De Vrachtwagens vaan de Sjriene
Auteur(s): John SchrijnemaekersDe heer John Schrijnemaekers (*1939) vertelt over het voormalige transportbedrijf van zijn grootvader aan de Maagdendries.
"Mijn opa, pa en mijn oom hadden vóór, tijdens en na de oorlog een transportbedrijf aan de Maagdendries 21 dat Schrijnemaekers en Zonen heette. Het was toentertijd één van de grootste in zijn soort in Nederland en sowieso in Maastricht. Op een bepaald moment had Opa zo'n twintig vrachtwagens in bezit. Het bedrijf reed heel veel voor de Zinkwit en ook in de richting van België en Luxemburg. Ook werden grote ketels voor Stork in Utrecht vervoerd. Ik herinner mij de firma aan de Maagdendries met de benzinepomp aan de voorkant en de enorme binnenplaats die volstond met vrachtwagens. Mijn opa woonde hier; ikzelf woonde met mijn ouders aan de Statensingel. Ik ben daar ook geboren in 1939. Na de oorlog ben ik vaak met de vrachtauto meegereden naar België en Luxemburg. We hadden toen GMC's uit de bestanden van het Amerikaanse leger. Ze waren omgebouwd en voorzien van een behoorlijke cabine en met aanhangers van DAF. Rijdend door de Ardennen richting Luxemburg herinner ik mij dat er daar veel oorlogstuig langs de weg lag dat nog niet was opgeruimd. Waar nu het voetbalterrein is vóór de werken aan de Statensingel in Maastricht was vlak na de oorlog een braakliggend terrein. Gedurende ongeveer driekwart jaar lang was hier een autokerkhof van het Amerikaanse leger waar we destijds speelden. Er stonden onder meer wagens van het Rode Kruis vol met bebloed verband en zo dat hier allemaal achtergelaten was. Die auto's waren niet afgesloten; je kon er zo in komen en niemand die er iets van zei. Ik was toen een jaar of zeven. Nadat de wrakken waren verwijderd kwam er een handbalterrein, later dat voetbalveld. Mijn opa heeft bij zijn bedrijf nog vóór of in de oorlog een bomvrije schuilkelder laten bouwen met stalen deuren en apparatuur erin om het geheel luchtdicht te maken. Naderhand heeft de gemeente het terrein opgekocht. Het zal een hoop moeite hebben gekost om alles op te ruimen, lijkt mij zo… Van de Zinkwitstaking weet ik natuurlijk enkel alleen hetgeen in de literatuur daarover is gepubliceerd.
Van de transportwereld weet ik wèl het een en ander. De firma RSK is ontstaan uit Schrijnemaekers en Kerbusch, twee vennoten. Mijn oom zat daarbij. Kerbusch besloot op een bepaald moment alleen verder te gaan. Hij werkte vroeger bij de firma Dassen, later bij de Boma. Dassen had ook bij ons gewerkt, dus de Boma is ontstaan uit Schrijnemaekers aan de Maagdendries. Volgens mij waren er twee firma's met de naam RSK; één hier in Maastricht dat later overgenomen werd door een Hollands bedrijf en het andere dat door drie mensen uit ons bedrijf werd geleid. Ik was bevriend met de zoon van Kerbusch. Toen wij van de Statensingel verhuisden naar het Witte Vrouwenveld, woonde hij aan de Eburonenweg. Hij werkte vroeger dus bij de Boma. In Amby had je Schols. Die begon óók te rijden voor mijn opa, maar besloot naderhand voor zichzelf te gaan rijden. Mijn vader overleed in 1956 en toen is ons bedrijf opgeheven. Opa stierf in 1953 en mijn oom in 1955. Ikzelf had tijdens mijn militaire dienstplicht plannen om ook in de transportwereld te gaan. Ik was een moeilijke leerling gebleken en zat in Groenlo op school waar ze me nog hebben wilden!
Vroeger had je tonnages nodig om transporten te kunnen rijden. Tonnage was vroeger hèt waardepapier van de transportwereld; hoe méér tonnage je had, hoe rijker je was, want dat bracht geld op. Nadat ons bedrijf werd opgeheven, werd er een aantal tonnages voor mij bewaard totdat ik een jaar of 18, 19 jaar was om zelf verder te kunnen gaan. Mijn moeder zei dat dat een veel te zwaar leven voor mij zou worden en dat wou ze niet. Die tonnages zijn toen verkocht aan Yerna. Dat bedrijf heeft toen ook de laatste vrachtwagen van ons overgenomen, een Büssing, een van de grootste vrachtwagens toen. Hij heeft er een kipwagen van laten maken die kolen kon vervoeren. De firma Yerna reed tot in de jaren '70 nog met onze Büssing. Het was een robuuste, lichtblauwe vrachtwagen met een hoog, gierend geluid en veel chroom aan de voorkant."

De verongelukte personenauto behoorde toe aan de vader van dhr Schrijnemaekers. Het ongeval vond plaats in Visé omstreeks 1930.
Terug naar het verhalenoverzicht