De heer Frans Houben vertelt over de Oorlog

Auteur(s): Frans Houben

De heer Frans Houben (* 9 januari 1930) woonde in zijn jeugdjaren op de plek waar nu het hotel langs de Maas staat, met een prachtig uitzicht over het toentertijd mooiste park van Nederland.

"18 augustus 1944 was een zéér warme dag. Omstreeks vijf uur in de namiddag vroeg mijn moeder mij om enkele glazen donker bier te halen [donker bier was toen een soort suikerwater] bij het café de Bookvink op de hoek van de Rechtstraat en de Hoogbrugstraat. Om dat bier te vervoeren had ik een drinkkan meegenomen.

Bij dat café aangekomen hoorde ik een hels kabaal van overvliegende toestellen, waardoor ik een veilige plek opzocht in de kelder van het café. Nadat het wat rustiger was geworden, zocht ik meteen mijn moeder die een veilige plek had gevonden in de kelders van de Ceramique. Ze begon van blijdschap te huilen omdat ze zich verweten had dat ze mij het gevaar had ingestuurd.  Die drinkkan staat bij mij op de kast en steeds als ik die zie komt bij mij 18 augustus weer boven.

Vóór de oorlog, ik denk in 1938 of '39, hadden inwoners van Wyck een pop van Mussert, het hoofd van de NSB, gemaakt. Die pop hadden ze aan de gevel van een onbewoonbaar verklaarde woning opgehangen, een uiterst riskante onderneming. Enkele dagen later werd de pop onder gejoel naar beneden gehaald en op een kar gesmeten. Ze konden het ding natuurlijk niet onder de grond stoppen. Begeleid door de hele buurt werd 'Mussert' daarom in de Maas begraven. Het incident haalde zelfs de krant. Ik kan je vertellen dat de betrokkenen behoorlijk in de rats zaten toen de Duitsers enkele jaren later binnenvielen. Zou dat alsnog ontdekt worden, dan riskeerde men de doodstraf.

Een nicht van mijn vrouw is met een Amerikaanse vliegenier getrouwd. Ze ontmoette hem na de oorlog. Hij heeft 25 keer boven Duitsland gevlogen en daar bombardementen uitgevoerd. Over zijn missies heeft hij altijd gezwegen als het graf, ook zijn zwager is het niet gelukt om iets los te peuteren. Het enige dat hij ooit vertelde is dat hij na een bombardement  terugkeerde naar zijn basis in België en er een bom van 500 kilo onder het toestel was blijven hangen. Het ding had niet losgelaten. Met gevaar voor ontploffing moest het uitwijken naar een kleiner vliegveld en het projectiel onschadelijk worden gemaakt. Het liep gelukkig goed af."


Terug naar het verhalenoverzicht