Dag van Verschrikking
Auteur(s): F.J.G. SondeijkerDe heer Sondeijker woonde in 1944 aan het Sterreplein 19. Tijdens het Amerikaanse luchtbombardement op het Krèjje- en het Roeddörrep bevond hij zich op de hoek van dat plein en de Membredestraat in Sint Maartenspoort.
"In de oorlogsjaren, lang vóórdat er in de Sint Antoniuslaan appartementen werden gebouwd aan de kant waar nu die specialiteitenzaak in Indische waren is, was dáár een grote tuin. Banens woonde ernaast, verder Vallas en ene Visser. Op de hoek van de Sint Antoniuslaan met de Gebroeders Hermansstraat kwam op die trieste 18 augustus 1944 óók een bom neer, maar die is nooit ontploft. Toen daar nieuwbouw kwam, in de jaren '80, werd het projectiel pas verwijderd…. Was dat ding op die dag de lucht ingegaan, dan had ik het misschien niet kunnen navertellen!
Ik had nog nèt kans gezien om naar de andere kant te rennen en me aan een deur vast te klampen toen er een bom viel tussen de Membredestraat en het Sterreplein richting Louis Loijensstraat. Daar was destijds de rijwielhandel van Vallas. Hij bleef ongedeerd, maar, aangezien zijn woning totaal vernield was, verhuisde hij noodgedwongen naar de Wilhelminasingel. Deze bom die wèl ontplofte, raakte een boom. Dat was mijn redding geweest, want die boom viel om en kwam vlakbij de plek waar ik stond. Ik was niet gewond of zo.
Eenmaal thuis zaten we een tijdje in angst omdat mijn jongste zus er niet was. Ze verbleef ergens in de Alexander Battalaan en toen die bom bij mij terechtkwam wist ik natuurlijk niet of er in de Battalaan ook iets aan de hand was.
Mijn vader was op dat moment op de Neujj Brök, de Wilhelminabrug. Hij is snel naar huis gerend.
Ik ben toen met hem en enkele anderen naar de Battalaan gegaan. Daar was niets aan de hand. Na het bombardement hebben de broeders van de Beyard flink meegeholpen. Alles wat er gedaan moest worden pakten ze aan, ze verzorgden de zwaargewonden en bekommerden zich om de doden. Ik heb zelf gezien dat die onder de poort werden neergelegd. Daarna werden ze opgehaald. Aan die mensen te zien hadden die bommen ongelofelijk veel schade aangericht.
In mijn beleving waren het er twee. In zijn totaliteit natuurlijk méér. Die Amerikanen hadden zich vergist. Ze hebben duidelijk op die brug willen mikken. Naast de spoorbrug was een voetgangersbrug en daar is een bom precies tussenin gevallen. Dat zag je ook aan de kade ter plekke. De brug zelf bleef nagenoeg onbeschadigd, maar het kostte wel bijna honderd levens.
Er waren geen slachtoffers in de familie. Een goede kennis van mij uit de Membredestraat die vaak ging vissen stond die dag aan de spoorbrug en heeft het leven gelaten. Mijn broer ging vaak met hem naar de Maas om een hengel uit te gooien. Het slachtoffer was de zoon van de directeur van de ambachtsschool. Hij woonde naast Janssen, de schilder. Het is verleden week nog allemaal gememoreerd. Dat is zo ongeveer wat ik te vertellen heb."
Terug naar het verhalenoverzicht