De heer Barthels over WOII en over het oude Maastricht
Met medewerking van: De heer BarthelsDe heer Barthels (* 1 juli 1926) haalt jeugdherinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog en aan het Maastricht van vroeger.
"In 1942 liep ik door de Stationsstraat. Ik was 16 jaar en op weg naar mijn werk. Ik was schildersknecht bij een schildersbedrijf. Op dat moment werkte ik in een huis aan de Brusselsestraat. Bij de kruising met de Wilhelminasingel werd ik aangehouden door de Gr?ne Polizei. De twee Duitsers (ze liepen altijd met z'n tweeën) vroegen naar mijn persoonsbewijs: 'Ausweis, bitte!' Nadat ze dat hadden bekeken, vroegen ze mij ter extra controle nog even mee te gaan naar de Gr?ne Polizeipost op de Wilhelminasingel. Volgens mij was die in het derde of vierde herenhuis vanaf kruising met de Stationsstraat, aan de rechterzijde, richting Wilhelminabrug. Daar aangekomen werd mij gevraagd even in de gang te wachten terwijl zij mijn persoonsbewijs zouden controleren. Even later kwam een van de twee mannen weer terug en overhandigde mij onder excuses het document. Ik was blijkbaar niet de persoon die ze zochten. Ik kreeg zelfs een sigaret aangeboden: een platte, ovale Egyptische sigaret uit een hardkartonnen schuifdoosje.Rond mijn 18e verjaardag, in 1944, kreeg ik een oproep tot keuring voor de Nederlandse Arbeidsdienst. Als ik me het goed herinner moest ik verschijnen op een adres aan linkerzijde van de Brusselsestraat, een paar huizen vóór de dansschool Bernaards. Gelukkig werd ik afgekeurd op medische gronden. Jongens die minder geluk hadden werden bijvoorbeeld door de Arbeidsdienst naar een trainingskamp gestuurd. Daarna volgde de tewerkstelling door de Arbeitseinsatz in Nederland of in Duitsland. In mijn omgeving waren er enkele personen die de pech hadden dat ze elke dag naar Aken op en neer moesten reizen om daar te werken. Ons gezin woonde achter het station en 's ochtends vroeg zagen we dan mannen en jongens die hun fietsen stalden tegen de bomen op de Meerssenerweg. Om half vijf in de ochtend vertrok dan de eerste trein met de tewerkgestelden naar Aken. Deze trein werd de botertrein genoemd omdat op deze route veel gesmokkeld werd.
[over oud Maastricht] Het Stadspark was echt prachtig! Er stonden zeldzame bomen die zelfs tot in Frankrijk bekend en beschreven stonden. Je had er een kiosk waar muziek gemaakt werd en je ook kon dansen. Agent 'Dempsey' patrouilleerde er op zijn brede Harley. Hij keek erop toe dat je een meisje niet te innig vasthield, want dan haalde hij je zonder pardon hardhandig uit elkaar. Hij had kolenschoppen van handen die hij meer dan eens gebruikte om klappen uit te delen….. zijn bijnaam had hij van een Amerikaanse bokser….
Aan het park had je ook de boten van Bonhomme; het waren er drie. De ene keer lagen ze in het kanaal bij de Vief Köp, dan weer aan de Maas. De opstapplaats was in het park en ze brachten je naar Luik, maar in de oorlog gingen ze niet meer voorbij Ternaaien. Ik kan me herinneren dat ik als klein mannetje in de jaren '30 op schoolreisje ging met de boot naar de speeltuin op het Robinsoneiland in de Maas bij Visé. Dat was een hele belevenis, vooral omdat er ook gezegd werd dat er op die dag ook een foto gemaakt zou worden van ons en we een beetje nette kleren moesten aantrekken. Mijn moeder had hierop verzucht dat dat wel een onmogelijke combinatie zou zijn: ' Die kleijer zalle neet lang zuuver blieve'.
Een kaartje kopen voor de boot naar Luik deed je aan de overkant van het kanaal. Vanaf de opstapplaats aan de Maas liep je via een pad het park uit. Je passeerde eerst het bruggetje over de Jeker. Daar was een gebogen muur met twee zuilen aan de uiteinden. Voorbij die zuilen stak je het Wèlke over, dan de ophaalbrug over het kanaal. Dan weer moest je de Onze Lieve Vrouwekade oversteken en kwam je bij de poort van Bonhomme. Daar is nu een sportschool. Je ging er naar binnen, kocht een kaartje en liep terug naar de boot. Er was altijd wel belangstelling voor een uitstapje naar Luik en mensen reisden vaak in groepjes. De boten hadden blauwe schoorstenen die konden worden neergehaald bij het passeren van een brug.
Over het lot van die boten gaan verschillende verhalen. Ze zouden zijn gesloopt door uzze einige echte aajdiezerkeuning Dotremont. Tegen het einde van de oorlog waren ze in ieder geval niet meer in gebruik en op een gegeven moment waren ze weg. In de laatzomer van 1944, ik was toen achttien, kwam ik met een kameraad het park uitgelopen, stak de brug over en liep in de richting van de Graanmarkt. Aan de overkant van de kade was een distilleerderij. Nu zit er de Bonne Femme. Rechts daarvan was een muur met daarin een grote poort die toegang gaf tot de binnenplaats van een schroothandel. Daar moesten we iets ophalen. Er lagen ook grotere stukken en toen ik vroeg waar die vandaan kwamen werd gesuggereerd dat die van de boten van Bonhomme afkomstig waren. Ik vermoed dat die aan het park werden gesloopt en dat de onderdelen naar de overkant werden gebracht. De boten waren te groot om op de wal te kunnen worden getrokken.
Van het ooit zo prachtige park is slechts een klein stukje behouden. Het trekt totaal niet meer. Hoe de gemeente destijds op het onzalige idee is gekomen om dat te vernielen is voor mij nog altijd een raadsel."
Terug naar het verhalenoverzicht