Britse bommen op blauw dorp

Auteur(s): Mevrouw Genemans - Keulen

Op donderdag 27 november 1941, rond een uur of negen 's avonds, wierpen vermoedelijk meerdere Britse jachtvliegtuigen brisant- en brandbommen af boven de Maastrichtse arbeiderswijk Blauw Dorp. Ook andere steden in Nederland, vooral in het oosten en zuiden, waren het doelwit. Kennelijk was er geen vastgelegd aanvalsplan; het waren géén precisiebombardementen en de piloten waren vermoedelijk jong en onervaren. Natuurlijk was het doel van hun missie het bestoken van Duitse stellingen, al is het niet duidelijk of de Britten wisten wáár zich die precies bevonden. Na de oorlog werd er zelfs gesuggereerd dat de Britten hun wapentuig lukraak zouden hebben afgeworpen om er vanaf te zijn. Hoe dan ook, uitsluitsel kunnen enkel de archiefstukken in het British War Museum in Londen geven. De Duitsers beschuldigden de Engelsen ervan Maastricht als oefenterrein te gebruiken, natuurlijk met de intentie om een 'wit voetje' te halen bij de bevolking.De meeste bommen kwamen terecht in het open veld waarbij helaas een aantal paarden en koeien het leven liet. Blauw Dorp werd behoorlijk geteisterd. Vier straten waren zwaar getroffen en meer dan honderd woningen vernield. Talrijke bewoners werden onder het puin begraven. 17 mensen werden op slag gedood, 45 zwaargewonden en 70 lichtgewond. De balans zou uiteindelijk tot 25 dodelijke slachtoffers oplopen. In een gehucht niet ver van Maastricht werd een boerderij geraakt. De eigenaar en drie van zijn knechten werden door de Britse bommen gedood. Bij het horen van het motorgeronk waren zij naar buiten gelopen. Door de open deur werd de binnenverlichting zichtbaar inde nachtelijke duisternis, een aanleiding voor de piloten om hun bommenlast te laten vallen.Elders raakten vijf burgers lichtgewond. Hier werden door de luchtdruk van de explosieven vier woningen vernield. De merkwaardige kritiek van de bezetter hield in dat De Engelsen vreedzame oorden plachten te bombarderen, die ver verwijderd waren van militaire objecten. Volgens de Duitsers had de heldere maannacht de Britten zeer geholpen bij het afwerpen van hun bommen "op een complex van vredig kleine huisjes, waar arbeiders en gezinnen rond het lamplicht rustten van de vermoeienissen van de dag, onbewust van de meedogenloze aanslag die men beraamde op hun leven", aldus het commentaar van een duidelijk pro-Duitse Limburger Koerier.Met man en macht werd er in en onder het puin gegraven. Twee dagen later was het nog niet duidelijk of alle doden geborgen waren of dat er zich misschien nog zwaargewonden onder ingestorte muren en weggeblazen daken bevonden.'s Nachts waren in de wijk tientallen vrijwilligers aan het werk die meehielpen met het bergen van de gewonden. Die werden overgebracht naar het ziekenhuis Calvariënberg, nadat zij van tevoren eerste hulp hadden gekregen van artsen die ook in groten getale aanwezig waren.Er moest direct hulp geboden worden, ook aan de niet-gewonden, want meer dan honderd woningen waren verwoest, beschadigd of tenminste tijdelijk onbewoonbaar, terwijl tot ver in de omtrek van Blauw Dorp betrekkelijk grote schade aan daken en ruiten geleden was.Bij particulieren werden veel gedupeerde bewoners van de wijk ondergebracht, voor zover zij er niet de voorkeur aan gaven in hun wijk te blijven en mee te helpen met het reddingswerk. Ook de Wehrmacht, de Ordnungs- en de Sicherheitspolizei, de Marechaussee, de Maastrichtse politie,  de gemeentelijke brandweer en de luchtbeschermingsdienst assisteerden.Mr L. Peeters, de door de Duitsers aangestelde burgemeester van Maastricht die de hele nacht in de wijk aanwezig was geweest, liet vrijdagochtend  28 november bekendmaken dat er 's middags in het Patronaatsgebouw aan de Victor de Stuersstraat voedsel beschikbaar gesteld zou worden aan de bewoners van de verwoeste huizen. Tal van maatregelen werden genomen in het belang van de gedupeerden. De Victor de Stuersstraat, de Dominicanenkerk, het Kegelpaleis en de Staarzaal werden ingericht om de daklozen voorlopig onderdak te kunnen verschaffen.Het Rode Kruis, Afdeling Maastricht, dat ook hulp verleende bij het bergen van de doden en de gewonden, stelde 60 bedden beschikbaar voor de Dominicanenkerk, 40 voor de Staarzaal en nog 20 voor het ziekenhuis. In het distributiekantoor hielp men hen die door de ramp letterlijk alles waren kwijtgeraakt aan nieuwe huisraad, meubels etc, terwijl de burgemeester verder een beroep deed op de offer- en hulpvaardigheid van de burgers in dit opzicht.Vrijwel direct werd begonnen met de hulpverlening en de opruimingswerkzaamheden door de Nederlandse Volksdienst (NVD). De zwaarst getroffenen kregen geld overhandigd voor de aanschaf van de meest noodzakelijke levensbehoeften. Ook werd er onmiddellijk gezorgd voor onderdak van honderden gezinnen.De NVD stelde een bedrag van tweeduizend gulden beschikbaar om de meest dringende nood te kunnen lenigen. Bovendien werd bekendgemaakt dat alle slachtoffers die gebrek hadden aan kleding, schoeisel, dekens en dergelijke een beroep konden doen op het plaatselijke bureau van die NVD waar men zo mogelijk direct aan andere benodigdheden geholpen werd. Een dag na het bombardement waren er 17 doden geteld. Onder de zwaargewonden bevond zich een groot aantal mensen dat dermate verminkt was dat hun levenskansen gering leken. Onder de puinhopen werden nog doden vermoed omdat enkele bewoners van de wijk vermist werden.In samenwerking met het Rode Kruis trof de Nederlandse Volksdienst onmiddellijk maatrgelen om de getroffenen te helpen. Distributiebonnen werden nog in de loop van vrijdag uitgereikt, zodat alle gezinnen die dag in de eerste levensbehoeften konden worden voorzien. Waar nodig, werd ook geld beschikbaar gesteld. Warm eten werd verschaft door de centrale keukens.Veel particulieren schonken geldbedragen om het leed enigszins te verzachtenIn de loop van vrijdagavond kwam ook een vertegenwoordiger van de NVD uit Den Haag in Maastricht aan. Hij bracht alle getroffenen een bezoek en zei verdere hulp toe. Bij  terugkeer naar Den Haag liet hij een bedrag aan 20.000 gulden achter voor de eerste hulpmaatregelen.De NVD legde zich in de dagen na de ramp toe op de nauwkeurige zorg voor elk gezin apart. Beoogd werd de getroffenen een voorlopig onderdak te bieden in particuliere woningen en hotels.De eerste tekenen van verbondenheid met de gewonden en de achterblijvers uitten zich in het schenken van bloemen en fruit door particulieren .


Voor mevrouw Genemans-Keulen (geboren in 1946) had de tragedie van 27 november 1941 een wel zeer persoonlijke noot. Zij en haar man bezochten op 26 mei de rode caravan van Zicht op Maastricht. Haar oom Willem Hubert Keulen, 30 jaar oud, de jongste broer van haar vader, was die bewuste dag getrouwd. Het paar was net teruggekeerd vanuit het Stadhuis waar het huwelijk was voltrokken naar de ouderlijke woning van de bruidegom aan de Gildeweg 2, in gezelschap van diens ouders, toen het luchtalarm afging. Het viertal spoedde zich meteen naar de schuilkelder in de kazematten onder de straat. Het bleef rustig; er werd geen sein 'veilig' gegeven.
Willem besloot daarom naar boven te gaan, met de bedoeling om zich om te kleden voor de ophanden zijnde receptie. Toen viel de bom…..Wat voor hem het begin had moeten worden van een lang en gelukkig samenzijn met een lieftallige echtgenote, eindigde rond negen uur die avond prematuur en abrupt. Willem was  niet meer; de woning volledig verwoest. Emily, zijn kersverse bruid, had de aanval wonderwel overleefd, tezamen met haar schoonouders. Zij waren in de kazematten gebleven.Kennelijk was het de luchtdruk die hem doodde; zijn lichaam was ongeschondenHelaas weet mevrouw Genemans weinig van de persoonlijke omstandigheden. Zij werd immers pas na de oorlog geboren. Haar ouders en andere familieleden zijn er niet meer. Alleen een oudere zus leeft nog.

Emily Keulen, de bruid die niet kon vermoeden dat haar leven al zo snel zo'n trieste wending zou nemen, was mogelijk getraumatiseerd. Ze vertrok niet lang daarna met onbekende bestemming. Haar contacten met de familie Keulen eindigden korte tijd later en hoe het haar verder is vergaan weet niemand. Ze werd uiteindelijk niet naast haar man begraven.Omdat Willem uit een 'rood nest', een socialistisch milieu, kwam, werd hij op het R.K.-kerkhof aan de Tongerseweg bovendien in ongewijde grond begraven. Om het grafveld voor andersdenkenden 'als straf' was een muurtje gebouwd. Onrechtvaardigheid in het leven, onrechtvaardigheid in de dood……De 'Rode' familie Keulen was jarenlang actief in het verzet tegen sociale ongelijkheid. Blijkbaar werd die strijd van een van hen hem ook na zijn dood nog kwalijk genomen. Zijn heengaan had hij niet eens zelf gekozen… Zo ging dat toen…. De woningen aan de Ambachtsweg werden in 1946 herbouwd. Naast de woning waar Willem het leven liet werd door zijn vader nadien een monument onthuld. Sindsdien wordt er elk jaar door Beter Wonen, inmiddels Woonpunt, een woningcorporatie met een socialistische signatuur, een krans gelegd.Bron: Limburger Koerier d.d. 28-11-1942

Terug naar het verhalenoverzicht