De bizarre lotgevallen van maastrichtenaar C. Vliegenhart
Auteur(s): C. Vliegenhart"In de jaren '50 was mijn vader leraar aan de Technische school in Veendam. Ik studeerde in die tijd in Groningen.
In de jaren '60 was ik werkzaam als ingenieur in Duitsland. Toen de Berlijnse Muur werd gebouwd, in augustus 1961, kreeg ik bezoek van Dipl. Ing. Klaus Sparing, een vriend, die mij zei "Die haben zugemacht!", verwijzend naar de DDR-leiders die de opdracht hadden gegeven voor de bouw van de Muur. Het Oostblok zou daardoor bijna dertig jaar lang vrijwel hermetisch worden afgesloten van het Vrije Westen.
Ik antwoordde dat ik eens zou gaan kijken in Berlijn en Klaus gaf mij de adressen van zijn zus en een vriend die daar woonden. Mijn besluit om de muur van de schande te aanschouwen werd bovendien aangemoedigd door de Westduitse regering.
Dat had ik ècht uit mijn hoofd moeten laten….
Kort na mijn terugkeer in Nederland begon politieman Lutjeboer van het corps in Veendam vragen te stellen aan mijn kennissenkring, onder wie mijn tandarts, naar aanleiding van mijn korte verblijf in de DDR. Het corps gaf zelfs door aan de Binnenlandse Veiligheidsdienst dat ik op mijn bromfiets naar Israël en Egypte zou zijn geweest. Wanneer deze reis dan plaatshad en wanneer ik een visum had aangevraagd voor - uitgerekend - Egypte, was mij een raadsel.
Ik was nadien werkzaam in Zwitserland en Engeland. De mijns inziens paranoïde Nederlandse regering had de BVD-rapporten met betrekking tot mijn persoon doorgestuurd naar de plaatselijke autoriteiten daar. De inhoud ervan was zwaar overdreven. Mijn integriteit werd daarin in ieder geval zwaar ter discussie gesteld.
Vervolgens werd ik jarenlang door de BVD gedwarsboomd, enkel en alleen vanwege dat kortstondige en volstrekt betekenisloze uitstapje naar de DDR in 1961.
Politicus Ad Melkert was rond de eeuwwisseling fractievoorzitter van de Partij van de Arbeid en voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. In die hoedanigheid vroeg hij toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Klaas de Vries over mijn persoon.
Het antwoord van De Vries was dat de BVD, die vanaf 2002 AIVD heette, absoluut geen bemoeienis met mij had gehad. Dat was natuurlijk een volstrekt onjuiste voorstelling van zaken. Ik kan aantonen dat mijn doen en laten sinds augustus 1961 door de Inlichtendienst op de voet gevolgd wordt.
Ik had intussen de Bestuursrechter in Maastricht benaderd. Die verlangde in een aantal brieven voor zijn 'werkzaamheden' € 282,-. Na veel protesten mijnerzijds resulteerde dit in een korte zitting. De rechter haalde toen een klein, groen boekje tevoorschijn en zei: "Ik mag deze zaak niet behandelen!" Hij verlangde echter wèl bovenstaand bedrag voor zijn diensten .
Daarna ging ik in beroep bij de Raad van State. Ik kreeg een nota van € 214,-. Ook daarover heb ik geprotesteerd. Het resulteerde in een zitting, maar de trein had een uur vertraging en de Raad had mijn zaak al afgesloten vóórdat ik arriveerde.
Het treinennet is blijkbaar al even slecht geregeld als de rechtspraak in Nederland….
De Hoge Raad verzon daarna allerlei uitvluchten en de AIVD ging door met het ontkennen van de waarheid.
De Veiligheidsdienst controleerde haar inkomende post niet en hield blijkbaar vast aan misleiding totdat er lijken vielen…..
Zij kwam steeds weer met nieuwe verzinsels over haar onschuldige slachtoffers om de eigen eer te redden. Mensen die zich tegen deze gang van zaken verzetten werden als krankzinnigen voorgesteld. Waar zaten nou de èchte vreemde snuiters? Indien een Nederlander ondanks alle verdachtmakingen tóch onschuldig bleek, ging de AIVD gewoon door met haar streken want de eer van de Dienst moest koste wat kost gered worden.
In mijn AIVD-dossier staat dat ik met de bromfiets naar Israël en Egypte ben geweest. Dat is is klinkklare onzin want die reis heeft nooit plaatsgevonden. Hele stukken in dat dossier zijn bovendien onleesbaar gemaakt.
Vanwege mijn kortstondig bezoek aan de DDR in 1961 werd in vanaf dat moment door de BVD bestempeld als spion voor de Sovjetunie. In 1969 werd ik als 'staatsgevaarlijk' geclassificeerd omdat ik contact had gezocht met journalisten vanwege de bizarre gang van zaken. Plotseling werd mij een belangrijke functie aangeboden in het Centrum voor Atoomonderzoek in Zuid-Afrika. Vervolgens ging ik voor de Verenigde Naties werken in Bagdad, Irak. Na mijn aankomst daar deelde de BVD welwilllend mee aan Nadim Kasar, de chef van de Geheime Politie in Bagdad, dat ik tegelijkertijd voor de Sovjetunie spioneerde.
Kasar liet zich niet beetnemen. Hij sloeg hard terug. Veel westerlingen moesten Irak onmiddellijk verlaten en de Iraqi Petroleum Company werd genationaliseerd. Dat was het begin van de zware oliecrisis van de jaren '70, mede veroorzaakt door de rapporten van de BVD omtrent mijn persoon. De gevolgen waren desastreus voor de hele wereld.
In 1972 werd mij een baan aangeboden door de FAO, de Food and Agriculture Organization in Beiroet, Libanon en alwéér ontving de Libanese regering de bekende leugenrapporten van de BVD omtrent mijn vermeende spionage-activiteiten voor de Sovjets.
In 1973 werd ik ontboden bij de Dr El Zein, de hoogste baas van de FAO in Libanon. Hij zei: "Als u moeilijkheden krijgt, moet u mij daarover direct informeren!" Hij wist natuurlijk niet dat de BVD al jaren bezig was met haar activiteiten jegens mijn persoon.
In de dagen die volgden op dat gesprek moesten veel westerlingen, met name Britse FAO-medewerkers, plots het land verlaten. Moslims in het bijzonder bleken fel gekant tegen hun aanwezigheid. Gedurende de twee decennia die volgden raakte Libanon verwikkeld in een zware burgeroorlog. De christenen genoten de bescherming van de westerse landen. Het evenwicht tussen beide groeperingen raakte danig verstoord, mede door de intriges van de inlichtingendiensten.
In 1975 probeerde ik in Dordrecht een ingenieursbureau op te richten, maar werd al gauw geconfronteerd met de BVD-rapporten omtrent mijn persoon die de Dienst aan iedereen had gestuurd met wie ik op professioneel gebied te maken kreeg. Het werken in Dordrecht werd mij op die manier onmogelijk gemaakt.
Op een dag fietste ik vanuit Dordrecht naar Den Haag en wandelde er rond op het Binnenhof. Kennelijk dacht de BVD dat ik daarheen gegaan was met de bedoeling om een politicus te molesteren. Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Claus was die dag toevallig ook op het Binnenhof aanwezig en toen ik te dicht bij hem kwam, werd hij plotseling door twee mannen onder zijn oksels gepakt en in een openstaande deur gesleurd. Hij keek mij daarbij angstig aan. Ik had echter niets kwaads in de zin.
De gebeurtenissen maakten blijkbaar grote indruk op de prins. Enkele dagen later werd hij opgenomen in een psychiatrische kliniek.
Nadat hij mijn brieven aan de regering had gelezen, ging toenmalig minister-president Lubbers naar de villa Maarheeze in Wassenaar waar de BVD zetelde. Hij stuurde het personeel naar huis en deed de deur op slot.
Waar was nou de eer van de Dienst?
Ik ben in zeer veel landen beroepshalve actief geweest. Overal waar ik kwam, bleken BVD-rapporten te zijn gestuurd aan iedereen met wie ik te maken kreeg. Dat was ook het geval bij mijn bezoek aan Ierland.
Wethouder Dr Knibbe uit Barneveld was ooit werkzaam in de Abu Graib laboratoria bij Bagdad. Ik vroeg hem eens of hij mij kon helpen, want ik werd steeds lastig gevallen door de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Knibbe schreef echter terug dat hij mij niet van dienst kon zijn, want hij zei dat hij vrouw en kinderen had. Een maand na mijn verzoek stierf zijn vrouw plotseling en drie maanden later Knibbe zelf.
Toen ik een baan kreeg in het VN-gebouw aan de Abu Nawas Street in Bagdad, dacht ik bij nette mensen te werk te worden gesteld, maar het was er een echte janboel. De Soedanees Mr Omar Adeel, de Resident Representative, bleek alcoholverslaafd te zijn. Hij liet bovendien voortdurend prostituees uit Beiroet overkomen. Zijn assistent was een Nederlander, T*. Op een dag wou ik in het VN-gebouw een kamer binnengaan en trof daar T. aan in amoureuze verstrengeling met de vrouw van een Britse collega.
De Britten hadden veel geheimagenten aan een baan binnen de FAO geholpen, met het doel het organiseren van een staatsgreep in Bagdad die uiteindelijk in 1973 jammerlijk mislukte. De FAO werd door MI-6, de Britse geheime dienst, gebruikt voor politieke doeleinden. Zij kochten plotseling grote hoeveelheden Iraakse dinars op in Beiroet waardoor de koers flink omhoog ging. De Iraki's ontdekten dat dit het werk was van de Britse geheime dienst in Beiroet. Merkwaardig was mijns inziens ook dat de Britse Ambassade in Bagdad 120 mensen in dienst had, een wel erg groot aantal…..
Een loslippig iemand binnen MI-6 bracht de KGB van deze poging tot een coup d'état op de hoogte. Om méér hierover aan de weet te komen, huurde de KGB een groot huis naast dat van de Britse militair attaché in Bagdad. Er werden leuke feestjes georganiseerd met mooie vrouwen, stemmige muziek en sterke drank, zodat de medewerkers van MI-6 al gauw op de vloer lagen in het KGB-paradijs. Het doel was natuurlijk het ontlokken van cruciale gegevens.
De Engelsen werden Irak uitgeschopt; de Iraqi Petroleum Company werd genationaliseerd; de Sovjets kregen de Iraakse olie in handen. Voor het transport naar Odessa moest het Suezkanaal open; de Yom Kippoeroorlog van oktober 1973 begon en de economische crisis en olieboycot waren daarmee een feit.
De BVD ging intussen onafgebroken door mijn kennissenkring in te lichten omtrent mijn persoon en ook om na te gaan of ik iets had gedaan dat niet in de haak zou kunnen zijn. Het beoogde doel was chantage en om mij op die manier te dwingen me koest te houden.
Door de activiteiten van de BVD ben ik al sinds 1973 werkeloos. Ik verlang een fors bedrag aan schadevergoeding van het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor de opgelopen schade aan mijn reputatie, loopbaan en integriteit. Ik wil ook eindelijk eens een verklaring van de Tweede Kamercommissie met betrekking tot de activiteiten van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten met betrekking tot mijn persoon. Bovendien zou ik voor deze commissie willen getuigen om mijn verhaal te doen. Wat ik dankzij de BVD en haar opvolger de AIVD aan den lijve heb ondervonden zijn praktijken als wegpromoveren, chantagepogingen, het vervalsen van brieven, het beïnvloeden van advocaten en journalisten, het afluisteren van telefoongesprekken, bedreigingen, enzovoort. Ik eis een diepgaand onderzoek dienaangaande.
De politie van Veendam, mijn woonplaats in de jaren '60, stuurde absurde brieven met betrekking tot mijn persoon aan de BVD. Deze brieven werden van te voren niet op juistheid getoetst.
In de jaren '70 namen de Arabieren mij in bescherming; de gevolgen daarvan waren niet te overzien.
De Nationale Ombudsman deed niets voor mij en de Commissie voor de Mensenrechten in Straatsburg evenmin.
De Bestuursrechter verlangt nog steeds € 282,- voordat hij een zaak tegen de regering begint. Zoals vermeld ging ik daarna in beroep bij de Raad van State. Die vraagt nog steeds € 214,- voordat ze begint met een beroepszaak….
Getuige: Ir. C.A. Vliegenthart, voormalig medewerker bij de Verenigde Naties, woonachtig te Maastricht."
* Naam weggelatenNoot: de redacteur wil hierbij uitdrukkelijk vermelden dat hierboven de denkbeelden van de heer Vliegenthart zijn weergegeven en niet die van Zicht op Maastricht
Terug naar het verhalenoverzicht