille buitenwijk. Later ben ik naar de Teunisstraat verhuisd, dicht bij mijn geboortehuis aan de Boschstraat en niet ver van onze oude buurt. Dat voelde toch beter, maar mij zul je niet horen klagen. Ik heb het altijd goed gehad. Nergens spijt van!"


Terug naar het verhalenoverzicht